Weggespoeld door de regen

Het laatste woord (5): De lange droogte

Over beginzinnen is veel geschreven, als Jan van Mersbergen een boek aanschaft kijkt hij eerst naar de slotzin. Die zegt soms meer over een boek dan die beginzin. In deze reeks: de analyse van het laatste woord.
Vandaag: De lange droogte van Cynan Jones.

*

‘Het regent,’ zegt zij, en ze kan hem nauwelijks verstaan.
Daarmee sluit de schrijver Cynan Jones uit Wales zijn laatst-vertaalde roman af. De lange droogte wordt afgesloten met regen, maar niet om het verhaal mooi rond te maken, daarvoor heeft Jones voldoende hoekige personages en wendingen opgeworpen. Die droogte is bijzonder, het verhaal speelt in Wales. Fijn ook, die droogte. Er is een moeras, en dat is nu opgedroogd. Het landschap verandert.

Hoofdpersoon Gareth zoekt een koe en hij vermoedt dat die het moeras ingelopen is. Dat is het eenvoudige beginpunt van het verhaal, dat dus die droogte nodig heeft.
Die koe heeft iets weg van Godot. Zoals Samuel Beckett in Wachten op Godot twee personages laat wachten op een man die – en dat voel je al snel aan – nooit zal komen, zo laat Jones zijn man naar een koe zoeken en zelfs in dit dunne boek weet je steeds: die koe komt voorlpoig niet terug. Eigenlijk maakt het niet uit of de koe gevonden wordt, het boek draait om het zoeken naar de koe en de afstand die daarmee ontstaat tussen Gareth en de rest van zijn gezin. Afstand die hem tegelijk dichter bij het drama en het geheim van dit gezin brengt. Tijdens het zoeken is er tijd om die zaken eens goed te bekijken.
Als Gareth in het moeras is worden de gedachten aan zijn vrouw pijnlijk en hard. ‘Het idee van nog dertig jaar met haar... we leven te lang, denkt hij.‘
Hij leeft samen met een moeilijke vrouw. Het stichten van het gezin ging zeer moeizaam, de vrouw had twee miskramen. Gareth is opgelucht als de schuld hiervan bij hem ligt. En toch is het de vrouw die het grootste geheim met zich meedraagt – dat ik hier niet zal verklappen.
Dit gezin heeft wel iets weg van het gezin Bundren uit As I Lay Dying van William Faulkner: een stel mensen, ouders, kinderen, die compleet vastzitten in hun boerenbestaan, met hun eigen beslommeringen en natuurrampen: brand en overstroming. De zoon in De lange droogte moet met een Transit-wagen iets wegbrengen, de vader zoekt een koe en heeft de ambitie een stuk land te kopen, de moeder komt amper buiten. De hond moet sterven, die heeft een gezwel.
En ook in De lange droogte een flinke hoeveelheid natuur en aanverwante verschijnselen: een kalf, heel veel eenden, een engel, mol, katten, konijn, paddenstoel, een monster. Droogte. Jones beschrijft zijn natuur zeer koeltjes, nergens romantisch of dweperig. Er staat ergens op het land een oude auto, die staat daar net zoals de dieren daar zijn. Op zijn eigen manier maar helemaal op zijn plek.
Die eenden vormen een plaag. ‘De eenden leken onoverwinnelijk. Er werd een comité opgericht.’ Om vervolgens die eenden af te schieten.
Duiven zijn heel traag als ze lopen maar in de lucht ongelofelijk snel en ze kunnen heel lang vliegen en ze weten zich te oriënteren. In hun hersenen zit ijzer dat werkt als een soort kompas. Bijen hebben dat ook. Jones laat Gareth denken: Wat zit er bij mensen in hun hersenen?
In dit debuut van Cynan Jones zijn de elementen die zijn latere romans zo goed maken al te herkennen: het gebruik van witregels en het sobere en oom intense beschrijven van dat landleven met die op zichzelf staande personages. Vaker dat in De burcht of in De inham is Jones in De lange droogte expliciet en stopt hij soms in een enkele alinea een compleet mensenleven, met flinke vertelsprongen, zoals Annie Proulx doet in haar beste korte verhalen.
Al op pagina 8 van De lange droogte schrijft Jones: ‘Hij wreef over het stompje van zijn ontbrekende vinger.’ Een mooi kalm zinnetje over een vinger waar verder geen woord aan vuil gemaakt wordt, tot op pagina 110 blijkt dat Gareth met het monster uit het moeras gevochten heeft, die kreeg zijn vinger te pakken. Ook heel droog verteld, en zo laat Jones de stukjes samenvallen.
Op een van de laatste bladzijden een zinnetje over het einde van de dag: ‘De dag zou snel eindigen in een brede en grandioze zonsondergang, alsof hij aan het einde boos was.’
Dat heeft dit boek ook, die woede, omgezet in een dag met licht, in een paar mensen, in dieren, in het leven en de dood die heel mooi samenkomen, natuurlijk en duidelijk.
Natuurlijk regent het vaak in Wales. Natuurlijk haten ze die regen daar, maar als het droog is maakt die droogte het leven van de Welsh nog veel moeilijker dan de regen.
De wrok die tussen Gareth en zijn vrouw hangt wordt weggespoeld door de regen.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog