, 02 December 2016

Deze week gelezen (16)

Lisa Weeda, Jan van Mersbergen, Lucas Barfüss en Marcel van Roosmaalen: de redactie las en keek naar perspectief, scènes en dialogen in Oekraïne, Rwanda en Arnhem.

*

Thomas Heerma van Voss: Marcel van Roosmalen, Schijt

Ik heb heimwee naar Theo Janssen. Naar de voetballer die hij was op het veld: met een magistraal linkerbeen en veel inzicht, wat ieder seizoen leidde tot talloze goals en assists die ik me nu nog precies herinner. Ik heb ook heimwee naar de Theo Janssen van buiten het veld: grofgebekt, direct, allerminst gevoelig voor roem of camera's. Het beste speelde hij gewoon bij Vitesse, zijn Vitesse, in zijn stad waar hij de mensen en de kroegen kende en de komst van het grote Chelsea-kapitaal enigszins wantrouwend genoeg.

Verhaaltechnisch biedt dat natuurlijk veel mogelijkheden, zo'n dorpse, ouderwetse en zeer getalenteerde voetballer die niet meegaat in de modegrllen van zijn tijd, die gewoon nog een sigaret wil opsteken als hij daar zin in heeft, die zegt wat hij denkt, en die ineens wordt geconfronteerd wordt met talloze buitenlandse spelers en een immens buitenlands kapitaal. Dat was ook de reden waarom ik dit boek begon te lezen: ik mis Theo Janssen, ik ken geen hedendaags equivalent van hem. Tegelijkertijd is de valkuil  bij een verhaal over hem natuurlijk groot; menig journalist of auteur zou vervallen in sentiment of opgeklopte nostalgie.

Marcel van Roosmalen doet dat in Schijt nergens. Zoals we van hem gewend zijn laat hij de scènes voor zich spreken, en dat werkt bijzonder goed: scherpe, directe dialogen - die het meest komisch zijn als persvoorlichtster Esther Bal ook meedoet - en pijnlijke bestuurstaferelen. Een levensverhaal is het niet, dit boek heeft meer weg van een verzameling enigszins gecategoriseerde columns, gesitueerd rondom Vitesse en Theo Janssen in het bijzonder. Ook fraai: de momenten waarop van Roosmalen inzoomt op de bestuurlijke kanten van Vitesse. Op technisch directeur Mo Allach, die steeds doet alsof hij telefoneert wanneer hij journalisten ziet, omdat hij vindt dat ze te negatief schrijven. Het moment waarop de club met groot tromgeroffel nieuws presenteert: 'Op de officiele website van de club verschenen mysterieuze filmpjes met hoofdrollen voor Marc van Hintum en Hans Westerhof. Ze filosofeerden over een spectaculaire aankoop.' Als blijkt dat het niet om een speler maar om een clubadelaar gaat, reageren de fans teleurgesteld. Algemeen directeur Paul van der Kraan schrijft een open brief, die begint met de zin: 'Niet iedereen begreep de grap van onze internetfilmpjes helemaal.'

Schrijnend, scherp, juist door het gebrek aan opsmuk of uitleg. Wie in Schijt leest over Vittesse, kan niet anders dan denken: dit moet misgaan, ze lijden hier aan chronisch mismanagement - en inderdaad, ze staan nu ook (alweer) teleurstellend laag op de ranglijst. Wie de passages met en over Theo Janssen leest, denkt echter, zonder dat het woord 'sympathiek' ooit valt in dit boek: wat een goedaardige, onvervangbare voetballer.

Uitgeverij VI Boeken gaf Schijt. Het laatste seizoen van Theo Janssen (en Ester Bal) uit.

Jan van Mersbergen: Lucas Bärfuss, Honderd dagen

Romans over idealisten kunnen vervelend zijn, vooral omdat het idealistische personage nu eenmaal een moraal met zich meesleept waar je als lezer liever niet mee lastiggevallen wilt worden. Elizabeth Costello is een personage van JM Coetzee dat zich verzet tegen onder andere de voedselindustrie, en dat maakt haar wel een echt Coetzee-personage, maar ook een personage dat bij mij veel weerstand oproept. Ze draagt te veel moraal met zich mee, moraal die mij ruimte ontneemt.

Idealisme wordt ook nog al weleens gekoppeld aan de scheve verhouding tussen het westen en niet-westen. Dave Eggers voerde in Wat is de wat een Soedanese vluchteling op, die in Atlanta tegen de harde werkelijkheid van de Verenigde Staten aanloopt. Goedgeschreven boek, maar ergens ook invulbaar: de westerling die laat zien hoe de verhoudingen liggen. Heel anders wordt een roman wanneer van binnenuit geschreven wordt, zoals Fiston Mwanza Mujila deed met Tram 83. Wat betreft stijl niet het beste boek over Afrika, maar wel een boek van Afrika zelf, en dat heeft toch mijn voorkeur, omdat ik dan minder moraal lees, en meer kleur.

In Honderd dagen laat Bärfuss een Zwitser met goede bedoelingen naar Rwanda vertrekken, om vervolgens gedesillusioneerd weer weg te gaan. Voorspelbaar, zou je zeggen, een verhaal dat vergelijkbaar is met het indringende Een zondag aan het zwembad van Kigali van Gil Courtemanche. Al snel prikt de lezer bij Bärfuss door dat verhaal heen, want juist de voorspelbaarheid is prettig: hij zal Afrika niet veranderen, hij zal eerder zichzelf tegen komen, in dat vreemde verre land. Nog voor hij er is gebeurt dat al. Op het vliegveld van Brussel wordt een Afrikaanse vrouw door de Belgische douane aan de tand gevoeld over haar reis. Ze wordt niet bepaald vriendelijk benaderd en de hoofdpersoon neemt het voor haar op, en dan draait de vrouw zich om, kijkt hem aan en klakt met haar tong. Een gebaar dat duidelijk maakt dat niet de ambtenaren van de douane vervelend zijn, maar dat hij hier de idioot is. En dan moet hij nog naar Kigali vliegen.

Het voorval houdt hem steeds bezig, ook in Afrika. Bärfuss heeft een boek geschreven dat het vooral van dat soort situaties en beelden moet hebben, en van goedlopende zinnen. Ik moest even door het perspectief (jaja daar ga ik weer...) heen lezen; de opzet van hoofdpersoon David die samen met de ik-verteller terugkijkt op de tijd in Rwanda voegt niet zo veel toe, vooral niet wanneer David bladzijden lang het woord neemt. Het ene moment staan ze in een keuken en klungelt David met een pollepel, op zich een leuke scène, maar in het vervolg praat hij zeker dertig bladzijden over zijn avonturen, dan kan ik zonder die pollepel.

Afrika is voor Europeanen altijd donker, onbevattelijk en vreemd, en gelukkig ook voor deze man die er veel van weet, die daar veel ziet, maar die geen moment dichtbij Afrika kan komen, ook niet als hij daar honderd dagen verblijft. Vooral die onmacht maakt Honderd dagen tot een mooie roman.

Honderd dagen is vertaald door Marcel Misset en uitgegeven door Uitgeverij Cossee.

Daan Stoffelsen: Jan van Mersbergen, De ruiter & Lisa Weeda, De benen van Petrouski

Ik las de afgelopen twee weken naast Kwaadschiks twee boeken waarbij ik de schijn van totale onafhankelijkheid niet kan volhouden. Het ene werd door collegaredacteur Jan geschreven, van het andere heb ik een eerdere versie becommentarieerd. Maar dat ik die boeken met voorkennis las, hoeft aan het hieropvolgende niets af te doen, hoop ik. Jans boek roept allemaal gedachten over perspectief op, niet voor niets Jans stokpaardje (no pun intended), maar in de eerste plaats: De ruiter is een spannend en actueel boek, waarin de denkwereld van dieren raakt aan die van misdadige loverboys en een platteland en een stad zichtbaar worden waaruit voorzieningen en een basaal gevoel van veiligheid verdwenen is. (In het kader van dat laatste is Jans antwoord op Jan Terlouw inzichtrijk, al kan ik persoonlijk de Terlouw-retoriek wel waarderen, en wil ik wel geloven in goede bedoelingen van politici.)
Maar perspectief dus: Jans verteller is een paard. Dat kwam ik eerder tegen bij Rosalind Belbens geweldige roman Our Horses In Egypt (2007), waar een veldslag tijdens de Eerste Wereldoorlog er zo uitziet, vanuit paard Philomena's perspectief dus:

'Burdock sent her straight into the fallen ... a wounded, Roman-nosed bay swerved across “A” Troop’s front and collapsed. Philomena jumped him, a bay with a white race ... for a split second, as Conker, for it was he, struggled to raise his head, she met his eye ... and Private Burdock was using his sword industriously, leaning forward to stick backs, remaining so until the blade pulled out ... not for nought, all that drill. Daggers were thrust at Philomena, and at her reins. Rifle butts reared to club her legs.'

Ik schreef er destijds bij Vooys meer over, maar het versnipperde karakter van Philomena's observaties is het ene uiterste in het dierenperspectief, het andere dat in Thea Dubelaars Sinterklaas zakt door zijn paard (2003). Daarin is er gewoon een alwetende verteller die Amerigo hele volzinnen laat hinniken. Niets menselijks is het paard van Sinterklaas vreemd.

Jan zit daartussenin, met een zeer gevoelig paard, dat luistert en ziet (zij het beperkt, Jan speelt mooi met de positie van de ogen van een paard), en voelt. Ongetwijfeld is het riskantst wat Jan doet, dat hij het paard laat voelen wat de mensen in het verhaal hebben meegemaakt, inclusief seksscènes, maar dat wil ik wel geloven. Het zijn indringende, kaal geobserveerde scènes (terwijl je zou kunnen zeggen: omdat ze als gevoel zijn overgedragen zou er ook emotie in kunnen zitten. Maar het werkt). Mijn grootste, en enige bezwaar tegen dit perspectief is dat het paard dus ook beschrijft hoe hij beweegt ('Ik doe een pas naar voren.' 'Ik sta stil op mijn plek.'). We hebben geen andere manier om dit te weten, en het is relevant, maar zou je dat van een menselijke verteller pikken, dat hij zijn bewegingen beschrijft?
Maar naarmate het paard steeds minder herinneringen voelt en vooral in het nu observeert, naarmate de actie intenser wordt, vergeet je dat, en sleurt Jan je mee als in een rolstoel achter een paard - midden in de nacht.

Bij Lisa Weeda's 'chapbook' is het perspectief eenvoudiger, Lisa zelf maakt het mee. Maar haar scènewisselingen, van ontmoetingen met leeftijdsgenoten door heel Oekraïne heen naar een doorlopende rondleiding door het Paleis van Lenin in Dnipropetrovsk, zijn heel effectief. Dat gebouw is een heel natuurlijke metafoor voor de toestand van post-Sovjetunie Oekraïne, en door telkens een nieuwe ruimte op te voeren, de een nog vreemder dan de andere, creëert ze ritme. Een mooie, uitgebreide rapportage over Oekraïne, waarin vooral deze vraag resoneert: 'Mevrouw, wat brengt ons land ten onder: oorlog of corruptie?' En dat dan aan elke vreemde vragen.

De ruiter is uitgegeven door Uitgeverij Cossee. Er staat een voorpublicatie op Athenaeum.nl. De benen van Petrovski is uitgegeven door Wintertuin.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog