, 05 December 2017

Paul (V)

Nieuw verhalend proza! Het vijfde deel van Shira Kellers feuilleton Paul.

*

5. Tangerang

Java, Kamp Tangerang, maart 1944

Verwend. Overschot aan aandacht. Daar word je een naar mens van dat vervelende dagboeken bijhoudt. Mocht iemand dit ooit lezen: neem me niet kwalijk voor alles wat hieraan voorafging. Ik had te veel tijd en te weinig problemen. Dan ga je zwelgen. Vanaf nu gaat alles beter. Qua dagboek. Het is oorlog.

Ze hadden al zoveel mensen meegenomen dat we redelijk voorbereid waren toen ze aanklopten, de Jappen. Koffertjes stonden al bij de voordeur in de gang. De meesten zijn heel beschaafd, de twee die voor de deur stonden waren heel beschaafd, bogen toen ik de deur open deed, hielpen ons de koffers dragen, gaven ons keurig een handje bij het opstappen. Ze reden langzaam, probeerden kuilen in de weg te vermijden, het ging allemaal heel zelfverzekerd en georganiseerd, die jongens wisten wat ze deden, dat gaf me een rustig gevoel. Bovendien: je had maar een beetje gezond verstand nodig om te weten dat er toch niets tegen te doen viel.

Veel van de vrouwen huilden. Dat verbaasde me. Allemaal keurige Hollandse jonge vrouwen, tegen wie ik zo opgekeken had omdat ze het allemaal zo vanzelfsprekend rooiden, met hun kanten handschoentjes en hun blosjes op de wangen en hun guitige oogopslag en hun blonde krullen en hun heldere gegiechel. Zo veel gratie en vrolijkheid, in een klap opgeheven in die pick-uptruck. Ongecontroleerde stemmen, krampgezichten. Ik had de jongen bij de hand, liep rechtop met de groep mee van de truck naar de trein, wij kregen als enigen geen duwtjes.

Kinderen die te veel aandacht krijgen zijn zeldzaam, denk ik. Die worden het negatief van een normaal mens. Die jammeren wanneer ze dankbaar zouden moeten zijn en veranderen in krachtige, onwankelbare persoonlijkheden wanneer het noodlot toeslaat. In die stikdonkere, ratelende, hobbelende, piepende, krassende treinwagon, tussen al die jammerende, snotterende, biddende, soms schreeuwende vrouwen en kinderen, zaten mijn zoon en ik, hij op mijn been, oor tegen mijn borst, in volstrekte stilte. Sereen, zou je kunnen zeggen. Zo’n beeld voor op een icoon.

Sinds vorige week zitten we in Tangerang. Kon niet eerder schrijven, want in Tanah Tinggi hadden ze al onze spullen ergens opgeslagen, er was ook geen plek voor geweest in onze cel, ik kon er alleen met opgetrokken knieën slapen. We hebben er een half jaar gezeten, in die cel. Daar wil ik verder niet veel over kwijt. Tangerang is een verademing. Een soort dorp. De slaapzaal is ruim, we slapen op britsen die langs de wanden zijn aangebracht. Na aankomst, na het appèl, kregen we de tijd onze spullen uit te pakken. Ik had niet verwacht dat we ze nog terug zouden krijgen, was vergeten wat ik allemaal had meegenomen. Net kerst. Schone kleren. Een paar boekjes. Naaispullen. Dit potlood, dit schrift. Een foto van mijn vader en mijn moeder en mijn broer. Die heb ik naast mijn kussen aan de muur gespijkerd. Ik wou dat ik hen schrijven kon. Ik zou voor het eerst sinds ik in dit land woon niet huichelen als ik schreef dat het goed gaat.

Misschien zijn vrouwen zachter voor elkaar als er geen mannen in de buurt zijn, misschien is het de situatie. Na het uitpakken van de spullen werd er een beetje rondgekeken, geknikt, geglimlacht, gepeild, niet veel gepraat – we hadden ons allemaal al lang niet meer zo vrij bewogen, het was even wennen. En toen zat opeens iedereen uit onze barak in kleermakerszit voor mijn brits. Dat gebeurde gewoon, ik heb niets gezegd. Kennelijk straal ik iets uit waar ze vertrouwen in hebben.

We hebben de afgelopen week al veel plannen gemaakt. We willen een schooltje beginnen voor de kinderen, we willen stukjes grond bewerken om groente te verbouwen, we willen een bibliotheekje inrichten. Het gaat allemaal heel gemoedelijk en democratisch. Ik zie erop toe dat er naar iedereen wordt geluisterd.

Met Nathan gaat het goed. Hij heeft zijn eigen stukje brits maar hij slaapt op het mijne, in mijn armen. Hij is vrolijk, veel lachen, veel rennen, spelen met andere kinderen. Hij doet het goed op de appèls, hij is gezond. Volgens mij is hij er trots op dat ik zijn moeder ben.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog