, 10 Juli 2018

Zij met hem in huis

Vandaag in de reeks 500-1.000 woorden een verhaal van Nic Wouters over de rationele afwegingen die de keuze voor een nieuw huis met zich meebrengen, maar vooral ook over de moeilijker te duiden gevoelswaarde en twijfels.

*

Als Evert gaat hardlopen, stelt Ida zich voor dat hij voorgoed wegblijft. Dat hij een hartstilstand krijgt. Of dat een auto hem van de weg maait, omdat een oude man zich van pedaal vergist. De agent die bij Ida aanbelt zal zeggen: uw man had geen enkele kans. Daarna begint hij over psychologische begeleiding en vraagt of ze het lichaam van Evert wil zien.
 
Ida schenkt een glas chardonnay in en hoort een ambulance. Rond dit uur komt Evert van zijn werk. Ze speelt een studie van Bach, laat na een kwartier haar vingers van de toetsen glijden en neemt een slok wijn. Dan hoort ze de voordeur.
Evert komt de keuken binnen en geeft haar een natte kus.
‘Binnen een uur kunnen we het huis bekijken’ zegt Ida. Ze pakt haar smartphone, opent de pagina en gaat nog een keer door de advertentie. Zeer mooi gelegen villawoning met grote tuin.
‘Liever kopen dan bouwen,’ zucht Evert. ‘Vanmorgen kreeg ik telefoon van een bouwfirma. Een man is ten val gekomen op de werf en wil hen dagvaarden.’ Hij ontkurkt een flesje bier en gaat op een stoel zitten.
‘Logisch,’ zegt Ida, ‘de firma is verantwoordelijk.’ Ze pakt twee borden uit de kast en schept soep in.
‘Als jij mij verbrandt als je soep inschenkt, dan ben je ook verantwoordelijk,’ zegt Evert. Hij pakt een snee brood uit de trommel en sopt in zijn soep.
‘Ik zou je troosten,’ zegt Ida.
‘Ik ga die bouwfirma vrijpleiten,’ zegt Evert.
‘Niks rechtvaardigheid dus.’
‘Je moet de achterpoortjes kennen.’ 
‘Misschien heb ik ook achterpoortjes,’ zegt Ida. Ze staat op, gaat met haar hand door Everts krullen en masseert zijn nek. Als hij doet alsof hij op de rechtbank zit, heeft ze zin om langs haar neus weg te beweren dat ze zwanger is, of dat ze ontslagen werd.
Een maand geleden had ze info over tangolessen in Everts handen gestopt. Hij was neuriënd thuisgekomen en had zijn hoofd in haar nek gelegd.
‘Wat denk je?’ had Ida gevraagd.
‘Wij?’ zei Evert.
‘Tango is passie,’ had Ida geantwoord.
Evert had iets voorgelezen over de geschiedenis van de tango en was daarna op zijn iPad begonnen. ‘s Avonds had Ida het foldertje tussen oude Cosmopolitans gevonden.
Ze haalt gegratineerde macaroni uit de oven en schenkt wijn bij.
‘Wat denk je van dat huis?’ vraagt ze.
Evert neemt een slok bier en boert. ‘Ze vragen veel,’ zegt hij. ‘Maar als het meevalt en we krijgen de prijs naar beneden, waarom niet?’
‘Het beangstigt me,’ zegt Ida. Ze schept macaroni op de borden.
‘We gaan geen leven lang een huis huren,’ zegt Evert. ‘En als er kinderen komen, moeten ze een tuin hebben om in te spelen.’
‘Ben je nu aan het pleiten?’
‘Ik probeer je te overtuigen,’ zegt Evert.   
‘Van het huis of van kinderen?’ vraagt Ida. Ze weet niet of ze het antwoord wil horen en kijkt naar buiten.
‘Je droomt,’ zegt Evert. ‘Eet je macaroni op, we hebben weinig tijd.’
 
Ida kleedt zich boven om terwijl Evert doucht. Daarna legt ze een cd op en gaat op de bank liggen. Boven haar hangt een schilderij van Corneille, Jeux entre chat et oiseau, met felle gele en rode kleuren. Ida had het op een veiling gezien en had het in een impulsieve bui gekocht.
‘Het hangt scheef,’ had Evert gezegd toen hij er langs liep.
‘Wat vind je?’ vroeg Ida.
‘Kinderachtig,’ zei Evert. ‘Hoeveel kost zoiets?’
‘Ik heb het zelf betaald,’ zei Ida, ‘het is kunst.’ Ze had er sindsdien niet anders over gedacht en had het schilderij niet recht gehangen.
Als Evert naar beneden komt, zet ze de muziek uit en trekt haar jas aan.
‘Benieuwd of het huis zijn prijs waard is,’ zegt Evert als hij in de auto stapt.
Ida weet niet wat ze moet verwachten, ze heeft alleen een foto van de voorkant van het huis gezien. Vanmiddag is ze op internet naar chique villawijken gegaan, gated communities waar je alleen met een pasje binnenkomt, waar eigen regels gelden en waar in sommige gevallen kinderen niet welkom zijn.
Evert stuurt en tokkelt met zijn vrije vingers op het dashboard. Denkt hij aan de villa of aan de bouwfirma die hij moet verdedigen?
 
Het huis staat in een laan met berken en witte esdoorns. Op de oprit een blauwe Mercedes met op de zijdeuren in rode letters Immo Vertongen. Een kale man in een blauw pak geeft ze een hand. ‘U bent stipt op tijd,’ zegt hij.
Hij verkoopt huizen en hij lispelt, denkt Ida. Ze stapt de hal binnen, een donkere ruimte met een trap naar boven en grijs geverfde muren.
‘Er is een regenput van 5000 liter,’ zegt de man. Evert knikt, haalt een papiertje uit zijn achterzak en schrijft iets op. Ida zou hem de hele avond willen observeren terwijl hij vragen stelt en dingen noteert.
Boven zijn er twee kamers met dakkapellen en een met een dakraam. Als we het huis kopen, dan moeten er kinderen komen, denkt Ida. Een andere mogelijkheid is er niet. Ze loopt naar het raam en kijkt naar de tuin onder haar, een mooi afgeboord stuk met in het midden een Amerikaanse eik.
In de woonkamer vertelt de man over draagbalken en aluminium ramen. Ida raakt Everts hand aan. De muren zijn zachtgroen en door een erker achteraan ziet ze de eik oprijzen. In dit huis zou ze kunnen wonen. Ze bedenkt waar ze de driezit zou plaatsen en vraagt of ze de tuin mogen zien.
De man wijst naar een schuifraam. ‘Doet u maar,’ zegt hij.
Ida wandelt naar de Amerikaanse eik, sluit haar ogen en snuift de lucht op. Ze denkt aan de momenten dat Evert bij haar logeerde toen haar ouders op reis waren. Hoe hij het huis doorkruiste, gaten en kieren inspecteerde en de hele tijd vragen stelde. In de wijnkelder van haar vader had ze Evert staande gehouden en tussen de Cabernet Sauvignons en de Merlots had ze hem gekust en gevraagd of hij naar haar verlangde.
Zij met hem in dit huis en tijdens zomeravonden onder de boom. Evert had gelijk, ze moet aan later denken, aan wat er nog kan komen. Hij staat op het terras, kijkt naar de eik en wuift naar haar. Ida steekt haar hand op en wandelt terug. Vanavond ziet ze zichzelf met een glas chardonnay op de bank liggen, in zijn armen.
Als ze weer op de oprit staan, vraagt Evert of de prijs te nemen of te laten is.
‘Er is nagedacht over die prijs,’ zegt de man. Hij geeft ze een hand, wenst ze succes in hun zoektocht en sluit de deur van het huis.
In de auto steekt Ida een cd in de speler. ‘Hij lispelde,’ zegt ze.
‘Ze vragen te veel,’ zegt Evert. Hij haalt het papiertje tevoorschijn. ‘Het dak moet vernieuwd worden en de regenput is klein.’
‘Ik zou er kunnen wonen,’ zegt Ida.
‘Je moet afwegen wat de kosten zijn,’ zegt Evert, ‘en niet impulsief beslissen.’ Hij legt zijn hand op haar knie. 
Ida knikt en zingt zachtjes mee met de muziek. Vorige zomer waren ze in Amsterdam in een karaokebar beland. Ze hadden gedronken en aangemoedigd door enkele Nederlanders had Evert de microfoon genomen. Hij had China Girl van Bowie gezongen, kattenvals, en dat had hij vol overtuiging en tot de laatste noot volgehouden. Ida had er geamuseerd naar gekeken, ze vond het aandoenlijk en in bed had ze gezegd dat ze hem dapper vond.

Evert gaat aan de keukentafel zitten, opent zijn iPad en tikt in wat hij op het papiertje geschreven heeft. Hij houdt alles bij. Hoeveel wijn ze per jaar drinken, waar autobanden het goedkoopst zijn, wanneer hij de frituurolie moet verversen.
‘Houd je van mij ook een document bij?’ vraagt Ida en ze slaat haar armen rond zijn hals.
‘Jij neemt te veel ruimte in,’ zegt Evert.
Ze kust hem in zijn nek en drukt haar neus in zijn krullen. Ida houdt van zijn haar. Toen ze hem leerde kennen, had hij het kort. ‘Je lijkt een schooljongetje,’ had Ida gezegd. Sindsdien was zijn haar langer en waren de krullen weerbarstiger en wilder. 
‘Alles is genoteerd,’ zegt Evert, sluit het bestand en leunt achterover.
‘En nu?’ vraagt Ida.
‘We wachten,’ zegt Evert. ‘En als de prijs zakt, zien we wel.’
‘Kom bij me op de bank zitten,’ zegt Ida. Ze doet haar jas uit en loopt naar de slaapkamer. Als ze een rokje aandoet, kan ze hem verleiden.
‘Ik heb werk, ik moet morgen pleiten,’ zegt Evert.
Ida blijft in de hal voor de spiegel staan.
‘Je bent de soep vergeten,’ roept Evert. Hij komt zuchtend de hal in met de kom in zijn handen. ‘Als ze niet koud staat, wordt ze zuur.’ Met zijn hoofd gebaart hij naar de kelderdeur en kijkt dan weg van haar. Alleen zijn toga ontbreekt nog.
Ida opent de deur en knipt het licht aan. Als Evert de trap af wandelt, doet ze de deur dicht en blijft naast de lichtschakelaar staan. Ze zou het licht kunnen uitdoen, dan stuikt hij naar beneden en breekt zijn nek. Onderaan de keldertrap zou hij gevonden worden, tussen gemixte courgettes en vleesballetjes. Jeux entre soupe et homme. Daarna zou ze de telefoon nemen en de ambulance bellen. En op de begrafenis zou ze zeggen dat Evert goed voor haar zorgde en dat ze hem zal missen.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog