Deze week gelezen: Baume, Zantingh, Hulst

Sara Baume, Peter Zantingh, Auke Hulst: de redactie las een bijzonder knap boek over een manisch-depressieve vrouw, een bijzondere roman over afscheid, en een essaybundel-plus over dode mannen - met een vader centraal.

*

Thomas Heerma van Voss: Sara Baume, Zevenduizend eiken

Ik las de roman Zevenduizend eiken met tussenpozen en gewoonlijk is dat geen goed teken, een boek wegleggen. Het overzicht verdwijnt, de spanning ebt weg, en meestal als ik iets eenmaal opzij schuif pak ik het ook niet meer op. Maar Zevenduizend eiken wel – en ik wist op den duur niet meer of ik het nou weglegde vanwege het boek zelf of simpelweg doordat enkele deadlines tussenbeide kwamen (zo las ik drie aangename Belgische debutanten voor de avond die wij samen met Athenaeum organiseerden, mocht u zich in nog-niet-doorgebroken-maar-wel-goede-Vlaamse-debutantes willen verdiepen: lees Noord, Glorie of Dochter).

Zevenduizend eiken bleef echter al die tijd in mijn hoofd zitten, en het boek riep uiteindelijk de meest uiteenlopende reacties in me op: ik vond het overweldigend (zeker het begin), vermoeiend (zeker het midden), irritant, indrukwekkend, eentonig, verrassend, heel even saai en toen toch weer vooral overweldigend.

Aan het woord is de Ierse twintiger Frankie, de hele roman praat ze rechtstreeks tegen ons. In fragmentarische flarden beschrijft ze hoe haar leven kortgeleden ontspoord is. Ze bezweek onder alle prikkels en indrukken die bij haar opleiding aan de kunstacademie op haar afkwamen en heeft zich inmiddels teruggetrokken in de bungalow van haar pas overleden oma. Daar leeft Frankie een afgezonderd en verstild leven, precies wat ze nodig heeft na haar heftige gemoedsverandering, die haar dokter overigens officieel beschouwde als een depressie. Ze loopt wat rond, praat met de buurman, denkt springerig aan vroeger, vraagt zich af waar het misging. Ze fotografeert dode dieren, ze belt met haar moeder, ze overhoort zichzelf over de meest uiteenlopende kunstwerken. 

Baume schrijft het allemaal zorgvuldig en beeldend op, Zevenduizend eiken is een bijzonder knap boek, een roes van bijna driehonderd pagina’s. Waarom had ik dan toch al die verschillende emoties bij het lezen? Ik heb het geprobeerd uit te leggen in mijn bespreking voor de nieuwe De Groene Amsterdammer. Het komt hierop neer: omdat Frankie lijdt aan nogal, tja, manische stemmingen. Omdat haar gemoed voortdurend wisselt. Omdat ze, dat nog wel het meest van alles, niets zomaar kan laten gebeuren. Op alles wat ze denkt en ziet levert ze inwendig commentaar, iedere handeling wordt bespot, geduid of komt terug – deze roman is een verslag van een overactief, bijzonder intelligent brein dat maar niet kan rusten. Een brein waar ik weleens uit wilde en ook kon ontsnappen, maar het hoofdpersonage vanzelfsprekend niet. Dat maakt dit verhaal bijzonder beklemmend, een soort literaire wurggreep, die misschien niet bestemd is voor een massaal publiek maar beslist meer lezers verdient dan hij tot nu toe krijgt. Een fascinerende roman.  

Zevenduizend eiken werd door Querido uitgegeven, en vertaald door Lette Vos.

Jan van Mersbergen: Peter Zantingh, Na Mattias

‘Rouw is als een schaduw. Hij voegt zich naar de stand van de zon, staat ’s ochtends anders dan ’s avonds. Hij leunt donker en geduldig tegen de muur, strekt zich in volle lengte uit over asfalt of trekt achter je rug reliëf over te lang niet gemaaid gras, sierlijk dreigend als een slang.’ Meteen op de eerste bladzijde van Peter Zantinghs Na Mattias krijgt de lezer voorgeschoteld wat we gaan lezen: een boek over rouw, heel precies en fijn opgeschreven, met details die in tegenstelling tot het onderwerp van dit boek – de dood van een jongen die Mattias heet – bijzonder levendig zijn. Die tegenstelling komt binnen.
Na Mattias doet denken aan Schaduwkind van P.F. Thomése, het kleine mooi geschreven boekje waarin Thomése de dood van zijn dochtertje herdenkt, of het beklemmende boekje met de kraai voorop van Max Porter: Verdriet is een ding met veren. Rouwverwerking kan helpen door woorden te gebruiken, in uitvaartdiensten, in dagboeken, in liedjes, in proza. Proza heeft aan de andere kant grote thema’s nodig, zoals de dood.

Verschillende stemmen verwoorden de rouw en het verdriet, het gemis, allemaal persoonlijk, uiteenlopend, en toch met eenzelfde intensiteit, genegenheid en warmte. Knap gedaan, en die omtrekkende manier van vertellen werkt hoe rouw werkt: de overledene is er niet meer, het verdriet en het gemis zitten bij de naasten. Die geeft Zantingh stuk voor stuk een stem. Vooral de eenvoudige alinea’s over afstand, aanraking, tijd, beweging en verlies zijn kernachtig en beeldend en mooi. Zantingh heeft trouwens iets met tijd en de plaats daarvan in onze levens, in al zijn drie boektitels komt de tijd voor: Een uur en achttien minuten en De eerste maandag van de maand, en nu dus het subtielere en gedragen, haast Bijbelse Na Mattias.

‘We blijven daar staan, en daarna lopen we verder. Ze pakt nog veel vaker mijn onderarm vast, mijn pols, of ze vouwt haar dunne vingers om mijn mouw, en ik vergeet de hele tijd om naar huis te gaan.’ Beweging en stilstand, tijd, aanraking.
‘Ze zei: ‘Dag lieve Mattias’ en knielde om het hout nog een laatste keer aan te raken, het lukte nog net, ze kon er nog net bij, ik stond op een paar meter afstand en bewoog niet, en toen was hij weg.’ Aanraking, afstand, tijd, verlies.
‘En dat is dus waarom ik ren. Dan verstrijkt de tijd wel.’ Beweging en tijd.
‘Hoelang duurt het, dat ze daar allebei zitten? Er verstrijken misschien vijf minuten. Ze houdt een hand op de huid onder haar badjas. Ze knijpt haar ogen dicht.’ Tijd, aanraking, duisternis.
‘De volgende ochtend ontbijt ze weer. Ze loopt de tuin in en ziet dat haar plantjes zijn gegroeid. Dat de slakken nog steeds gaten eten in haar broccoli.’ Tijd, groei, het vergaan tijdens die groei.
‘Op het station waar ik eruit moest werden de treinstellen ontkoppeld. Houdt u de treinstelnummers boven de deur in de gaten. Ik zat in het deel dat achterbleef.’
Een beschrijving van een trein, alledaags en herkenbaar en altijd hetzelfde, maar de lading is invoelbaar omdat de lezer weet wat er met het meisje die dit vertelt aan de hand is – Amber. Ze is zelf ontkoppeld, ze blijft achter. Deze zinnetjes maken geladen schrijven eenvoudig. Geen hocuspocus, maar in de juiste beelden laten zien hoe verdriet werkt, en rouw.
Na Mattias laat ook zien dat proza en de dood hand in hand gaan. Tijdens het lezen voel je steeds dat die twee elkaar inderdaad vasthouden, en ombeurten even knijpen om zonder woorden tegen de ander te zeggen: Blijf bij me.

Dat maakt dit boek bijzonder, dat is de paradox van het afscheid. Die jongen is er niet meer, maar hij is er nog wel, in ieder geval bij de verschillende vertellers die Zantingh opvoert, en soms vertelt hij zelf. De vriendin van Mattias heeft zijn nieuwe fiets in huis staan, een nutteloos blinkende fiets. Een jongen wilde een koffiehuis beginnen met Mattias, een ander krijgt langzaam het besef dat hij alcoholist is, grootouders komen in beeld, een roadie vertelt over concerten. Als je verder in het boek komt merk je: Mattias is er nog, en dit proza draagt daaraan bij. Dit boek maakt die jongen groter en vereeuwigt hem. Mattias is niet alleen bij die vertellers en bij deze schrijver, hij is voortaan bij ons.

Na Mattias werd uitgegeven door Das Mag. Op Athenaeum.nl staat een fragment.

Daan Stoffelsen: Auke Hulst, Motel Songs

Het is krachtige reclame, althans voor mijn soort lezer: een boek dat meer omvat dan één genre. Vaak is dat onzin (je moet toch gewoon kiezen, en zonder een doorlopend verhaal is een boek geen roman), maar is het boek desondanks zeer de moeite waard, zoals bij de boeken van Teju Cole, Valeria Luiselli, Arjen van Veelen. Bij Auke Hulsts Motel Songs is het net anders: hij combineert zeven essays met liedteksten en een album, en een reisverslag, de neerslag van een reis naar de Verenigde Staten die de vorm aannam van een bedevaart naar graven en huizen van schrijvers en muzikanten. Ik moet kiezen: het is een essaybundel. Een goede.

Het krachtigst is het essay over zijn vader, dat speelt rond diens sterfdag, en Hulsts eigen geboortedag een paar dagen later. Hij reist, diept herinneringen op - soms in de vorm van uitgebreide citaten uit eerder werk, wat wat eigenaardig aandoet, alsof hij zichzelf becommentarieert - en relevante opmerkingen van andere auteurs. De emoties zijn invoelbaar, de analyses kloppen. 'We missen hooguit de fantasie van hoe hij geweest had kunnen zijn, fantasieën die ik mezelf niet toesta, omdat ze een stap voorbij nostalgie zijn: nostalgie naar onbestaande tijd.' Of, als hij in gesprek raakt met een vrouw die gevlucht is van een affaire, en vraagt: 'Zeg me wat ik moet doen.' 'Ik heb geen antwoord. Behalve dat de moeilijkste vragen die een mens in het leven krijgt altijd weer neerkomen op: durf ik?'

Zulke waarheden neigen naar gemeenplaatsen, maar ik heb het niet eerder zo gelezen, en als halve wees en hele bangerik kan ik er goed mee instemmen. De essays eromheen, niet ontoevallig ook over dode mannen, raken me minder, het is mij niet duidelijk waarom ik over Prince of Cobain moet lezen, of Scott Fitzgerald. Goed geschreven, dat wel, en interessant, maar het stuk over Philip K. Dick, rijkelijk met citaten behangen, maakt me wel heel gretig naar diens oeuvre.

Het album is het beluisteren ook waard (vergelijk Meindert Talma's biografie Je denkt dat het komt: de muziek is geweldig, het boek is flut), het reisverslag is prettig anekdotisch - totdat Hulst weer in een analyse over Trump en Hillary verzeild raakt. Het is een actualiteit die tijdens zijn reis, in 2016, heel aanwezig was, maar Hulsts duiding detoneert bij het tastbare en alledaagse dat hij ook beschrijft. Als ik moet kiezen, dan voor de essaybundel.

Motel Songswerd uitgegeven door AmboAnthos. Op Athenaeum.nl staat een fragment.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog