Een ontmoeting met een rivier

Het laatste woord (3): De grote dubbelhartige rivier

Over beginzinnen is veel geschreven, als Jan van Mersbergen een boek aanschaf kijkt hij eerst naar de slotzin. Die zegt soms meer over een boek dan die beginzin. In deze reeks: de analyse van het laatste woord.

Vandaag: De grote dubbelhartige rivier van Ernest Hemingway.

De verhalen over Nick Adams zijn mijn favoriete Ernest Hemingway-verhalen. Het is lastig een slotzin van een verhalenbundel te behandelen, ieder verhaal heeft een eigen slotzin. Ik kies maar, een beetje simpel, voor het laatste verhaal – De grote dubbelhartige rivier –, maar dat verhaal bestaat uit twee delen en heeft dus ook twee slotzinnen.

Tevens wordt ieder deel ingeleid door een cursief gedrukt kort losstaand stukje proza, over een stierenvechter en over het ophangen van gevangenen. Het tweede deel van De grote dubbelhartige rivier wordt ook afgesloten met zo’n cursief stukje, dit keer over een koning in Griekenland. De laatste alinea daarvan: ‘Het was allemaal heel gezellig. We hebben lang zitten praten. Net als alle Grieken wilde hij naar Amerika.’

Is dat de slotzin?

Dat cursieve stukje staat ver van Nick Adams af, mijn favoriete Hemingway-personage. Je verdenkt Hemingway ervan dat met opzet te doen, die verschillende vormen, die vele slotzinnen, om zijn proza open te houden, zo ook die stierenvechter en die executie. Dat blijft gissen.

Het verhaal is eenvoudig. Nick Adams gaat vissen, aan een rivier. Slotzin van De grote dubbelhartige rivier deel II: ‘Er kwamen nog genoeg dagen waarin hij in het moeras kon gaan vissen.’

Dat is een mooi helder hoopvol slot. Daar hou ik het maar op.

Nick Adams is alleen in deze twee verhalen. Aan het einde van het eerste deel gaat hij slapen, aan het begin van het tweede deel staat hij ’s ochtends op. Heel sporadisch komen andere personages langs: ene Hopkins die hij van een dispuut kent en bijna vergeten is, alleen zijn manier van koffiezetten is hem bijgebleven. Verder zijn er sprinkhanen, muggen en natuurlijk vissen. Forel.

Hemingway volstaat met het geven van beschrijvingen, vooral van de rivier. Dat is bijna de hoofdpersoon, bijna gelijkwaardig aan Nick Adams, maar van die rivier weten we niet dat hij een oorlogstrauma heeft, en als je dit verhaal zo vanuit het niets zou weten dan kwam je daar erg moeilijk achter. In feite is het verhaal de ontmoeting tussen Nick Adams en de rivier.

Tijd speelt daarbij een voorname rol: het kamperen en het vissen vragen veel tijd, en toch is dat vissen ook op het moment zelf een kwestie van slagen. Die vis vangen, nu. Dat is de spanning, de tijd geeft rust.

De slotzin geeft aan: er is nog tijd zat.

Een Japans gezegde luidt: Verspeelde vis wordt vetter. Dat ligt ook aan het verhaal De grote dubbelhartige rivier ten grondslag. De forel wordt verspeeld. ‘Er was een ruk aan de lijn. Nick trok aan de strakke lijn.’

Daar begint het werkelijke vissen.

‘Hij had voor de eerste maal beet.’

Er is al veel tijd verstreken, nu slaat die jongen toe. De vis ontkomt. De lijn breekt. Later vangt hij wel een vis, maar laat Hemingway doorschemeren dat Nick Adams helemaal niet zo veel vissen wil vangen, hij is geen ambitieus visser. Gewoon een paar.

Dan strijkt de tijd weer neer, wordt de dag lang: ‘Hij wilde wel dat hij iets te lezen meegenomen had.’

Ook dat is een mooi zinnetje. Vissen sluit de wereld niet buiten, vissen brengt de wereld naar de rivier toe, door veranderend tijdsbesef in een eenvoudige gelijkblijvende omgeving.

Er komen nog genoeg dagen.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog