19 Oktober 2017

Een rooie actrice

Vandaag, op de tiende sterfdag van Jan Wolkers, verschijnt Het litteken van de dood, de 1.168 pagina's tellende biografie van Onno Blom over de beeldhouwer-schilder-schrijver. Jan van Mersbergen pakte zijn exemplaar van Turks fruit uit de kast, zijn favoriete Wolkers, en schreef een persoonlijk verhaal over afscheid nemen, en vooral over het leven.

Het boek dat het langst op mij heeft moeten wachten was Turks fruit. Zeker twintig jaar. Dat kwam door de film, ooit door mijn ouders van televisie opgenomen op vhs. Een sticker van BASF op de rug met de titel erop. Het sleperige geluid van het terugspoelen. Een herkenningsmelodie die nu nog steeds onlosmakelijk met de film verbonden is, en aan het boek, en aan Amsterdam, want iedere keer als ik op de Vijzelstraat, de Raadhuisstraat of de Albert Cuyp fiets, en tramrails schuin oversteek of op de markt voor een wagen van de vuilnisophaaldienst rij, dan hoor ik Toots Tielemans de tonen blazen die film zo behapbaar maakten, en sfeervol. Ik keek de film heel vaak omdat ik de ontroering aan het einde wilde voelen, als Olga in het ziekenhuis ligt. Ik keek als scholier naar de film omdat de eerste paar scènes levendige brutale seksscènes zijn die misschien in Amsterdam wel echt bestonden. Terugspoelen. Vooruit draaien. Ik wilde naar Amsterdam, naar de universiteit. Achterop de stofomslag van mijn Turks fruit geen tekst of portret van Jan Wolkers, ook geen blote vrouw, alleen een lelijke rode trui met daarop MISSOURY UNIVERSITY. En in het logo een jaartal. MDCCCXXXIV. 1839. Ik keek naar de film omdat Erik een kunstenaar is die beelden maakt. Ik wilde ook beelden maken, alleen niet van brons of hout of verderop in de film, als hij en Olga al uit elkaar zijn, van barbiepoppen en ander plastic waar hij de gasbrander op zet. Het boek las ik niet. Het kon mij niets brengen dat de film me nog niet gebracht had, meende ik. Een vergissing natuurlijk, waar ik me steeds van bewust was, maar die moed vereiste om zelf te lijf te gaan. Moed om te gaan lezen. De film kende ik scène voor scène uit mijn hoofd, het boek kon alleen maar tegenvallen. De film was zo goed, het moest de enige Nederlandse boekverfilming zijn die wel tegen het eigenlijke boek opgewassen was. Maar ik ging toch lezen, veel later, toen ik een schrijvende kunstenaar in Amsterdam was die zijn leven met een kunstenares vaarwel had gezegd. Dat was Olga uit de film. ‘Dat prachtige rode haar, waarvan ik al gevraagd had of het echt was.’ Ik durfde nog lang geen kunstenaar te zijn zoals Erik, ik durfde me wel te verliezen in deze rooie actrice. Nooit gevraagd of haar prachtige rode haar wel echt was. Ik ging lezen om niet alleen van de film af te komen maar ook om van de actrice af te komen. Ze was weg, ze was er nog. Een zwart boek, gekocht in maart 1993, nog voor ik de rooie actrice kende, en al die tijd lag het te wachten in zijn donkere stofomslag met de rode trui en de opvallende typografie op de voorkant: de rood met groene letters, net zo blokkerig als de tekst.

Destijds schreef ik in ieder boek dat ik kocht, meestal tweedehands, de maand en het jaartal. Ik had haar al vaarwel gezegd, maar ik was er nog niet vanaf. De boeken die ik geschreven had lagen in de gracht, mijn complete oeuvre. Door haar erin gegooid. Turks fruit stond nog op een van de planken in mijn werkkamer, in zijn zwarte stofomslag. Gespaard, tussen andere meesterwerken op een hoge plank. De werkkamer verder in puin. De spiegel die het hok wat groter moest doen lijken in scherven op de houten vloer. De muziek van de film klonk allang niet meer in die vernielde werkkamer. De ex boos. Ik sliep twee maanden bij een vriend aan de 1ste Kostverlorenkade waar grote vrachtschepen langs het raam schoven. Daarna naar een nieuwe woning. Gebeurt dat in Turks fruit ook niet? vroeg ik me af toen ik de dozen met boeken naar beneden takelde tijdens de verhuizing, en Wolkers opdook in een bananendoos, de bovenkant van die dozen altijd open. Volgens mij wel, maar in dat verhaal was zij het die van het padje af raakte en weg ging. Alweer boeken? riep een van mijn vrienden vanaf de straat. Hij stond beneden aan het touw. Heel veel boeken ja, allemaal moesten ze zijn busje in. Op een van de laatste dozen stond: KEUKEN. Daarin zaten kookboeken. In Turks fruit staan dikke vette hoofdletters. Klein kapitaal. Daar kwam ik achter, dat vertelt een film niet. IN GOD WE TRUST. Allerlei andere Engelse teksten in kapitalen. En geen enkele inspring, witregel, of alinea. In een moordend tempo vertelt Wolkers in blokkerige volle pagina’s zijn verhaal over Erik en Olga, kriskras door de tijd. Ik las het boek in bed. Dat was in mijn nieuwe huis eigenlijk alleen een matras op een lattenbodem. Alles laag bij de grond. De scène tijdens het carnaval zoek ik op. In de film jat Erik een bontjasje van een stevige vrouw die roept: ‘Mijn bontje mijn bontje mijn bontje.’ Het Limburgse carnaval hielp mij enorm om weg te komen van mijn rooie actrice en mijn gezin. Erik komt zijn Olga juist tegen na een rampzalig verlopen kunstproject in Zuid-Limburg en Wolkers laat zijn verteller denigrerend praten over deze provincie en dit grootse meerdaagse religieuze openlucht volksfeest. Erik probeert liftend naar Amsterdam te komen en wordt ‘ergens in de buurt van Roermond’ bijna van de sokken gereden door de roodharige Olga. Ze krijgen een ongeluk en Erik krijgt van haar ouders de schuld, maar de liefde is geboren. Het verhaal ook. Achteraf verteld. ‘Ik was aardig in de rotzooi terechtgekomen nadat ze bij me weggegaan was.’ Treffende opening. In het eerste hoofdstuk zijn naast al die vrouwen die in de film een dominante plek hebben gekregen – want daar zijn scènes van te maken – vooral de zintuiglijke beschrijvingen van schimmel me bijgebleven.

Niet voor niets. Het bouwvallige huis aan de Stadhouderskade waar mijn actrice woonde en waarbij ik introk en waar onze zoon geboren werd was zo lek als een mandje. In de gang op de bovenste verdieping hingen vuilniszakken aan het plafond die schuin afliepen en zo een binnengoot maakten. Aan het uiteinde een touw waar het water langs naar beneden kroop, een emmer in die vlak voor de pleedeur stond waar ik hem kon legen. Ik las Turks fruit en was weer in dat huis. In de film is het ergens in de buurt van de Zuidelijke wandelweg, de kunstenaarswoning van Erik waar ze hun fiets simpelweg tegen de gevel knallen en naar binnen gaan. Toen ik nog in Brabant woonde vroeg ik me al die seksscènes af of ze niet beter dat fietsje op slot konden zetten, toen ik aan de Stadhouderskade woonde reed ik zelf mijn fiets de gang in, muf van het vocht en de tegels scheef doordat het zand eronder was weggestroomd, ook door lekkage, maar goed genoeg als fietsenstalling. Ik was ook aardig in de rotzooi terechtgekomen toen ik was weggegaan. Ik had geen huis, zag mijn kinderen alleen even na school, had geen werkplek buiten een logeerbed en de openbare bibliotheek. Ik had wel een ongelofelijk druk jaar, rende van de ene klus naar de andere, van de ene kroeg naar de andere, en volgens mij sliep ik iedere nacht maar een uur of vier. Ik had amper tijd om in de spiegel te kijken. Erik doet dat wel. Hij noemt zijn eigen gezicht een ploertenkop. Zo in de spiegel durven te kijken, met dat vertrouwen, dat biedt voor even afleiding maar moet niet lang duren. Een jaar, hooguit. In Turks fruit gaat het op een gegeven moment beter met Erik omdat hij zijn rust vindt in zijn werk en in de zorg voor een manke zeemeeuw. Olga noemt haar liftende Erik meteen in die eerste scène ‘liefste’. Benoemen wat je tegenkomt, benoemen wat je voelt, op dat moment. Dat is eng. Dat vraagt lef. ‘Ze beschouwde me dus niet zomaar als een dekhengst die ze er wel even op kon zetten.’ Opvallend ook dat juist een Engelstalige man na het auto-ongeluk Erik en Olga vindt. ‘Can I help you, sir?’ vraagt hij als Erik met zijn rooie meisje in zijn armen naast het autowrak staat. Engels, Duits, Frans, Wolkers laat alle talen passeren, alsof hij met opzet een internationaal boek wilde maken. Een liefdesverhaal, met een klassieke lastige Hollandse schoonmoeder die Erik verkettert vanaf het eerste moment en die tegenwicht krijgt van de vader van Olga: ‘Ach mens, wat zal je je druk maken om zo’n stukkie blik.’ Ik kreeg geen ongeluk, wel een nieuwe liefde die de rooie actrice deed vervagen. Verleden krijgt pas een plek als het door het heden ingehaald wordt.

Steeds terugschakelen naar het verhaal, in brokken ritmisch proza, dat doet Jan Wolkers, in klare taal die vooral genegenheid draagt: ‘Ik kroop bij haar, deed het laken luchtig over ons heen, en toen begon voor ons de nacht.’ Ik weet nog dat ik op een ochtend wakker werd en er een stilte en rust om me heen was die eindelijk eindelijk eindelijk sterker was dan die herinneringen aan de rooie actrice. Naast me heel zachtjes de ademhaling van mijn nieuwe liefde tegen het kussen, rustig en fris en totaal het tegenovergestelde van die gekmakende gekte die ik zo goed had leren kennen en die heel geleidelijk in haar geslopen was, zoals dat ook Olga overkwam. Zij kreeg iets in haar hoofd, een tumor, een bloeding, ik weet het niet meer precies. Na de operatie zat er een luikje. ‘Wat was er gebeurd. Met haar, met Olga. Wat was er veranderd in de loop der jaren. Of was ik blind geweest voor iets dat er altijd al was.’ Vragen stellen zonder vraagtekens. Wolkers doet dat bewust omdat de vertelling de vragen in zich heeft en de bladspiegel geen vraagtekens nodig heeft. Ik was ook blind. Ik had mijn schoenzolen uit de klei getrokken en ging naar de stad en hoorde daar de harmonica over de tramrails zingen en een liefde die geweldig begon, veranderde zo sluimerend langzaam dat ik pas wist dat er iets veranderd was toen ik tijdssprongen van jaren terug maakte. Toen we elkaar ontmoetten. Toen Ajax de Champions League won. Nu ik weg was. Erik vertelt over wraakzucht. Met een ijzeren staaf slaat hij de hersens in van Olga’s nieuwe liefde. ‘Een mens is gemeen. Ik trok alle registers open.’ Gemeen is relatief. Ik kreeg de schuld, natuurlijk, maar enkel vanuit haar kamp. Zij had geen hoofd om op te slaan dus vernielde ze zijn werkkamer, gooide mijn boeken in de gracht, ik zag ze drijven vlakbij het Rijksmuseum. Vrienden van me vertelden later dat ze al die tijd wel voelden dat er iets niet goed dat, dat ik het zwaar moest hebben, vooral toen de kanker zich tussen die rooie en mij in probeerde te dringen en zij nog om net even wat meer aandacht durfde te vragen. Ik vroeg niks. Ze zeiden niks, die vrienden. Ik ook niet. Kunstenaars zeggen heel veel, maar dat was ik nog niet en zelfs mijn personages weten maar moeizaam vertellers te worden. Erik is een van de beste vertellers uit de Nederlandse literatuur. Vlot, slim, speels, ritmisch en niet sentimenteel over zichzelf en de luisteraar. Het gaat regenen en onweren als ze van een dierenarts die hun kat moet opereren slecht nieuws horen, een cliché maar bij Wolkers’ tekst niet want hij is zich ervan bewust en voegt eraan toe: ‘Alsof er weer behoorlijk gemickymoused werd in een dramatische B-film.’ De rooie actrice liet een cavia met longontsteking opereren, voor vierhonderd euro.

In de dierenwinkel kostte een cavia een euro of zeven. Olga haalde duiven van de pluimveemarkt op het Amstelveld, waar mijn uitgeverij gevestigd is. Uitzicht op de Kaukasische vleugelnoot die er ook al stonden toen Olga daar liep. Ik haalde met de actrice drie krielkipjes op de Noordermarkt. Ieder jaar broedde een van hen kuikentjes uit. Dieren die staan voor sentiment, ook in een roman werkt het goed. Ik herlees de roman nu en bij de passage over de vakantie naar Ameland kleeft een rode haar tussen de bladzijden 118 en 119 Het maakt niet uit dat wij naar Vlieland, Terschelling en Schier gingen. Op Ameland vonden ze een klein bergeendje. Geen sentiment, gewoon voor zorgen, voor dat diertje. Informatie inwinnen. ‘In het postkantoor van Nes belde ik meteen een bioloog op die zei dat ze wel in leven te houden waren met stukjes verse vis en garnalen. Maar dat ze ’s nachts moederwarmte nodig hadden.’ Dat geldt voor iedereen. Voor de meeuw waar Erik ook nog voor zorgt als hij weer alleen is. Ook voor hemzelf. Ook voor...

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog