, 08 September 2017

Deze week gelezen: Helinski, Dibdin en Rovers

Roman Helinski, Michael Dibdin en Daniël Rovers: net voor het sluiten van de zomervakantie las de redactie de tweede roman van een sympathieke Limburger, een Siciliaans misdaadboek en een klein boek van Daniël Rovers.

*

Thomas Heerma van Voss: Roman Helinksi, De wafelfabriek

De wafelfabriek is een merkwaardig en bijzonder soepel geschreven boek — in geen enkel opzicht past het bij het soort proza dat enigszins beginnende Nederlandse auteurs tegenwoordig schrijven. Nergens psychologische ontleding op de vierkante meter, sowieso geen focalisatie vanuit een van de personages, dit hele verhaal wordt verteld door een hogere instantie. Die met een aangename vaart de geschiedenis van deze wafelfabriek omschrijft, vanaf het moment dat ene Arka Narovski ten tonele verschijnt. Een charismatische, grote man die beweert ex-militair te zijn, maar dat komen we nooit met zekerheid te weten. Zoals je eigenlijk niets over hem te weten komt. Het draait ook niet om hemzelf, het gaat om wat hij teweeg brengt: hij stookt tussen de fabrieksmedewerkers, hij prikkelt en sart ze net zo lang tot ze in opstand komen. Tegen de directeur, tegen de regelmaat der dingen.

Je kunt zeggen: dat gaat allemaal nogal makkelijk, of: we krijgen wel erg weinig mee van de psychologische drijfveren. Maar het gaat in deze roman juist om de groepsprocessen, om de massale volgzaamheid van één iemand, waarbij individuele drijfveren of beweegredenen wegvallen. Zonder dat daar een goede reden voor is volgen de medewerkers van de wafelfabriek Arka Narovski. Omdat hij overtuigend spreekt. Omdat hij zorgt voor een geluid dat ze niet kennen, verzet, voor het gevoel dat ze eindelijk het heft in eigen hand nemen. Wie wat precies denkt? Dat doet er dan niet toe. Waar de fabriek ligt? Evenmin.  Met woorden als ‘allegorie’ en ‘waarschuwing’ heb ik weinig, maar het is duidelijk dat dit verhaal – en daar ontleent het ook deels zijn kracht aan – niet gaat over een specifieke gemeenschap, over één bepaald persoon, het gaat om het groepsproces, die vreemde dwingende macht die een individu op een meerderheid kan hebben en daarna de meerderheid op een individu.

Voor de goede orde: ik ken Roman Helinski. Persoonlijk. Dat was ook een van de redenen waarom ik dit tweede boek las. Binnen 48 uur had ik het uit. Het sterkst vond ik misschien wel de opbouw: de roman bestaat uit drie delen, waarvan de eerste vooral een kalme introductie is, met alle bijbehorende geuren en kleuren van de wafelfabriek. In het tweede deel barst het verhaal los, onder invloed van Narovski, en laten de medewerkers zich meer en meer manipuleren – tot het derde deel aanbreekt, waar geen daverende climax volgt, zoals bij de meeste romans die een geijkte spanningsopbouw volgen. De wafelfabriek wordt op het einde juist rustiger, voelt enigszins aan als een fietsband waar de lucht geleidelijk uitloopt, als een aftiteling. Een dappere keuze vind ik dat: niet shockeren, niet alles extra uit de hand laten lopen, maar een stap naar achter doen. En de personages laten overzien wat ze nou eigenlijk hebben aangericht.

Hollands Diep gaf De wafelfabriek uit. Athenaeum.nl publiceerde voor.

Jan van Mersbergen: Michael Dibdin, Bloedregen

Naar Sicilië had ik twee boeken meegenomen die daar spelen. Een daarvan was Bloedregen, van Michael Dibdin, een Engelsman. Zijn vaste hoofdpersoon is Aurelio Zen, een Italiaan die in dit boek op Sicilië wordt gestationeerd. Heel mooi beschrijft Dibdin hoe de mafia werkt: het gaat niet om het geweld of de onderdrukking, het gaat om de controle van de samenleving. Privacy bestaat niet. Informatie, daar gaat het om. Wie weet wat, wie weet meer dan de ander?

Mooi is de omslachtige manier waarop een rechter, een vrouw, met een ander vrouw moet  afspreken. Zeker is dat ze gevolgd worden, want de mafia wil weten wat de rechter doet, met wie ze spreekt, waar ze uithangt, en dus probeert de rechter dit te omzeilen door haar partner via briefjes en klaarstaande auto’s en achterdeuren bij restaurants aan tafel te krijgen. Het idee hierachter: ze volgen me, maar ik heb ook mijn leven. Dat spel, dat is wat de mafia met mensen doet.

De vrouw waar de rechter mee wil dineren is de dochter van Aurelia Zen, die zelf naar Rome is gelokt door een man van Sardinië omdat zijn moeder daar op sterven ligt. Een Siciliaan die stelt dat een man van Sardinië nooit te vertrouwen is, dat vind ik wel geestig en waarschijnlijk is er vanuit Siciliaans oogpunt geen andere mening denkbaar. Die voorspelbaarheid en voorstelbaarheid maken Bloedregen tot een fijn vakantieboek.

Uitgeverij Atlas gaf Dibdin uit; Bloedregen is nog te krijgen op Marktplaats.

Daan Stoffelsen: Daniël Rovers, De waren

Ik houd van kleine boeken, maar de charme van Daniël Rovers' De waren kan ik niet goed verklaren. Het boek werd dit jaar vlak voor Valentijnsdag uitgebracht en het beschrijft drie liefdeslevens van evenveel vrienden. Vandaag zijn ze twintig jaar samen ('zo lang houden de meeste huwelijken niet stand'), maar de herinneringen die naar boven drijven - zo interpreteer ik de mozaïeksgewijs door elk van hen vertelde scènes - zijn niet aan hun vriendschap, maar aan (voorbije) liefdesrelaties. 'Vandaag zouden ze evengoed de teleurstellingen en de niet ingeloste beloften van hun twintig jaar vriendschap moeten herdenken. Al die keren dat Ricky een verjaardag vergat, al die weken dat Bob onvindbaar bleef of bezig was een verhuizing voor te bereiden, alle excuses die hijzelf verzonnen had om niet mee te hoeven helpen stapels met kleren en boeken gevulde bananendozen naar een gehuurde bestelbus te sjouwen. Wat stelde hun jarenlange band voor,' vraagt de derde vriend, Ade, zich af. Oei. Herkenbaar. Deze drie zijn geen supermensen geworden, en liefdesscène na liefdesscène bewijst dat. Toch streven ze ernaar de ware te vinden, en Rovers weet telkens treffend de tragiek van dat streven neer te zetten.

‘Hij legde zijn hand op haar schouders, liet hem zakken tot haar heupen. Een warme, zelfverzekerde hand die haar uitnodigde mee naar zijn kamer te komen, zijn naakte lichaam te bekijken, op zijn hotelbed de liefde te bedrijven. Hij was intelligent, mooi, attent, grappig en ze was in ieder geval een beetje verliefd, maar wat ze op dit moment ook voelde – voldoening, begeerte, weemoed – het verlangen om alleen te zijn en morgen uitgeslapen wakker te worden was groter dan de wens om op het onuitgesproken voorstel in te gaan.’

Zijn details en zijn beelden kloppen bovendien, dit is mooi voor een gefnuikte puberliefde: 'Het gevoel geen adem meer te kunnen halen is het gevoel dat Ade het afgelopen jaar steeds heeft wanneer hij Nicoline ziet. En als ze dan terugkijkt, zoals nu, over de rand van de bank heen, dan duwt iets of iemand hem verder onder water.' Plus: de inbedding van het boek tussen een jeugddroom van grote vriendschap en een zoete herinnering van gedrieën zwemmen zorgt voor een kanttekening bij al die pogingen tot ware liefde: is de vriendschap niet de ware liefde? (Nee, natuurlijk niet, maar anders dan andere critici geloofde ik na lezing dat niet de romantische relatie maar de platonische vriendschap door Rovers als de mooiste werd geprofileerd.)

P.S. Ooit werd er door een uitgeverijredacteur gesuggereerd de naam van dit tijdschrift te vervangen. Bijvoorbeeld door de letters te husselen (Raster/Terras, iemand?). Wij deden dat af als belachelijk, maar ergens droom ik wel van een nevenproject, een digitaal tijdschrift met een internationale redactie en alleen maar vertalingen: De Rovers ! (De i dus omgekeerd, heeft u hem?) Alleen zouden we dan nooit iets van Daniël Rovers mogen publiceren.

De waren werd uitgegeven door Wereldbibliotheek. Op Athenaeum.nl staat een voorpublicatie.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog