, 07 Augustus 2017

Zomerkamp (3)

redactie-ervaringen van Revisor-auteurs

Het is vakantie, tijd voor een Zomerkamp waarin Revisor aan haar auteurs vraagt om hun ervaringen wat betreft de redactie – een van onze speerpunten – te delen.
Vandaag deel 3: Florimond van Wassenaar.

‘Sommige woorden zijn hardnekkig. Ze zitten als het ware in het reptielendeel van het brein vastgeroest. Steeds tijdens het schrijven, duiken ze onwillekeurig op in zinnen. De schrijver heeft dat vaak niet door. De redacteur des te meer. Ik heb dat bijvoorbeeld met het woordje “je”. Toen ik een verhaal instuurde bij de Revisor werd ik daar door de redactie fijntjes op gewezen. Zo werd er bij verschillende zinnen waar “je” stond bijvoorbeeld opgemerkt “Waarom ‘je’, het ging toch om ik?” En: “Dat permanente ‘je’ werkt volgens mij niet zo goed.”

In de hierboven geschreven eerste zinnen, zitten tal van “je” mogelijkheden. “Ze zitten als het ware in je brein vastgeroest.” Of: “Steeds tijdens het schrijven duiken ze onwillekeurig op in je zinnen.” Het erge van dit je-syndroom is dat deze regels voor ik ze neerschrijf ook echt in de “je”-vorm tot mij komen. Ik zei het al, het gaat om het reptielenbrein. Daar zit dus niet alleen de vraag; ga ik aanvallen of vluchten? In dat van mij zit ook het gebruik van het woord “je” opgeslagen. Overigens naast het woord “maar” waarvan ik er bij het schrijven van dit stukje ook eentje heb weten te schrappen.

Het is dus goed om je […] tijdens het schrijven bewust te zijn van die ingesleten taalgewoontes. De lezer gaat dat namelijk zien, zelfs al is dat misschien onbewust. Een keertje “je” is geen zonde natuurlijk, maar als de lezer het bijna in elke zin aantreft, wordt het irritant. Zoals de mug die blijft zoemen op zoek naar bloed en zo een slechte nacht veroorzaakt. Lezen is ook een soort slaap, althans een vorm van bewustzijnsvernauwing. Immers de lezer schort telkens zijn oordeel “dit kan niet waar zijn, dit is fictie” in dienst van de leeservaring op. Als de schrijver zijn teksten niet geschoond heeft van zijn vaste woordgewoontes, komt de bedoelde leeservaring minder goed tot zijn recht. Dat is jammer.

Wat dan weer bijzonder is, is dat Thomas Heerma van Voss, want dat was de redacteur in mijn geval, in zijn eigen verhalenbundel De derde persoon een verhaal heeft opgenomen waar het wemelt van de je's. Waarom mag dat dan wel? Omdat de verteller in dat verhaal een heel specifiek iemand aanspreekt. Om dat te snappen is het beter om het verhaal zelf eens te lezen. En dat brengt mij bij mijn tweede en belangrijkste tip. Lezen, heel veel lezen; dat is de allerbeste schrijftip.’

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog