, 25 November 2016

Deze week gelezen (15)

Christiaan Weijts, Lisa Weeda, A.F.Th. van der Heijden: in een speciale aflevering van onze leesrubriek maakt de redactie plaats voor lezers om haar heen, die Revisor 13 lazen. Maarten Asscher, penningmeester van Stichting De Revisor, scheidend redactiesecretaris Stefanie Liebreks en aankomend redactiesecretaris Christiaan Boesenach lichtten het beste uit het nummer. Wij van Revisor adviseren Revisor.

U koopt de nieuwe Revisor bijvoorbeeld bij een van 98 boekhandels. ISBN is 9789023442707, prijs € 12,50. Maar een abonnement is voordeliger: 4 nummers voor € 40,-, plus een welkomstgeschenk: Sanneke van Hassels De ochtenden.

*

Maarten Asscher, een verhaal uit één uur, over Christiaan Weijts, 'De slag om tafel vier'

Zoals er bepaalde gerechten zijn die altijd smaken en steden die nooit teleurstellen, zo zijn er ook schrijvers die je zelfs met hun minste dagboekaantekening, korte verhaal of column meteen in het goede lezershumeur brengen. Tot die categorie behoort wat mij betreft Christiaan Weijts. Zijn columns zijn scherpzinnig en raak, en verraden een uitmuntend ‘oor’ voor de actualiteit, zijn romans zijn even intelligent als onderhoudend.

Zijn korte verhaal in Revisor #13 is ook weer een geval van spitse bekoorlijkheid. Terwijl hij in zijn ietwat rommelige maar toch geslaagde bundel Achternamiddagen (2014) nog herinneringen ophaalde aan Adri van der Heijden als de gearriveerde, ervaren schrijver die de eerste literaire probeersels van de 22-jarige Christiaan genadiglijk, maar ‘zonder verder commentaar’, naar de redactie van zijn uitgeverij doorstuurde, pakt Weijts in zijn verhaal ‘De slag om tafel vier’ met grote affiniteit en precisie één dag uit het leven van de schrijver; niet het leven in de breedte, maar het leven in de diepte. 1 september 1990 en dan nog slechts het uur tussen 20.00 en 21.00 uur.

In het bouwwerk dat niet alleen het oeuvre maar - zeker in het geval van Adri van der Heijden - het hele schrijverschap van een auteur is, wrikt Christiaan Weijts één steentje los, te vinden in diens briefwisseling met Jean-Paul Franssens. Vervolgens verwisselt Weijts dat steentje voor zijn eigen narratieve verzinsels, zo ingenieus als alleen de werkelijkheid zelf in elkaar steekt.

Aan het slot van deze micro-geschiedenis zien wij de gefictionaliseerde evenknie van de romanschrijver, nastomend van woede en nog vol van nauwelijks beheersbare onbeheerstheid, op waardige wijze het gangetje van restaurant De Bisschop op de Kloksteeg in Leiden uitlopen. Echter dan echt. Het leven uit een dag, een verhaal uit een uur.

Stefanie Liebreks: Perfect planetarium

Vaak dwingen thema’s eenzijdigheid af: het is zo’n teveel van hetzelfde dat het dreunt, of er is zo hard geprobeerd een originele insteek te kiezen dat alle ziel vervliegt. Maar met een schrijver als thema blijkt dat heel anders. Van der Heijden schept een universum van papier, en Revisor maakte een perfect planetarium. Of zoals al genoemd in het redactioneel: ‘Een samenvatting, een handleiding en een eerbetoon in een.’

Je kunt in verschillende banen om A.F.Th. van der Heijden heen. Je kunt hem een dienst bewijzen door een essay te schrijven dat voor eens en altijd overtuigt dat zijn onbegrensdheid niet eng is, juist uitnodigend. Je kunt een inmiddels grijze Patrizio Canaponi een bezoek brengen waardoor twee hemellichamen elkaar kruisen. Je kunt hem persifleren, je kunt hem nadoen en dezelfde baan beschrijven. Er is het gedicht van Marieke Rijneveld dat als een maan bij planeet Tonio hoort. Of je kunt zijn thema’s gebruiken maar het béter willen doen. In plaats van verzonnen vleugels te geven aan een waargebeurd verhaal, deconstrueert Lisa Weeda de MH17 juist richting de grond, en laat met een bepaalde vastberadenheid zien dat fictie de waarheid niet recht kan zetten, maar toch minstens kan proberen haar recht aan te doen. En dan is er de Oostenrijkse New Yorker en literatuurcriticus Michael Orthofer, die met zijn Engelstalige essay een ovale buitenste baan om de Tandeloze Tijd kan draaien en met een zekere afstand en een blik die wij niet hebben naar Van der Heijden kan kijken. (Tijdens het lezen hoor ik vanzelf: Ven der Hayden.)

Ik tel de bladzijden van mijn Revisor en deel ze door twee. Hebben ze eraan gedacht van de zon in dit stelsel ook echt de centerfold te maken? Ja: precies waar het nietje zou zitten val je midden in een klein stukje van dat immer uitdijende Van der Heijden-universum.

Christiaan Boesenach

A.F.Th. van der Heijden kom je niet snel op straat tegen, schrijft Thomas Heerma van Voss in deze Revisor, omdat hij zich immer achter zijn typemachine verschuilt om de levens van zijn personages te verbreden. Onlangs deed hij dat opnieuw met Kwaadschiks, het zesde deel uit de Tandeloze Tijd. Maar in plaats van de literaire kinderen uit vorige delen een breder leven in te blazen, werd er een nieuw personage bijgeschreven: de drank- drugs- en moordzuchtige Nico Dorlas (dit groepsportret van Peter van Straaten is nodig aan een update toe). Op de meeste pagina’s valt zelfs niet aan Kwaadschiks af te lezen dat het een nieuw deel uit de serie betreft.

Wie smachtend naar een weerzien met Albert Egberts uitkeek en met tranen in de ogen door de 1280 pagina’s bladerde, wordt nu weer even zoetgehouden met Van der Heijdens bijdrage aan de Revisor. Het is een voorproefje van een volgend Tandeloze Tijd-deel, waarin oude bekenden wél de kop opsteken. Het moet deel acht worden, De grafdelver of Schwantje’s Fijne Vleeschwaren (dus niet deel zeven: dat is Kastanje a/d Zee, tot nu toe slechts bedoeld voor intimi en de meer kapitaalkrachtige lezer). Een betere plek om dit verse materiaal te publiceren is niet denkbaar: het is weer een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de auteur met het literair tijdschrift waarin hij in 1978 debuteerde, als Patrizio Canaponi.

Zo’n fragment is voor Van der Heijden ‘een oefening’, stelt Daan Stoffelsen in zijn bijdrage, terwijl hij laat zien dat de auteur continu ‘herschrijft, herschikt, verbetert’. Volgens Stoffelsen deed Van der Heijden dat herschrijven en verbeteren ook met werk van zijn voorbeelden, zoals Céline, wiens taal hij eigen maakte en waarop hij in een eerdere Revisor vrijelijk varieerde. Imitatio, aemulatio. Geen wonder dat dit Revisor-nummer bol staat van de variaties op het werk van Van der Heijden zelf. Wytske Versteeg, Lisa Weeda, Christiaan Weijts ­– ze doen, op geheel eigen wijze, hun beste Van der Heijden, hij is voor even hun Céline.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog