Lunch en borrel

Schrijfdagboek uit de rivier

Na acht romans schreef Jan van Mersbergen een thriller. Voor de Revisor hield hij bij hoe dat schrijven hem verging en laat hij de vorderingen van zijn tweede thriller zien in een nieuw schrijfdagboek.
Vandaag de achtste aflevering: een lunchafspraak met de redacteur en de uitgever, voorafgegaan door een auteursfeest.

(Lees ook deel 1: 'Begin', deel 2: 'Frederik', deel 3: 'Roman vs thriller', deel 4:  'Er gebeurt niks.', deel 5: 'Het verhaal van de boom', deel 6: 'Moeder en vader' en deel 7: 'Kippenvel'.

Na de zomervakantie was het weer tijd om mijn tweede thriller op te pakken. De tweede versie lag al een tijdje bij de redacteur, ik had voldoende ander werk tussendoor zodat ik niet in de verleiding kwam toch weer naar het manuscript te kijken, dus planden we een lunch in de eerste week van deze maand, met de redacteur en de uitgever. De lunch was op een vrijdag, de dag ervoor organiseerde dezelfde uitgeverij een auteursfeest in een bierbrouwerij en proeflokaal aan de Polderweg in Amsterdam Oost. Mijn plan: als we die borrel door konden trekken naar de lunch de volgende dag, dan hoefden we niet twee keer heen en weer te fietsen.

Bij zo’n auteursfeest verzamelen zich tientallen schrijvers, redacteuren, boekhandelaren, uitgevers, publiciteitsdames en ik dit geval opvallend veel schrijvers die bij een andere uitgeverij hun boeken uitgeven. Zal te maken hebben met de uitnodiging voor de schrijvers die aan het boek van Auke Hulst meegeschreven hebben. Ik hou erg van dit soort borrels. Schrijvers die in de media verkondigen dat ze slecht tegen het gezelschap van andere schrijvers kunnen, die zelfs stellen dat ze dit ontlopen of er misselijk van worden, hebben een behoorlijk omvangrijk persoonlijk en sociaal probleem waar in het geijkte verhaal het schrijverswereldje de schuld van krijgt. Mijn stelling: zo’n borrel met collega’s is erg prettig want je hoeft niet uit te leggen wat je doet. Heel vaak krijg ik de vraag: Wat doe je nou de hele dag? Bij een schrijversborrel weten de meeste mensen wel wat ik doe en geeft dat de mogelijkheid gewoon over voetbal of de kinderen of carnaval te praten.

Gesprekstof voldoende. Karin Amatmoekrim vroeg me: Hebben wij soms een kind? Dat is zeker niet het geval, maar wel een interessante vraag. Eenvoudige woorden die vertwijfeling en tegelijk lading brengen, en vooral de vertwijfeling in haar ogen bij het stellen van die vraag maakte indruk op me. Wat nou als ik gewoon ja zeg? Hoe lang zou ze in dat idee mee gaan? René Appel informeerde naar mijn voetbalcarrière, die nu toch echt voorbij is. Henk Spaan en Herman Koch spraken over de bokswedstrijd van de eeuw die vorige week plaatsvond en natuurlijk gewonnen werd door de echte bokser en niet door de favoriet van de zoon van Koch: een Ierse kooivechter. Anne Gine Goemans vertelde me dat de Woutertje Pieterse Prijs in zwaar weer verkeert en we rekenden uit wat het zou kosten om samen die prijs over te nemen. Afgelopen jaar was Goemans een van de juryleden, ik was haar voorganger. Verder kostte het me veel moeite om Octavie Wolters’ stelling dat de mensen in Limburg van nature erg hartelijk zijn te weerleggen; in sommige gevallen maken familiebanden en gesloten vriendschappen in het zuiden sociale omgang stug en stroperig en gelukkig had ik voldoende verhalen paraat om dat te illustreren. Ter afsluiting zei ze: Tiswat.

Voor de redacteur en de uitgever was er die middag geen tijd. De uitgever hield een toespraak, staand op een traptrede, de redacteur zei ik bij het weggaan gedag en tot morgen. Ik moest overigens vroeg weer vertrekken omdat mijn vriendin naar tennisles moest en ik de zorg voor onze baby op me zou nemen, een klein detail. Geen borrel die overging in een lunch dus, maar gewoon de volgende dag weer naar Oost, voor een tosti.

Toen ik in 2001 voor het eerst in contact kwam met een echte redacteur van een echte uitgeverij moest ik erg wennen aan dat lunchen. Broodjes eten is meer iets wat ik tussendoor doe, of mijn kinderen of vriendin moeten thuis zijn, dan willen we nog wel eens de tafel dekken, maar dat voelde vaak als tijdrovend. Inmiddels heb ik daar wel de rust voor en benut ik die gedekte tafel om even afstand van mijn werk te nemen, dat is erg belangrijk. Een lunch buiten de deur is anders omdat je met een broodjeszaak of restaurant te maken hebt, met muziek, met bediening, met een kaart waar broodjes op staan die veel te klein en veel te duur zijn, met de honger die blijft.
Deze lunch was ter ere van een nieuwe thriller, mijn tweede. Dus bespraken we dat boek. Verhaal, karakter, spanning. Alles heel kort, want vooral bespraken we de flaptekst, het omslagbeeld, de markt waar het boek ingezet ging worden. Op die momenten heb ik meer aandacht voor mijn broodje. Ik schrijf, de uitgeverij zorgt voor de randvoorwaarden en de positionering in de markt.

Waar we over ook spraken: het gebruik van mijn pseudoniem, de ontvangst van de eerste thriller, de aankomende thrillerprijzen waar dat boek aan meedoet. Kletsen over boeken is associatief: het schiet van het ene onderwerp naar het andere, net zoals de gesprekken bij de borrel dat deden. Redactie volgt nog.
Thuis opende ik het document met de thriller, ik las een paar bladzijden en koppelde de tekst aan de tosti.
Smaakte verrassend goed.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog