, 10 November 2017

Deze week gelezen: Mutsaers, Lanoye

Charlotte Mutsaers, Tom Lanoye: de redactie kijkt terug naar het interview met Lanoye en vooruit naar dat met Mutsaers, en leest een actuele monoloog over terrorisme vanuit moedersperspectief en een pijnlijk intieme roman over een broer. (Plus: de ECI Literatuurprijs-winnaar werd door ons heel wisselend besproken. Lees Jan & Daan over het boek.)

*

Thomas Heerma van Voss: Charlotte Mutsaers, Harnas van Hansaplast

Na de afgelopen weken is het haast onmogelijk geworden om iets over Harnas van Hansaplast te schrijven of te zeggen zonder ten minste zijdelings de recente Mutsaers-controverse te bespreken, en daar valt natuurlijk ook genoeg over te zeggen: de hele situatie is een bijzonder vreemd, ongemakkelijk samenraapsel geworden van onbegrijpelijke en onbegrepen standpunten, van heftige en extreem overtrokken reacties (ik tuimel eerlijk gezegd van de ene verbazing in de andere). Maar omdat dit een leesrubriek is – en ook omdat ik zoals zo vaak denk: wat heb ik er nu nog aan toe te voegen, aan alle meningen en klanken? - beperk ik me hier tot mijn bevindingen over de roman zelf: Harnas van Hansaplast is een geslaagd boek, zonder meer. Levendig, speels, bij tijd en wijle werkelijk ontroerend. Een boek dat, zoveel mag duidelijk zijn, al dan niet terechte of bedoelde relletjes eromheen helemaal niet nodig heeft.

Het verhaal draait om een jongere broer van de ik-figuur, die we trouwens gerust Charlotte kunnen noemen. Zijn naam: Barend. Hij is net overleden, helemaal aan het begin van de roman al, en samen met haar zus A. gaat Charlotte Barends huis uitruimen. Dat is een groot, extreem stoffig en volgeplempt pand in Utrecht, tevens hun ouderlijk huis – zowel vader als moeder zijn overigens al enige tijd overleden – waardoor elke ruimte zijn eigen herinneringen met zich meedraagt en vol staat met souvenirs uit Mutsaers' kindertijd. Een voor een kammen ze de kamers uit, wat het boek een heldere structuur geeft, waar Mutsaers op de juiste momenten op terugvalt en dan juist nadrukkelijk vanaf wijkt.

De toon is speels, vol uitwijdingen en associaties, en soms wendt Mutsaers zich tussen haar scènes en herinneringen door direct tot jou, de lezer: ‘Beluister dit lied even op YouTube om de impact ervan te ervaren,’ zegt ze dan bijvoorbeeld wanneer het over muziek gaan. Of, als een soort beginselverklaring in de opening van de roman: ‘Dit wordt na al die jaren dan eindelijk het verhaal over mijn broer Barend.’ En enkele tientallen pagina’s later: ‘Aangezien de lezer deze mogelijkheid [tot bezichtiging van het huis, THvV] niet heeft en ik hem graag een globaal beeld van on huis zou willen verschaffen alvorens er met mijn zus in binnen te gaan, zal ik het ook voor hem nu even uitlichten.’

Hoe overzichtelijk opgebouwd het verhaal hierboven ook klinkt, Harnas van Hansaplast ontleent een groot deel van zijn kracht juist uit het springerige dat er toch in zit. Mutsaers schakelt behendig tussen heden en verleden, tussen haar jeugd en haar huidige bestaan, tussen momenten waarop Barend nog leeft en waarop ze, soms gefrustreerd, soms plichtsgetrouw, soms onbegrijpend, zijn spullen doorzoekt. En zijn totaal geïsoleerde, liefdeloze leven van de laatste jaren in kaart brengt en overpeinst.

Een enkele keer dwaalt ze daarbij te veel af, bijvoorbeeld wanneer ze gedetailleerd ingaat op twee Nederlandse romans over verrotte gebitten (haar broer had vreselijk onderhouden tanden), of als ze zich verliest in citaten uit andermans schrijfwerk (hoe mooi dat soms ook is). De overtuigendste en ontroerendste passages zijn die stukken waarin het direct over haar broer gaat, en waarin het gaat over de verhouding tussen die twee. Moeizaam, de laatste jaren van Barends leven zelfs onmogelijk, maar toch ook: op een vreemde manier vertrouwd, verwant in elk geval. 

Er zit een subtiel beschreven, duidelijke pijn (zonder pathetiek) achter de soms terloopse vragen: het was een wat stille jongen, die broer van me, maar wanneer is hij zo ver afgegleden? Ergens zijn ze elkaar kwijtgeraakt, maar waar, en was dat iemands fout, had Charlotte er iets tegen kunnen doen? Had liefde hem kunnen redden? Sentiment en overdaad liggen bij zulke vragen op de loer, maar daar weet Mutsaers behendig omheen te schrijven. Een knappe roman.

Das Mag gaf Harnas van Hansaplast uit. 7 december gaat Thomas Heerma van Voss in gesprek met Charlotte Mutsaers bij Athenaeum Boekhandel. U kunt daarbij zijn!

Daan Stoffelsen: Tom Lanoye, Gaz

Het interview is achter de rug, Lanoye was goedgemutst, welbespraakt, bevlogen. Hij beantwoordde mijn vragen voor ik ze kon stellen. Hij verklaarde dat hij al jaren een stotteraar als verteller wilde, dat het palazzo in Zuivering het zijne was, en de bewondering voor de haan was die van zijn man - want er heeft echt een haan twee maanden op Lanoyes binnenkoer. En de dystopische reeks aanslagen was toch zeker voor de helft aan werkelijke aanslagen ontleend, de wanhopige poging de angst te bezweren met meer soldaten op wacht is dagelijks zichtbaar voor de schrijver, woonachtig in de Antwerpse Joodse wijk. Hij las de openingspagina's voor en de ranzige fokhengstscène (maar kende Roald Dahls in de verte verwante My Uncle Oswald niet). Er volgt - als de opnames goed waren - een podcast.

Athenaeum vs. Revisor: Tom Lanoye vs. Daan Stoffelsen

Ik herlas dus vooral Zuivering en de shortlist van de ECI Literatuurprijs (nu ik dit schrijf moet het juryberaad nog komen, als dit gepubliceerd wordt, weten we het, en u ook. Een waardige winnaar, toch? Een boek over mysterie en menselijkheid, dat tegelijk buiten onze tijd staat en erop aansluit), en Gaz, een monoloog of novelle van Lanoye. De moeder van een zelfmoordterrorist bepleit haar zaak, zoals Zuivering in zekere zin ook een pleidooi is van Gideon Rottier voor zijn onschuld.

Jamal Ouariachi vroeg zich onlangs in Knack af waarom 'waarom Lanoye uitgerekend voor het perspectief van Rottier gekozen heeft, voor dat van de "oudere witte man", zoals dat tegenwoordig zo vaak heet', en niet voor Youssef, Karima, Rafiq of Loubna? Omdat ik dat niet kan, zei Lanoye dinsdag opmerkelijk kortaf, maar later zei hij dat hij de kern van het vluchtelingenschap, het verdwijnen van geliefden en hun verhalen, wel had proberen te vatten in de structuur van de roman. Er komt geen vervolg - en zo gaat dat op de vlucht. Alles raak je kwijt. Bovendien: hier is dus de moeder van de terrorist.

In Gaz valt Lanoye de illusie aan dat nationale of westerse sybolen helpen:

‘Al onze kinderen moeten op school — uitgerekend op school, waar de meeste jonge gasten een bloedhekel aan hebben, zelfs een hekel aan móeten hebben, om “cool” te zijn in het oog van hun kameraden — uitgerekend daar dus, moeten ze doen wat geen enkele van hun ouders ooit heeft gedaan. Ze moeten heel onze grondwet van buiten leren. Plus de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Plus — en dat vooral — het Belgische volkslied. Of de Vlaamse Leeuw, daar is nog discussie over.
Klaar is Kees!’

Eat that, Buma.
Deze monoloog is welluidend, vlekkeloos beargumenteerd, in-en-indroevig, en af en toe gruwelijk. Dinsdag verwees Lanoye ook naar de aanslag die hij in Gaz beschreef: eng, grotesk, realistisch. En dat alles in een lyriek die net niet retorisch wordt, met telkens die kenmerkende alinea's afgesloten door een hamerslag:

‘Wie gas gebruikt als wapen wil niet enkel doden.
Hij wil de wereld een boodschap geven.
“De mens is ongedierte.”

Nog was dat voor mijn kind genoeg. Waarom moest hij per se ook die ene gijzelaar onthoofden?
Een jongen van zijn leeftijd.’.

Gaz werd uitgegeven door Prometheus. En ohja, Fort Europa is gratis te downloaden op lanoye.be!

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog