, 01 December 2017

Deze week gelezen: Driessen, Szymborska

Martin Michael Driessen, Wislawa Szymborska: de redactie leest een sobere komedie met afstand en heldere Nobelprijspoëzie.

*

Daan Stoffelsen: Martin Michael Driessen, De pelikaan

Deze week las ik het nieuwe boek van de ECI Literatuurprijs-winnaar van vorig jaar. Ik heb wel meer van Driessen gelezen, met wisselend plezier. Ik vond Gars (1999) dodelijk vermoeiend, en Vader van God (2012) ook nogal flauw. Maar Een ware held (2013) is een voorbeeldige novelle, en wat ik van Rivieren (2016) las, beviel me ook goed. Het zijn wel allemaal erg verschillende boeken, Driessen schrijft zoals P.F. Thomése elke keer weer een heel ander boek. Dat maakt zijn schrijverschap onvoorspelbaar en sympathiek.

De pelikaan is het verhaal van Andrej de postbode en Josip de kabelspoorbaanmachinist, die elkaar zonder het van elkaar door te hebben gaan chanteren in een vooroorlogs Kroatisch kuststadje. Josip gaat vreemd, en krijgt daarvoor de rekening gepresenteerd, maar ontdekt na een ongeluk - Andrej wordt aangereden - dat de postbode brieven openstoomt en geld pikt. En Josip heeft geld nodig... Materiaal voor een komedie - niet voor niets de genre-aanduiding op de titelpagina.

Komedie:

'De vissershaven was pittoresk, de blauwe kustlijn ten noorden en ten zuiden van de baai eveneens; er was een kabelspoorweg, en het stadje kon op een klokkenmuseum zonder weerga bogen. Ondanks deze bijzondere kwaliteiten was het een muurbloempje van de Europese geschiedenis. Hier gebeurde niets, het stadje had de ene generatie na de andere voortgebracht en begraven, zonder dat één van zijn kinderen naam had gemaakt in de wereld.'

'Een klokkenmuseum zonder weerga,' ja, dat is mooi. Kort daarop merkt de verteller op: 'Andrej speelde in zijn jonge jaren in het eerste voetbalelftal, eerst als spits en later als keeper. Afgezien van het klokkenmuseum waren het vooral de pelikanen die het stadje allure gaven.' Zo'n tussenzinnetje werkt ook goed, het is meteen duidelijk dat het om te lachen is. Driessen weet het sober en niet al te kolderesk te maken, en als de burgeroorlog het dorpje bereikt, dringt er zelfs iets van ernst in de overwegingen van de twee - die overigens zeer rancuneus blijken over het wederzijds bedrog.

Maar let op: de pelikaan staat in de christelijke iconografie zowel symbool voor opofferingsgezindheid, en met name voor Christus' offerdood, als voor de opstanding. (Dank Wikipedia.) En als er een rode draad is in dit verhaal, dan zijn het de geldtransfusies, zij het met onbedoelde donoren. Of, zoals Josip Andrej zegt:

‘Mensen doen elkaar veel goeds, maar ook veel kwaads. En het moeilijke is dat je nooit zeker kunt zijn wat een ander in de zin heeft.’

Of wie de ander is. Ja, als je zo doordenkt, dan gaat het over hoe geld en vriendschap en vijandschap heen en weer vloeit, hoe noodzaak en sympathie met elkaar strijden - los van de loyaliteiten binnen een burgeroorlog. Mooi getoond. Maar echt raken doet het me niet. Driessen houdt afstand, met zijn alwetende verteller belicht hij afwisselend beide mannen (en een windhond), en het is vooral amusant hoe het noodlot ze telkens de voet dwars zet. Niet beangstigend of dreigend als in Een ware held, niet gênant als in ander werk van Driessen. Niets mis mee, niets meer.

Van Oorschot gaf De pelikaan uit. Bij Athenaeum is een fragment te lezen.

Jan van Mersbergen: Wislawa Szymborska, Uitzicht met zandkorrel

Uit mijn boekenkast waar de boeken staan die ik niet in de opslag wil hebben haalde ik een Rainbow-pocket die ik twintig jaar gelden kocht – maand en jaartal schreef ik destijds altijd voorin mijn boeken – en op de cover staat: Nobelprijs voor literatuur.
Boeken van Nobelprijswinnaars heb ik een tijdje gespaard. Van de ruim honderd Nobelprijswinnaars heb ik zeker van negentig schrijvers een boek. Daar zitten heel veel lelijk uitgegeven onleesbare boeken tussen, maar dus ook deze mooie pocket van bijna 175 bladzijden met alleen poëzie: Uitzicht met zandkorrel. Van Wislawa Szymborska, vertaald door Gerard Rasch.
Om een of andere reden lukt het me slecht om proza te lezen, korte verhalen of kleine vertellingen lukken nog wel, maar een roman wordt steeds opgehouden door een baby die slecht slaapt en de daarbij horende vermoeidheid. Ik heb de concentratie niet. Voor poëzie wel. Ik lees een gedicht uit deze bundel, knip de lamp uit en ga slapen.

Een gedicht van Szymborska heet 'Water'. Daarin staat de regel: ‘Je hebt huizen geblust, en huizen meegesleurd.’
Met zo’n regel kan ik met een gerust hart gaan slapen.
Er staan mooie gedichten in de bundel over een ui, over een museum, over een gesprek met een steen. Over de hemel: ‘Hiermee had ik moeten beginnen. Een raam zonder vensterbank, kozijn of ruiten.’ Alleen een opening dus. Wijd open.

Szymborska schrijft helder en is goed te volgen en bovendien hoor ik in haar zinnen niet de gedragen stemmen die dichters vaak opvoeren als ze voorlezen. Dat trage lezen, een handje in de lucht, dat uitademen na iedere drie woorden. Szymborska zit bij mij aan de keukentafel, kijkt net zoals ik naar een ui of uit het raam, ‘We noemen hem een zandkorrel’, en in die regels begrijp ik hoe zij kijkt.
De beschrijvende gedichten liggen me beter dan de peinzende gedichten over eeuwen die ten einde lopen of de kosmos die is zoals hij is. Dat zie ik niet, dat kan ik alleen bedenken.
Die zandkorrel zie ik, vlak voor ik ga slapen.

Uitgeverij Meulenhoff gaf de bloemlezing Uitzicht met zandkorrel destijds uit, de Rainbowpocket is niet meer leverbaar. Maar in Einde en begin zijn alle gedichten opgenomen.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog