1. Het begin

Jouw dromen tussen mijn dromen

Hoera! Een nieuw feuilleton, ditmaal door Fiep van Bodegom: 'Jouw dromen tussen mijn dromen'. Ze neemt ons mee naar een nabije toekomst waar mensen niet meer zijn wie ze lijken. Dat is niet erg, dat is gruwelijk, en mooi. Lees Van Bodegom!

*

‘A very very romantic story, plunging (as romanticism will) from sappy sweetness to sick cruelty, with not much actual humanity in between.’  Ursula K. le Guin, The Wave in the Mind)

Ik denk dat het een mens was, maar zijn gezicht bleef steeds afglijden. Hij ving het op met een hand bij de kin en duwde het terug, even achteloos als hij het haar dat steeds in zijn ogen viel van zijn voorhoofd veegde. Een gebaar waar ik aanvankelijk nauwelijks bij stil bleef staan, zoals wanneer je een linkshandige ziet schrijven.

Hij zat tegenover mij en was charmant. Ik had hem meegenomen uit een café zonder veel met hem gesproken te hebben. Ik ving zijn blik op toen toen we beiden richting de deur liepen. Hij had de juiste leeftijd en ik hield van zijn rechte lange postuur en ik vroeg hem of het echt al tijd was om naar huis te gaan. Ja, zei hij, maar ik kan wel met je mee. Oké, zei ik.

Ik woon op loopafstand van het café en we liepen zwijgend richting mijn huis. We liepen langzaam ondanks de hevige zomerregen; ik probeerde het moment dat ik mijn voordeur opendeed en we elkaar bijna nuchter in het volle ganglicht zouden zien uit te stellen. Misschien was ik bang, voor het ongemak, niet voor hem.

Hij zat aan mijn eetkamertafel. Ik zat tegenover hem en keek naar het verlichte raam aan de overkant van de straat, het enige huis in dat blok dat nog bewoond was. Er zat een stel op de bank. Het licht van een televisie flikkerde over de donkere bulten van hun lichaam en de bleke gezichten. We luisterde naar het geruis van de regen buiten. Optrekkende en afremmende auto’s een paar straten verderop maakten een slepend geruis op het natte asfalt. Voor de deur stond een auto met draaiende motor.

Eenmaal binnen wist ik niet meer wat te doen met deze vreemdeling aan tafel. Ik had hem mee naar huis gebracht om met hem te slapen. Om andere handen over mijn huid te voelen, om hem te proeven, om de geur van een nieuw lichaam te ruiken, om te ontdekken hoe zijn huid zou voelen, hoe hij zou bewegen. Om uiteindelijk weer seks te hebben die eigenlijk altijd hetzelfde is. Maar nu zijn gezicht zo onvast bleek, begon ik te twijfelen. Ik probeerde onopvallend te zien hoe het gelaat achter het gezicht eruit zag, of het vriendelijk was.

Het was de zomer van 2020, mijn laatste relatie was een paar maanden eerder weinig dramatisch maar definitief gestrand en ik woonde voor het eerst in jaren weer helemaal alleen. Dit was de eerste man die ik mee naar huis nam. Vroeger was ik misschien bang geweest, maar nu ik me bewust was geworden van mijn ware aard, voelde ik een opwinding bij het idee dat hij niet wist dat ik veel gevaarlijker voor hem was dan hij voor mij.

Plotseling lachte hij, het geluid deed me schrikken in de stille halfverlichte kamer. Hij zei: Gaan we de hele nacht zo tegenover elkaar zitten? Hoe heet je? Ik wilde niet direct mijn naam geven en ik wilde geen gesprek beginnen dus liep ik naar de badkamer om mijn tanden te poetsen. Je kunt je naam nooit terugnemen dus wees voorzichtig aan wie je hem geeft.

Beeld: Marcel Oosterwijk / CC BY-SA

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog