, 08 December 2016

Deze week gelezen (17)

Graham Swift, Walter van den Berg, Per Olov Enquist, Chimamanda Ngozi Adichie en Bob Dylan: de redactie leest herhalingen, levensechte stemmen bij een Booker Prize-winnaar, en de juiste details en kromme zinnen bij een Nobelprijswinnaar.

*

Daan Stoffelsen: Walter van den Berg, Van dode mannen win je niet & Per Olov Enquist, Een ander leven & Chimamanda Ngozi Adichie, 'Now is the time to talk about what we are actually talking about'

Ik herlees stukken uit de indrukwekkende boeken van Walter van den Berg en Per Olov Enquist, om de alcoholist beter te begrijpen, je zou denken dat ik genoeg Advocaat van de Hanen en Kwaadschiks gehad had, maar ik begrijp het nog niet. Ernst Quispel (die verkrachting!) en Nico Dorlas (die continue woede-uitbarstingen) zijn blijkbaar te weinig sympathiek om enig begrip voor ze op te brengen. Een zwakte, ik weet het, maar die zwakte zit me niet in de weg als ik lees in Van den Bergs Van dode mannen win je niet (2013).

'Ik had de slangen een tijd niet gezien maar de slangen kwamen. Dimphy zat naast me omdat ik zei dat ze daar moest zitten en jij zat tegenover ons en het was laat en je zat te wiegen en ik zag de slangen en ik wist dat ze er niet echt waren godverdomme maar ze waren er, ze waren er en ik zei het en ze begreep me niet en ze verdiende een tik maar ik gaf geen tikken als jij erbij was, en ondertussen zag ik ze in mijn ooghoeken, die slangen die slangen die slangen en je ging maar niet slapen al zei ik het honderd keer honderd keer en jullie schrokken toen ik met mijn hand op tafel sloeg en nu ga je naar bed. Jullie schrokken.'

Het is ijzingwekkend hoe de dreiging zich opbouwt, door die aaneengeschreven zin, door de herhalingen de herhalingen en af en toe als uitroeptekens 'godverdomme', 'tikken', 'hand op tafel slaan'. Herhaling is ook een sterk stijlmiddel in de veel rustiger maar niet minder destructieve dronk in Een ander leven (2009, vertaling Cora Polet). Rijm, kernachtige korte zinnen.

'Hij wist toen al heel lang dat hij zonk.
Hij had geen illusies. Hij had geen neiging om tegen zichzelf of anderen te liegen. Het was ook niet mogelijk te liegen. Hij dronk.
Maar het was niet zo dat iedereen dat kon zien. Dat konden ze niet.
[...] Hij zonk, niet langer langzaam. Hij wist het, zij wist het. Ten slotte wist iedereen het.'

Maar zegt zo'n stijlanalyse wat over de alcoholist? Of over mij en mijn zwakte? Over literatuur?

Genoeg. Ik lees dit in mijn werkkamer, dit, deze literatuur, een afspiegeling van reële ziekte en realistisch geweld, maar ik ben er niet. Ik drink thee, ik scan mijn twitterfeed en lees Chimamanda Ngozi Adichie's 'Now is the time to talk about what we are actually talking about' in The New Yorker. Het is een aansprekend, fel pleidooi telkens die aansporing: 'Now is the time.' Het is indrukwekkend maar retoriek, grote woorden goed geplaatst, verstandig, ik kan weer niet anders dan Adichie gelijk geven.
Verandert dat iets? Wat doet dit pleidooi met mij en mijn zwakte?
Tegenover elk uitroepteken staan tien vraagtekens.
Mocht ik ooit verkiesbaar worden, stem niet op mij.

Das Magazin heeft Van dode mannen win je niet heruitgegeven in de Dode mannen-trilogie. Ambo Anthos gaf Een ander leven uit, het is nog tweedehands te verkrijgen bij Boekwinkeltjes.nl.

Jan van Mersbergen: Graham Swift, De laatste ronde

Week na week schreef ik in deze rubriek over vertellers die zich verschuilen, die weglopen tijdens dialogen, die veranderen van ik-vertellers naar derde persoonsvertellers, die heel anders praten dan mijn referentiekader – de manier waarop verhalen verteld worden aan een bar – en nu wilde ik een tegenvoorbeeld geven, dus ik bekeek de ruggen van de romans in mijn boekenkast op zolder, waar mijn favoriete boeken staan die niet naar de opslag mogen, en toen ik het grijs met de oranje stip herkende van De laatste ronde wist ik: die vertellers – want het zijn er meerdere – kruipen nooit weg, ze zitten op de eerste bladzijde in de kroeg tegen elkaar te praten en Swift verliest geen moment uit het oog verliezen dat zij de verteller zijn, en niet Swift zelf.

Hier bladzijde 35. Het gaat me om die laatste alinea, vanaf: Raysy.

Uit: Graham Swift, De laatste ronde

Zegt hij, ik zeg, hij zegt, ik krijg het toch van hem los, laten we zeggen, zegt hij, ik zeg, dan begint hij, en ik zeg, ik zeg, en hij kijkt zo’n beetje of, en ik me niet aan de spelregels hou, dus ik zeg, dan kijkt hij me, dus ik zeg, pardon, bedoel ik, dus kijkt hij vlug, dan zegt hij, en ik zeg.

Ik kan het boek nooit goed volgen, maar dat komt niet door de manier waarop hier het verhaal verteld wordt. dat is magnifiek. Deze verteller blijft de verteller, ongeacht wie er bij hem zijn en over wie hij vertelt, welke dialoog hij oprakelt. Hij vertelt.

De moeilijkheid van De laatste ronde zit hem in de personages die ik niet uit elkaar kan houden. De namen van de vertellers verspringen, ze praten enigszins op gelijke toon, en ook de plaatsnamen die soms boven de hoofdstukjes staan begrijp ik niet, maar iedere keer als ik dat boek open sla voel ik dat mij in ieder geval een verhaal verteld wordt alsof ik werkelijk de toehoorder ben van dat verhaal, desnoods aan een bar.

De stemmen zijn niet literair, het zijn volkse stemmen die zo levensecht zijn dat ze literair worden. Dat is een belangrijke route, met vooral een belangrijke omweg.

De Bezige Bij gaf in 1997 De laatste ronde uit, Rien Verhoefs vertaling van Last Orders (Booker Prize 1996). De vertaling is nog te verkrijgen bij Boekwinkeltjes. De Engelse uitgeverij, Vintage, biedt een fragment.

Thomas Heerma van Voss: Bob Dylan, The Chronicles

Eindelijk las ik Bob Dylans The Chronicles. Niet omdat ik, zoals de timing wellicht suggereert, per se iets wil lezen van Nobelprijswinnaars, ook niet om te illustreren dat die Nobelprijs voor Dylan een grote farce is. Nee, ik wilde dit boek al jaren lezen, eenvoudigweg omdat veel Dylan-nummers me dierbaar zijn, en omdat ik benieuwd hoe de man die doorgaans zo zwijgzaam is, zelfs op een podium, over zichzelf schrijft. Deze week kwam het er eindelijk van - en voor ik het wist had ik het boek uit.

The Chronicles is namelijk een uiterst toegankelijk boek. Een fijn tempo, een aangename afwisseling tussen losse scènes en beschouwelijke fragmenten, en de autobiografische vertelvorm dient als fijn houvast: Dylan weet hoe hij een verhaal moet opbouwen, en vooral welke details hij moet gebruiken. Zo komt de donkere zaal van de Gaslight, zijn eerste podium, zeer beeldend naar voren, smoezelig en verscholen, met een kleedkamer waar veel optredende artiesten kaartspelletjes met elkaar zitten te spelen. Mooi daarbij is dat Dylan zichzelf niet te veel op de voorgrond plaatst, maar tegelijkertijd zichzelf ook niet al te bescheiden wegmoffelt: 'Er waren een hoop betere zangers en betre muzikanten in die gelegenheden, maar er was niemand die deed wat ik deed,' zo staat er al op pagina 24.

De rest van deze autobiografie illustreert het gelijk van die uitspraak: we lezen hoe Dylan steeds verder opklimt in de muziekwereld, de Gaslight uit, naar steeds grotere zalen en betere platendeals, zonder overigens anders naar de wereld te gaan kijken. De grote constante is zijn totale toewijding aan muziek: de langdurige opsommingen van inspirerende teksten en artiesten - niet alleen muzikanten, ook dichters, prozaschrijvers, zelfs acteurs - zijn voor het verhaal soms wat vertragend, maar geven het geheel juist ook een zeldzame glans. Ze verraden een zeldzame liefde voor en haast encyclopedische kennis van taal, van klank. Ik kan me niet herinneren dat ik iemand zo enthousiast over muziek heb zien schrijven - zo ongeremd en overtuigend dat ik de stroeve taal zo voor lief neem ('Mijn adem bevroor in de lucht,'; 'Mijn hoofd raakte op hol.'; 'In het weekend als je in alle tenten speelde van zonsondergang tot zonsopgang verdiende je misschien twintig dollar.'). Al blijft het natuurlijk raadselachtig dat iemand die zulke zinnen opschrijft in zijn enige boek de Nobelprijs krijgt, maar dat spreekt voor zich.

The Chronicles verscheen in de vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes bij Nijgh & Van DitmarDe Engelse editie verscheen onder andere bij Simon & Schuster.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog