20 April 2018

Deze week gelezen: Geurts, Romeijn, Tallent

Tallent, Romeijn, Geurts: de redactie las Nederlandse fictie die zowel geheel verzonnen lijkt als fictie die nadrukkelijk op het leven van de schrijfster geënt is. En daarnaast ook nog een moeilijk, maar zeer knap vertaald werk.

*

Jan van Mersbergen: Gabriel Tallent, Mijn allerliefste schat

Soms kun je over een roman slechts één opmerking maken over wat je stoorde aan dat boek, en in het geval van Mijn allerliefste schat, van Gabriel Tallent, is dat het gebruik van het woord sequoia. Dat is een type hout. Ik kwam het moeilijke woord zeker veertig keer tegen in de roman, die verder geweldig is. Ik ken de houtsoort niet, en dus kan ik me geen voorstelling maken van de keuken die Tallent beschrijft waar sequoiahouten vloerdelen liggen en ook niet van het bos met de sequoiabomen en van de schuur, overal is dat hout.

Dat is alles wat ik te zeuren heb. Mijn allerliefste schat is een indrukwekkend boek over een vader en dochter die in de bossen van Californië wonen, erg afgelegen. Het meisje heet Julia, maar haar bijnaam Turtle is gangbaarder. Ze gaat wel naar school, maar met tegenzin. Ze heeft daar geen vrienden of vriendinnen. Vooral is ze thuis bij haar vader, een man die welbespraakheid, knapheid, grofheid combineert met nukkige ideeën over de huidige samenleving, heel defensief. Letterlijk defensief: hun huis ligt vol wapens en zeker voor twee jaar aan gedroogd voedsel. Mocht Amerika ontploffen, dan zijn deze twee in staat te overleven. De vader leert het meisje schieten, messenwerpen, een huis controleren of ieder vertrek wel veilig is zodat je naar binnen kunt.

Ook misbruikt hij haar. Die scènes zijn heftig. Op de flap staat tot twee keer toe dat het boek natuurbeschrijvingen bevat; prachtige en gedetailleerde natuurbeschrijvingen, maar de werkelijke natuur is de aard van deze mensen, en die is totaal verwrongen en de schoonheid daarvan zit hem in de genegenheid die Tallent in zijn taal over vader en dochter laat zien. Simpele zinnetjes die aangeven dat ze niet zonder elkaar kunnen, dat de dochter de plaats van de moeder heeft ingenomen, dat het meisje wel iets anders wil, naar het schoolfeest bijvoorbeeld, met een jongen bijvoorbeeld, maar als de vader daar lucht van krijgt geeft hij haar meedogenloos een pak slaag. Ze schaamt zich voor de blauwe plekken. Ze schaamt zich nog meer voor het geheim dat ze met haar vader deelt en dat als ze ermee naar buiten komt Amerika werkelijk dreigt te ontploffen, de vader voorop. Steeds die terugkerende bundeling van haat en liefde, van macht en onderwerping, van onderlinge afhankelijkheid, en nergens sentiment maar eerder een compleet en genuanceerd relaas over deze verhouding.

De roman is erg goed geschreven, soms wat traag in zinsconstructies maar het blijven zinnen die goed lopen, die bijzonder sterke scènes en hoofdstukken vormen, die steeds de personages iets meer vorm geven, die het minieme verhaal steeds een stapje verder brengen, en die regelrecht naar een uitbarsting gaan – kan niet anders.

Een moeilijke roman ook, moeilijk in de zin dat de wereld die beschreven wordt even vreemd als invoelbaar is, en soms bestaat uit hapklare brokken, soms uit beelden. Tallent wisselt een zeer indirect 'show, don’t tell' af met expliciete weergave van gedachten, en juist die afwisseling is moeilijk, die kan de lezer verwachtingen geven die vervolgens pagina’s lang niet ingelost worden. Dat is moeilijk, dat vraagt rust en concentratie van de lezer.

Mijn allerliefste schat is ook een roman waarin de lagen dubbel zijn en elkaar overlappen. De overlevingsvaardigheden die Julia van haar verknipte vader heeft geleerd heeft ze nodig om samen met de jongen die ze in het begin van het boek uit de bossen redde van een eiland te ontsnappen. In die zin is het een overlevingsroman, met personages die de noodhoog hebben. Ze moeten, en eigenlijk is op die momenten alleen Julia in staat ook te kunnen.

De roman verandert als de vader tijdelijk verdwenen is en de jongen, Jacob, het mannelijke personages is dat naast Julia staat, een compleet ander personage. De lezer zal daarover opgelucht zijn. Cruciaal is het besef dat Julia krijgt over hoe de verhoudingen liggen. Het verband tussen de dood van haar grootvader, de verhouding met haar vader, die jongen en de verdwijning van de vader. Julia denkt eerst: Om een jongen. Vervolgens stelt ze die gedachte bij: Om wat een jongen betekent. Dat is de kern. Dit meisje raakt niet van het pad af, dat was ze al. Ze krabbelt heel langzaam overeind. Heel langzaam. Ze heeft daarvoor andere mensen nodig, maar wie? Haar vader moet ze afstoten, dat weet ze, maar hoe?

Thomas Heerma van Voss: Aafke Romeijn, Concept M

Aafke Romeijn (1986) is een iemand die ontzettend veel doet. Ze gaf tot niet al te lang geleden les, maakt muziek, schreef al journalistieke stukken en nu heeft ze ook een roman uitgebracht. Gewoonlijk denk ik bij zulke actieve geesten: moet dat allemaal, kun je je niet beter toeleggen op een of twee zaken? Dat bedoel ik niet verheven of tendentieus, maar heel eenvoudig: om goed te schrijven – en hoogstwaarschijnlijk om elk vak onder de knie te krijgen – moet je gewoonweg veel meters maken, het is een ambacht, en zoals bekend vraagt een ambacht tijd.

Tot zover de reserves die ik had – en die, haast ik me er achteraan te zeggen, bij voorbaat al werden ingehaald door belangstelling: Romeijn heeft namelijk in wat ze ook doet iets aangenaam dwars.Dat schreef ik haar uitgeverij De Arbeiderspers ook toen die een klein jaar geleden vroeg of ik een citaat over haar – niet over het boek want dat was er toen nog niet – wilde geven voor de aanbiedingsprospectus waarin Concept M werd aangekondigd. Dat dat (toch enigszins lege) citaat nu zonder overleg zelfs op het boek en op bijbehorende posters is beland, vergeef ik ze maar, want ik wil me niet te veel bezighouden met zulke dingen en me richten op mijn ambacht, en vooral: Concept M is een prettige, inderdaad dwarse roman geworden.

Het is 2020, in een alternatief Nederland heerst de vreemde ziekte kleurloosheid: patiënten worden grijs, doorschijnend en bovenal zwak. Medicijnen kunnen de kwaal hooguit afzwakken, niets verhelpen. Hoofdpersonage Hava, een 25-jarige patiënte, twijfelt daarom steeds sterker aan haar eigen bestaansrecht en sluit zich aan bij een groep radicalen. Die komen samen in cafés of op studentenkamers in Utrecht, ze voeren uitgebreide gesprekken over wat te veranderen aan de status quo in Nederland, en of er nog iets te veranderen valt aan het feit dat steeds meer mensen van medicijnen afhankelijk zijn terwijl ze intussen steeds minder geld hebben. Het zet Hava, en dat is de kern van het verhaal, ertoe aan een vrij drastisch besluit te nemen. Romeijn schrijft het allemaal toegankelijk en zonder veel poespas op, de scènes zijn bij tijd en wijle echt beeldend en de boel wordt extra onder spanning gezet doordat Hava in politiek opzicht lijnrecht tegenover haar moeder – een publiek actieve publiciste die zich fel uitspreekt vóór goeie en bekostigde verzorging van kleurloosheid.

Een interessant conflict, al zakt het tegen het einde van de roman een beetje in. Sowieso leek het geheel me niet helemaal in balans: sommige momenten worden wel erg langgerekt (vooral enkele autoritten), andere gaan juist te snel voorbij. Daarbovenop is Concept M stilistisch niet heel spannend, maar misschien schrijf ik vooral op vanwege mijn grote ergernis over hoe vaak er ‘bedacht me’ of ‘bedacht zich’ (dus: te binnen schieten) wordt geschreven waar uitsluitend ‘bedacht’ wordt bedoeld: onbegrijpelijk dat geen enkele redacteur dat eruit heeft gevist.

Dit alles neemt gelukkig niet weg dat Concept M een levendig  geheel is. Er vallen genoeg parallellen met de huidige tijd te bedenken – hoe om te gaan met ‘vreemdelingen’, waar liggen verplichtingen van de staat, hoe ver moet medemenselijkheid gaan, en er loopt ook nog een kleurloze, Rutte-achtige minister-president rond die bij elke verkiezingen wordt herkozen. Maar juist dat de roman méér is geworden dan een eenvoudige kruiswoordpuzzel over deze tijd, dat het huidige normen en waarden onder spanning zet door ze in een andere context te plaatsen, dát maakt Concept M boeiend om te lezen. Het soort frisse maatschappelijke fictie dat in de Nederlandse letteren zelden wordt geschreven.

Daan Stoffelsen: Elke Geurts, Ik nog wel van jou

Is het mogelijk om Elke Geurts' Ik nog wel van jou blanco te lezen? Geurts schrijft over de verwijdering die is ontstaan tussen E.G. en 'man', tot aan het arriveren van de officiële scheidingspapieren, zoals ze dat ook deed in haar columns in Trouw en op haar blog. Niet zelden herken ik passages en scènes. Onwillekeurig denk ik bij het lezen ook: maak ik die fouten ook? Kan ik die ander ook zo laten afdrijven? Daarbij: Geurts is uiterst openhartig, op een manier die ik, als het mijn privéleven zou betreffen, bijzonder pijnlijk zou vinden.
Maar 90% van het boek is de ik duidelijk: man treft geen blaam. Man is leuk, een geweldige vader en een droompartner. Hij houdt alleen niet meer van E. En E. drijft haar hoop tot extremen, koestert zijn aanwezigheid in hun gezin (er zijn ook twee dochters), is nu opeens wel de beste moeder en minnares die je je maar kunt indenken - en laat zich regelmatig kwetsen als ze een liefdesverklaring wenst. Ze lijkt de tegenstellingen op te zoeken, en als het haar te veel is, gaat ze dan maar op het vloerkleed liggen. De bizarste scène is die waarin E., in bed, nog steeds met man erin, verklaart dat ze toch had gehoopt dan man met haar in hetzelfde graf zou komen liggen - iets waar hij na zo'n uitspraak natuurlijk helemaal geen zin in zegt te hebben. 'Ik wist dat het geen goed idee was om hierop door te gaan, maar ik kon alleen aan dat graf van ons denken, dat geen graf van ons zou worden.' Nee, als er iemand slecht opstaat, is het de ik zelf.

Maar ook als je niet blanco leest, dan zie je wat Geurts voor elkaar krijgt: ze schept een totaal geloofwaardig beeld van een situatie tussen hoop en vrees, eigenlijk omgekeerd aan die van de verliefdheid aan het begin van een relatie. Dat geeft een wrange romantiek aan bijna alles wat de twee doen:
 
'Maar terwijl we elkaar kusten en aanraakten, bleef ik almaar denken dat hij straks boos op zichzelf zou zijn, omdat hij zich door mij had laten verleiden.
 
Van de ernstige vermoeidheid, de afkeer voor aanraking, van alles wat me vroeger parten speelde was ineens geen spoor meer te bekenen. Het was geen strategie. Het was niet gespeeld. Ik wilde hem. Ik hoefde niet bang te zijn om te worden afgewezen. Nee had ik al, ik kon alleen nog maar ja krijgen.
"Wil je dit zelf ook?" fluisterde ik. "Wil je dit echt?"'
 
Maar ze weet het natuurlijk wel: uiteindelijk niet. Ze voelt het alleen anders - E. is ook maar een mens van vlees en bloed. En dan realiseert E., schrijfster en schrijfdocent immers, zich ook nog dat het geweldig materiaal is voor literatuur, dat tegendraadse verlangen, en voert ze scenario's op die echt voelen, en scènes waar ze het geluk uitanalyseert. Ook die dubbelheid speelt Geurts sterk uit, en dat verheft dit boek boven de oppervlakkige, al te directe memoire die het dreigde te worden. Want het schrijven maakt alles juist pijnlijker - en wordt niet zelden als de oorzaak van de breuk benoemd. Samen met de humor, subtiele observaties en een sobere stijl, maakt die complexiteit Ik nog wel van jou de moeite waard. Dat E. pas na 90% van het boek razend wordt, en dat het al na enkele pagina's door een wonder weer pais en vree is tussen de twee, doet af aan deze studie van hoop, wanhoop, fantasie en werkelijkheid - maar dan ben je ondanks alles al ook een beetje van E. gaan houden.
 
Lebowski gaf Ik nog wel van jou uit.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog