17 Mei 2018

Een huis voor Marie

In de mooie verhalenreeks 500-1.000 vandaag Een huis voor Marie, door Andrea Kluitmann.

Sinds kort praat Ludo in de derde persoon over zichzelf.
‘Maar dat pikt Ludo de Vos niet zomaar, zo kun je niet met Ludo de Vos omgaan.’
Wat moet ze zeggen? Doe normaal Ludo. Normale mensen zeggen ik?
Marie doet niets, gaat door met koffie malen en haalt de truffels uit het doorzichtige zakje.
Ze kent Ludo sinds haar vijfde. Marie had net geleerd om haar naam te schrijven en met oranje wasco schreef ze hem op de houten doos waarin de Lego werd bewaard. Niet eerder was ze zo blij geweest, de letters brandden de suffe ruimte in, tot helemaal achter in de poppenhoek, waar het ook nog eens stonk sinds ze een pop hadden die kon eten en poepen. Je moest pap maken van een speciaal poedertje en dan kon je haar voeren. Alle meisjes van de Guppy’s stonden in de rij voor de nieuwe pop. Maar blijkbaar werkte haar spijsvertering niet vlekkeloos.
Als ze Ludo vanavond omhelst, moet Marie aan het bedorven neppapje denken, en aan haar waskrijten naam.
De letters voelden zo lekker aan, licht korrelig waar ze de bocht om gingen, mooi glad op de rechte lange benen van de M, die ze extra groot maakte omdat hij het begin was van haar, het begin van Marie. Ze moest lachen, zonder die M zou ze Arie zijn, en dat wilde ze helemaal niet, Arie was stom. Mariëlla wilde ze best wel zijn, of Maaike, ja, dat wilde ze wel, soms. Als die twee heel erg tweelingachtig uit de bakfiets stapten en hun vader naar hen zwaaide, of hun moeder, steeds om de beurt.
 
De kleuterjuf trad hard op tegen vandalisme.
‘Marie, heb jij dat gedaan?’ Zelfs haar knieën keken kwaad, er zaten boze gezichtjes in, grimmige oogjes boven een verwrongen streepjesmond. Ze gaf een ruk aan Maries hand en wilde dat Marie haar zou aankijken en de waarheid zou zeggen, dat was ontzettend belangrijk, de waarheid. Marie schudde haar hoofd, ze was het niet, ze had niets ergs gedaan, ze had juist iets moois gemaakt.
Die dag had ze haar lievelingstrui aan, de lichtblauwe van zacht badstof, haar enige trui met een naam. Hij heette Sötsak, net als de favoriete Zweedse koekjes van John die ze altijd bij Ikea kochten. Sötsak was iets te klein geworden en Hylke wilde hem al wegdoen, maar gelukkig vergat ze het steeds. Als Marie haar neus precies in het kuiltje van haar linkerelleboog in de stof begroef, dan kon ze Vroeger ruiken, zat ze weer thuis aan tafel, echt thuis. Ze rook zelfgebakken brood en basilicum, in de grote blauwe bloempot. Ze hoorde het melodietje van haar speeldoos en heel vaag zag ze papa en mama. Eigenlijk kon haar helemaal niets overkomen als ze Sötsak droeg, maar de juf stopte niet. Marie wou dat ze bij Hylke op schoot zat, haar knieën keken nooit kwaad, maar speelden paardje voor haar. En soms ging John dan hinniken en dan moesten ze alle drie ontzettend lachen.
‘... in orde gaat maken, en wel onmiddellijk!’
De juf kieperde de lego’s op een tafeltje en stopte Marie de houten doos in haar armen.
‘Waarop wacht je nog?’ Ze deed de deur voor haar open en duwde haar de gang op.
Het lukte niet. Ze had de doos onder de kraan gehouden tot haar handen stijf werden van het koude water, maar nog steeds prijkte haar naam er in vurige letters op: M A R I E.
Vooral de R was moeilijk geweest, en bij de A had ze haar best moeten doen om geen huisje te tekenen, maar genoegen te nemen met het dak. Er zat dus een dak in haar naam, en dat wist ze nu pas. Veel dingen wist ze niet meer goed, maar het rode puntdak zag ze nog voor zich. In de zomer de tuinhanden van haar vader en het koele vlierbessensap van haar moeder, de zandbak achter, harde muziek op zondagochtend, dansen in de keuken, trij nou wie ken onli loez.
Het was hun eerste reis zo ver weg geweest, naar een land met zo veel wild water en veel te kleine bootjes.
Marie draaide de kraan nog verder open en het water spatte op de grond en op haar, de wassen Marie en de echte.
En toen kwam Ludo, met zijn grote hoofd. Hij droeg een tuinbroek van spijkerstof en ging naast Marie staan.
‘Kijk,’ zei hij.  ‘Je moet het zó doen.’ Hij drukte op de zeepdispenser en deed wat zeep op een papieren handdoek. Langzaam wreef hij over de letters. Ze losten op in een oranje streep en Marie stopte met huilen, om weer te beginnen toen ook het vogeltjespuntje hoog boven haar naam was verdwenen, aan het einde. Nu was er niets meer van haar over.
Ludo legde een arm om haar schouders en zei dat ze niet moest huilen, ze konden vandaag nog meer gaan schrijven, hij zou de juf om papier vragen en Marie leren hoe je Ludo schreef, en Edmontosaurus. Als ze dat wilde. Dat was zijn lievelingsdier, wat was het hare? Poes kon hij helaas nog niet. Ludo trok nog een papieren handdoek uit de automaat, maakte het vochtig en depte Maries gezicht. Haar ogen waren amper nog rood, de letters op de legodoos waren verdwenen, maar ze zouden nieuwe maken. Je kon alles nieuw maken, bijna alles.
Sindsdien vrienden, ooit ook wel een half jaar geliefden, maar dat voegde te weinig toe. Ludo had als vooraanstaand natuurwetenschapper op veel plekken gewoond, zij had na de kunstacademie steeds geschilderd en les gegeven,  jarenlang gezorgd voor Hylke.

Marie doet wat zout in de vers gemalen koffie, een heel klein beetje maar. Dan wordt hij minder bitter. Ze legt de bonbons op een schoteltje. Als verrassing meegebracht uit Zürich, champagnetruffels, Ludo’s favorieten.
Als hij een weidse armbeweging maakt ruikt ze het weer. Ongewassen kleren, oud zweet, oud eten. Hij lijkt zo onvermijdelijk als hij declameert:  ‘Ludo de Vos gaat een huis voor je bouwen, Marie.’

Eén reactie

Bettina Weller

Erg mooi verhaal, maakt nieuwsgierig naar meer!!

Bettina Weller, - 18-05-’18 11:54
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog