, 05 Oktober 2018

Deze week gelezen: Deen, De Moor

Marente de Moor, Mathijs Deen: de redacteur las een geestige, mysterieuze, Russische kantelroman over verhalen, en geslaagde literaire non-fictie.

*

Daan Stoffelsen: Mathijs Deen, De Wadden, en Marente de Moor, Foon

Mijn voornemen me te storten op vertrouwde en nieuwe schrijfsters (Marente de Moor en Rachel Cusk respectievelijk), werd gefnuikt door fascinerende mannenliteratuur. Die benaming is niet helemaal eerlijk, want al schrijft Mathijs Deen non-fictie, en is hij man, zijn geschiedschrijving blijft dicht bij de mensen en hun verhalen.

Ik schreef hier al over Over oude wegen, waarin hij iets vergelijkbaars doet als in De Wadden uit 2013: rondom een thema door de geschiedenis heen literaire verhalen schrijven. Dat wil zeggen: hij verplaatst zich in Plinius, die het Flevomeer opvaart, of een walviswarende vader en zoon, of de Ierse eigenaar van Rottum, of de notaris die voor een Texelse (eigenlijk Eierlandse) vuurtoren streed, en beschrijft de stormen, verdwijnende en opduikende hopen zand en geulen alsof hij ter plaatse is. Karaktertekening, dialoog, scène. En stilistisch vloeiend.

Hij schijnt dat ook al in Brutus heeft honger te hebben gedaan, en in het novembernummer van Revisor roept hij ook al op maar één pagina een mens en een tijd op. Heel knap is dat. Het mooie aan De Wadden is dat de verschillende verhalen van Nul tot Nu een eenheid vormen, het wordt echt een boek, waarin de vrijheid en wijdsheid van de eilanden geportretteerd is naast de onzekerheid van leven op zee, de vijandschap van het water. Dat was met Over oude wegen minder gelukt, dat hangt minder samen. Het grote nadeel is dat ik nu stante pede weer naar Harlingen en Vlieland wil - en dat zit er even niet in.

Of Marente de Moors nieuwe roman Foon me naar Rusland lokt? Dat dan weer niet. Dat komt vooral omdat haar sprookje niet alleen vrolijk is - en zo hoort het bij sprookjes. Vooral Grimm, of Andersen, maar misschien ook Goudlokje of De drie beren - waarbij de dreiging dan in Foon iets reëler wordt. Je zou het ook een typisch Russische roman kunnen noemen, met veel bos, beren, drank, en een geweldige tirade als:

‘Een Rus kan niet nuchter blijven onderweg, die moet wel drinken, omdat hij in de minderheid is. Dat is de pest van ons leven, wij zijn altijd in de minderheid en de kilometers zijn in de meerderheid. Sommige van die kilometers zijn mooi, andere afschuwelijk, ze kunnen van asfalt zijn of van bos, maar meestal van oogverblindende sneeuw en er staan zelden mensen op. Er komt verdomme geen einde aan! Hoe verdraag je dit onmetelijke leven? Zoals het is, zeggen sommigen. Ik geef het je te doen! Niemand op deze aardkloot heeft het met zoveel kilometers te stellen als wij, daarom moeten we het leven een beetje afsnijden in de bochten. Laten we dus drinken, godsammehalen.”

De Moor kent Rusland, ze was er correspondent, schreef er haar Peterburgse vertellingen en zette een Rus centraal in haar romandebuut De overtreder. Na de zeer geladen (en geslaagde!) historische roman De Nederlandse maagd, en de wat geconstrueerdere (ook historische) uitvindersroman Roundhay, tuinscène, staat in Foon een verhaal in hedendaagse setting centraal. Maar het is losgezongen van de werkelijkheid, gek, mysterieus en duister. En geweldig geschreven. Een huis met een laboratorium en ongebruikte berenverblijven, een dorp waar men het inwonertal van op nul heeft gezet, een tragedie en een scherpe, geestige vertelster.

’“Verdomme!”
Hoor, de mens heeft zijn eerste woord gesproken.
“Nadja!”
Dat ben ik. De vrouw. Die zich omdraait en het raam herkent en het stoeltje, de lompen, glazenkast, porselein, drempel, gang, voordeur, sneeuw, rommel, modder, en ziet dat alles op haar wacht. Alleen die spiegel was ze vergeten, met dat lichaam erin. Soms hoopt ze dat het haar blik is, die zich met de jaren heeft verscherpt, dat haar oordeel harder is geworden en niet haar vlees zachter, als de ondergraven fundamenten van een pakhuis. En óf ze haar bepakt en bezakt hebben, zoals ze dat met alle vrouwen van het platteland van deze wereld hebben gedaan. Sommigen zullen zeggen: zij daar, dat is een heks. En dan zegt zij: dat is niet eens zo”n slecht idee.‘

Goede zinnen, geestige, doorspekt met ironie en melancholie, van een oudere vrouw met een nog oudere man, die man is van alles vergeten, en er waren nog een collega, een buurman, een zoon en een dochter, een dag die we het liefst vergeten, meningen en stellingen, een beste vriendin en een Nederlandse - maar alsjeblieft, laat ons met rust. Het sterke van Foon is dat je na die eerste, frisse pagina's gewend raakt aan Nadja's 'achterlijke bedoening', en het wat moerassig wordt.

Dagen lijken zich naar eigen inzicht kort of lang te maken, de seizoenen zijn verdwenen (nee: ‘Ze zijn alleen vergeten, dat is iets anders. Ze zijn vergeten omdat de natuur te druk is met iets anders.’) er is een trein in de verte en vooral: er zijn Grote Geluiden. Wat is er in godsnaam aan de hand? Nadja kan er mee leven, aan zulke veranderingen past ze zich aan, maar naarmate meer mensen terugkomen en Lev, haar man, verdwijnt, kantelt het beeld van de situatie.

Ik wilde hier nu zeggen dat dat De Moor dat kunstig doet, op zinsniveau en in het grotere geheel. Sterke karaktertekening, virtuoos spel met sprookjes en spiritualiteit en de mythe van 'de' Rus. Maar ik vind het meer dan vakwerk. Foon gaat, zoals alle goede literatuur óver verhalen, en over hoe mensen zich daartoe verhouden. Eronder bezwijken misschien. Lezen dit.

Thomas Rap gaf De Wadden uit. Querido gaf Foon uit. Op Athenaeum.nl staat een fragment.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog