, 15 September 2017

Deze week gelezen: Cognetti, Verbogt, Ruskovich

Paolo Cognetti, Thomas Verbogt, Emily Ruskovich: de redactie las een bijzondere roman met sterke natuurscènes en af en toe wat kitsch, een idylle met hamerpassages, en een mijnboek met te veel gevoelsduiding.

*

Thomas Heerma van Voss: Paolo Cognetti, De acht bergen

‘Mijn vader had de pest aan skiërs, hij wilde absoluut niets met ze te maken hebben: hij vond het niet kunnen dat mensen voor de lol over een door bulldozers geëgaliseerde en met een gemotoriseerde kabelbaan uitgeruste heling een berg afdaalden zonder zich eerst de moeite te hebben getroost die te beklimmen.’

Een bijzondere roman, dit net door Yond Boeke en Patty Krone vertaalde werk van de Italiaanse Paolo Cognetti.

De acht bergen werd in Italië schijnbaar bedolven de goede recensies, het won de Premio Strega 2017 en wordt nu al in meer dan dertig landen vertaald – en na het lezen van de roman meen ik wel te begrijpen waarom. Het verhaal heeft een aangename vaart die nergens overloopt in oppervlakkigheid, er staan prachtige scènes in (zeker die gesitueerd in de natuur) hoofdpersoon Pietro (de ik-verteller) komt goed uit de verf, evenals de band met zijn natuurverslaafde vader en met zijn dierbare jeugdvriend Bruno, en, ook knap: Cognetti durft grote sprongen in de tijd te maken, De acht bergen beslaat een periode van decennia en is daarmee behalve een verhaal over de natuur ook een verhaal over opgroeien, over je plek vinden in een veranderend en steeds meer stedelijk Italië.

Wat ik precies van alle wendingen en de hele opbouw vind moet ik nog op me laten inwerken, maar nu weet ik wel al dat ik overtuigd ben van Cognetti’s toon en opzet. Mijn enige bezwaar: heel af en toe zit zijn schrijfstijl tegen het expliciete aan, hij heeft soms de neiging de gevoelens van het hoofdpersonage iets te veel uit te schrijven (en daarbij sluipt er een enkele keer zelfs iets kitscherigs in zijn stijl, maar dat terzijde). Dan schrijft hij bijvoorbeeld halverwege: ‘ik [had] het idee dat ik hier de bergbeschaving had teruggevonden die bij ons was uitgestorven.’ – terwijl dat allang duidelijk is. Want dát kan Cognetti juist jaloersmakend goed, invoelbaar maken wat het contrast is tussen Pietro’s leven in de stad en in de natuur, en hoe de band tussen Pietro en zijn vader én die met zijn beste vriend meer en meer gaan samenhangen met grote trektochten over de Italiaanse bergen. Het zijn de beste stukken uit deze roman, vol zintuiglijke terzijdes, waarin heerlijk zintuiglijk wordt beschreven hoe de natuur ruikt en oogt en verovert, dat laatste nog het meest.

Dat proza deed me soms, hoe verschillend de verhalen verder ook zijn, denken aan David Vanns Legend of a Suicide: dezelfde dwingende kracht, dezelfde overrompelende werking van bossen en uitgestrekte vlaktes en buitenlucht. En net als bij David Vanns las ik het boek binnen twee dagen begeesterd uit, en ben ik er in gedachten nog allerminst klaar mee.

De Bezige Bij gaf De acht bergen uit.

Daan Stoffelsen: Thomas Verbogt, Hoe alles moest beginnen

Het is altijd warm bij Thomas Verbogt. Klopt dat? Ik weet het niet, het zal een indruk zijn die vaker onjuist is, maar ik herinner me van zijn boeken meestal de warme sfeer, lieve meisjes, onschuld. In ieder geval bevestigt het begin van Alles moest beginnen dat: de ik heeft een vriendinnetje, Licia, en ze delen alles, ze zeggen mooie wijze dingen, fantaseren, zijn samen de hele wereld. Ze geven elkaar briefjes mee voor in de klas - zij op de ene, hij op de andere school. Twaalf zijn ze als ze afscheid moeten nemen.

Er zit een prachtige scène in, uitgesponnen als bij A.F.Th. van der Heijden of Philip Snijder, elk detail wordt opgeslokt door de ik, geanalyseerd, volgende stap. Licia is ziek.

'Licia ligt met haar gezicht naar de muur, het laken en de deken zijn gedeeltelijk van haar af gegleden, haar rug is naakt en glanst van het zweet en is gebogen alsof ze ergens voor weggedoken is. Ik pak de stoel die bij haar bureau staat en ga voor haar bed zitten. Ze haalt regelmatig en zwaar adem.'

Het is bijna erotisch, al zal de jonge Thomas (zo heet de ik) het niet zo voelen, maar ongetwijfeld vindt dat zijn weerslag jaren later. Nu mijn ergernis: Verbogt benoemt al het andere wel. Niet de spanning, maar het geluk.

'Ik zeg wat mijn vader laatst vertelde, dat het moeilijk is te zeggen wat geluk precies is. Je kunt er nauwelijks over praten.'

Ik vind dat goed gezegd, beetje omslachtig, maar 'dat het moeilijk is te zeggen' volgt de volgorde van de directe rede, dat is heel naturel, en het woord 'nauwelijks' drukt een terechte onzekerheid uit. Ja, 'alleen maar voelen kun je het', zegt Licia. Dat voorbehoud is niet algemeen in deze roman. 'Herinneringen aan kleine momenten kunnen die groots maken. Soms krijgen ze in herinneringen pas het belang dat ze verdienen, het belang dat ze zíjn,' schrijft Verbogt amper drie zinnen verder. Een soort metafysisch gebrabbel dat geen inzichten oplevert, niets verklaart, niets interessanter maakt. Het gaat verder:

'Het regende licht, die ochtend aan de Bisonbaai. En ik was gelukkig. Dat weet ik zeker, omdat wanneer ik me gelukkig voel, die momenten er onmiddellijk ook zijn. Momenten van geluk, die altijd kort duren, trekken eerdere momenten van geluk meteen naar zich toe.'

In deze twee pagina's komen heel veel momenten, heel veel geluk en heel veel regen van licht langs. Dat creëert een sfeer, maar ik word er ook kriegelig van: dat gehamer op iets vaags klinkt vooral hol. Bovendien: welke momenten zijn er dan onmiddellijk? Deze stelling over momenten van geluk is moeilijk te doorgronden. Er is nog een probleem: wie vertelt dit? Een twaalfjarige vergeef je veel, maar een volwassen verteller die toch beter kan weten dan zwelgen in dromen, die moet toch beter weten? (Of is dit een principieel Verbogt-bezwaar, heb ik hier mijn onbevangenheid mee opgegegeven?) Ik ben op de helft van deze roman, en Verbogt heeft wat goed te maken - maar gaat hij me nog echt verrassen? Alleen de herleving van de droom, een gewaagde zet, zou écht anders zijn.

Hoe alles moest beginnen is verschenen bij Nieuw Amsterdam.

Jan van Mersbergen: Emily Ruskovich, Idaho

Vertaler Peter Bergsma weet dat ik van Amerikaanse boeken hou die niet in de steden spelen, dus nog voor Idaho van Emily Ruskovich verscheen wees hij me op deze roman, die hij zelf vertaalde. Afgelopen week bestelde ik het boek en werd ik getroffen door de onheilspellende sfeer maar ook door de overdaad aan gevoel in veel zinnetjes die me duidelijk maakten dat een Amerikaans countryboek dat door een man geschreven is toch echt iets anders is dan dit boek, geschreven door een vrouw. Er zijn schrijvers – vrouwen – die zich ijzersterk aan dit vreselijke cliché onttrekken, zoals Annie Proulx, maar die zijn jammer genoeg in de minderheid en Ruskovich zoekt bij die minderheid geen aansluiting.
Eerst het prachtige omslag: pronkstuk van uitgeverij Atlas Contact, gemaakt door Nanja Toebak. Het mag wel eens vermeld.

Achterop het boek een quote uit de New York Times: ‘Een hartverscheurend en prachtig boek dat lezers zal doen denken aan Marilynne Robinsons Een huishouden.’ Ik heb het op moeten zoeken, want schrijver en titel waren mij onbekend, maar Een huishouden is een debuut uit 1980. Vrijwel door iedereen al lang vergeten. Een quote die daarom meer over de Amerikaanse krant gaat waar hij in stond dan het boek waar het naar verwijst. New York Times, dan zal het wel goed zijn. Of misschien staat de quote op deze roman omdat Robinson in Idaho geboren is. Dat zou passend zijn, maar zet dat er dan bij.

Dan het verhaal, dat is heel eenvoudig en sterk. Ann is getrouwd met Wade, een man die aftakelt, die zijn herinneringen kwijtraakt. Er is iets dramatisch gebeurt met zijn vorige vrouw Jenny en zijn twee kinderen, wat precies blijf natuurlijk lang onduidelijk, maar dat drama ligt in iedere scène, in iedere zin. Ann probeert zich vast te klampen aan de herinneringen die haar man verliest, en omdat die herinneringen grotendeels spelen in zijn vorige leven komt ze eigenlijk in contact met zijn ex-vrouw, die ze nooit gekend heeft.
Prachtig gegeven, dat mooi opgebouwd wordt door scènes waarin duidelijk wordt die deze Wade niet helemaal meer op het paadje zit. Zo zaagt hij tientallen kattenluikjes in hun huis omdat hij een zwerfkat gevonden heeft. ‘Dan kan ie erin en eruit.’ Een mooi beeld: in het donker schijnt er door al die luikjes licht naar buiten. Het kost Ann flink wat moeite om al die gaten weer te dichten en toch houdt ze juist hierdoor van haar man, van de onbeholpenheid die over hem gekomen is.

Een andere zin die erg dreigend is gaat over het eerste gezin van Wade dat bestond uit hemzelf, zijn vrouw en May en June, hun kinderen, en ook gaat de zin over een muis die in een truck woonde, aan het begin van het boek: ‘Die muis had waarschijnlijk de hele winter in een truck gebivakkeerd tijdens dat laatste jaar dat Wade met Jenny was getrouwd, dat laatste jaar dat May nog leefde en June nog veilig was.’ Je weet dat Jenny vastzit voor moord, je weet niet wat er precies gebeurd is, je weet dat June toen nog veilig was. Verder vertelt Ruskovich niks, en dat is erg treffend. Het zet aan tot verder lezen, het is mooi gedoseerde spanning, en vooral emmert ze in deze passage niet eindeloos over het gevoel dat bij hoofdpersoon Ann woelt en doet.

Dat doet ze even verderop namelijk wel. Het lukt Ruskovich niet zich vast te houden aan beelden en scènes die indringend zijn, en invoelbaar. De valkuil van schrijvers die gevoel over willen brengen: dat gevoel benoemen en omschrijven. Idaho is dan niet alleen een Amerikaanse staat of de plek waar ze wonen, als het gaat over de grote Sunshine Mine in Idaho waar ooit brand was staat er: ‘Dan kon Ann haar ogen dichtdoen en Idaho geen plek maar een gevoel laten worden.’

Daar gaan we.

Die mijn is gewoon een mijn, en aan zo’n plek kleeft geweldig veel gevoel maar niet wanneer een vrouw haar ogen sluit om allerlei onduidelijks te zien. Bassie van Adriaan noemden dat: even aan de binnenkant van mijn ogen bekijken. Hij noemde het geen gevoel, zelfs deze clown dacht in beelden.
Er zijn voorbeelden genoeg van schrijvers die de mijnen aanhalen. Kevin Canty laat in De onderwereld, zijn roman over een mijnramp, een flink aantal personages worstelen met die dramatische gebeurtenis, maar hun ogen sluiten en voelen doen ze nooit, ze houden hun ogen juist open, en juist dat maakt zijn verhaal sterk. Colum McCann schrijft in Laat de aarde draaien over de tunnelbouwers van New York, echte mensen die meer graven dan voelen, althans, McCann begrijpt dat hoe meer hij die personages laat graven, hoe sterker het gevoel van deze mensen bij de lezer aankomt. Een oude truc die vrijwel altijd werkt als de verteller van het verhaal de schrijver zelf is, een derde persoon.

Laat maar zien, Ruskovich, wil ik bij al die zinnetjes zeggen waarin ze tracht gevoel te duiden. Of eigenlijk wil ik de oude truc doorvertellen aan haar redacteur, die misschien wel vijftig procent van dat gevoel geschrapt heeft, maar dan nog te veel heeft laten staan.

Na een sterke scène waarin een leerling van lerares Ann zijn been verliest: ‘Ze bracht zo veel tijd door in haar lokaal dat het als haar echte huis begin te voelen.’
Mijn dochter van tien zegt ook soms dingen als: ‘Het voelt nog helemaal niet alsof het middag is.’ Dan heeft ze de hele ochtend uitgeslapen. En dan zeg ik: ‘Tijd lees je af aan de klok.’
En ook: ‘Ann voelde zich niet prettig in het appartement...’
Of: ‘Ze klampte zich een beetje aan deze eenzaamheid vast.’

Die zinnen vernietigen de gevoelsoverdracht. Het sterkste beeld van deze passage is ‘de zwarte halvemaantjes die Eliots kruk op het getrapte podiumpje achterliet ontroerden haar, als stempels van zijn leven op het hare.’

Die ontroering kan prima achterwege gelaten worden, in deze zin, want het beeld van de afdrukken van zijn krukken is heel mooi en brengt die ontroering wel over. Die stempels neem ik wel op de koop toe.

Er zijn te veel stukken waarin Ruskovich maar door en doorgaat over dat gevoel, zoals na de scène waarin Wade aan Ann vertelt wat er allemaal in zijn vorige leven gebeurd is en daarna nooit meer op dat verhaal terugkomt: ‘Waarom zou hij, nadat de lucht die ene keer was geklaard, nadat hij voelde dat hij alles had gezegd wat hij verplicht was te zeggen? Maar zij had het gevoel dat het verhaal overal om haar heen voortleefde...’ Dat is omslachtig, uitleggerig en gemaakt emotioneel. Schoolvoorbeeld van hoe proza minder sterk wordt door te veel te vertellen over iets vaags en te weinig over concrete handelingen of dialogen.

Een bladzijde verder, ik raakte er echt door geobsedeerd: ‘Ze voelde June onwaarschijnlijke toekomsten doorlopen.’ Ook omslachtig, want Ann kan ook het meisje June die verre toekomsten zien doorlopen, en Ruskovich kan vertellen hoe zoiets er dan uit moet zien, in beelden, en juist het ontbreken van heldere beelden in zulke passages maken Idaho gemakzuchtig. Beelden zoeken is moeilijk, even gauw iets vaags vertellen en de lezer aan een slap handje meevoeren is de gemakkelijke weg.

Bladzijde verder: ‘Zodra Ann de telefoon in haar slaapkamer neerlegt, voelt ze zich overmand door schuldgevoel.’ Waarschijnlijk was alleen het neerleggen van die telefoon, die handeling, voldoende om dat schuldgevoel op de lezer over te brengen.

Weer verderop: ‘Maar het is geen dankbaarheid wat ze voelt.’ Deze expliciete vervelende zin gaat vooraf aan een passage waarin Wade een lemmet geeft aan Ann, een eigengemaakt lemmet. Het maken en geven, daar gaat het om. Had Ann haar mannelijke karakter gevolgd, die niet voor niets zwijgzaam is over zijn verleden, dan had ik een fijne scène over het maken van messen kunnen lezen. Nu lees ik over een piekerende vrouw en begrijp ik steeds beter de mensen in haar dorp die haar met een scheef oog aankijken, wat waarom is zij bij die man gaan wonen die zijn kinderen heeft verloren? Interessante vraag die niet omgezet wordt in overdrachtelijk proza.

Door dit gevoelsdetail, waar ik erg op gespitst ben, blijft Idaho niet overeind. De personages groeien langzaam, worden completer maar de drive om verder te lezen ontglipte me, ook al is het verhaal op een gegeven moment duidelijk en krijgt de emotie achter het verhaal dan soms de ruimte, dan komen er wel beelden, en komt er overdracht. Dat gebeurt helaas op deze vierhonderd pagina’s te weinig.

Atlas Contact gaf Idaho uit. Op Athenaeum.nl staat een voorpublicatie.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog