, 16 November 2018

Deze week gelezen: Van der Heijden, Ten Napel, Pollock

A.F.Th. van der Heijden, Donald Ray Pollock, Harm Hendrik ten Napel: de redactie las een actuele, Shakespeariaanse roman (en poneerde dat je altijd op handen moet letten), een krankzinnig verhaal dat toch voikomen aannemelijk is, en een gevoelige en secure verhalenbundel.

*

Thomas Heerma van Voss: Harm Hendrik ten Napel, Om aan te raken

In 2015 publiceerde Revisor een kort verhaal van een toen 23-jarige auteur: Harm Hendrik ten Napel heette-ie, en ‘Nu ik jou, oké’ was de titel van het verhaal. Ikzelf was toen nog geen redacteur, maar las het vanaf de zijlijn met interesse en bewondering. Afgelopen week las ik het opnieuw, nu in Ten Napels debuut: het kleine, tedere Om aan te raken.

Wat ‘Nu ik jou, oké’ een boeiend verhaal maakt, maakt in zekere zin deze hele verhalenbundel de moeite waard: Ten Napel schrijft gevoelig en secuur, en zoomt in zijn verhalen op een vanzelfsprekende steeds verder in op zijn personages, hun meanderende emoties, hun soms associatieve mijmeringen. In ‘Nu ik jou, oké’ volgen we een man die het station binnenkomt, enigszins in gedachten verzonken, hannessend met zijn ov-chipkaart en een laptop - hij wordt aangesproken door een meisje dat daar de hele middag voorbijgangers ondervraagd, en ondertussen is hij met zijn gedachten bij zijn vriendin. Thuis. Hij denkt aan seks, hij denkt aan het meisje op het station, tijden en werelden en verlangens lopen in elkaar over, en wat ontstaat is een meanderend, bijna surrealistisch en tegelijk heel aards, heel menselijk verhaal: iemand in een gewoon tafereel met gewone beslommeringen en associaties.

'Hun huis is niet ver van het station, maar ver genoeg om dat hete borrelen vrij te laten gaan. Het lichaam dat hij voor het meisje heeft verzonnen, verdampt. Er kolkt iets hemelblauws door zijn hoofd: een bikini. Hij ziet Anne uit het water omhoogkomen. Ze trekt zich aan zo'n trappetje op uit het zwembad. Er plonst en roept een zomer aan mensen om haar heen als ze nat de tegels op stapt. De zon schijnt haar in de toegeknepen ogen, ze sluit ze, en woelt met twee handen haar donkerblond vastgeplakte helmhaar los. Wanneer deed ze dat voor het laatst.'

Die combinatie, van het alledaagse en het bijna verhevene, onderscheidt Ten Napels schrijven: hij beheerst het vermogen om helemaal in kleine, gevoelige situaties af te dalen, in heen en weer springende en soms wat getroebleerde, poëtisch weergegeven geesten die in vrij gangbare omstandigheden terechtkomen. En, dat gebeurt veelvuldig in deze bundel, terugdenken aan eerdere ontmoetingen. Al moet ook gezegd: het blijft allemaal wel wat klein. Daar schuilt een deel van de kracht in, maar die aanpak wreekt zich na enkele verhalen: ik ben nu op tweederde van de bundel, en haast elk verhaal is geschreven in dezelfde stijl. Korte scènes. Korte, soms schijnbaar onaffe zinnen - en ook vaak afgebroken gedachtes. Daarbij komt dat veel verhalen nogal op elkaar lijken: veel derde-persoonsperspeciteven, erg veel verschillende namen, steeds weer die dialogen zonder aanhalingstekens, zonder enters zelf. Het draagt allemaal bij aan de sfeer, maar het heeft voor mij ook tot gevolg dat

Om aan te raken

vóóral dat is: sfeer, overtuigend en fraai opgetekend, maar uiteindelijk zonder al te veel verdere omheining.

Querido geeft Harm Hendrik ten Napel uit. Op Athenaeum.nl staat een fragment.

Jan van Mersbergen: Donald Ray Pollock, De hemelse tafel

‘Let op mijn woorden, zei de man, als je hen die meerval laat eten, zullen de jongens voortaan alles voor een schijntje willen hebben.’ Zo waarschuwt een onbekende zwerver een vader, in De hemelse tafel van Donald Ray Pollock. Zijn drie zonen hebben een vis gevangen, verder hebben ze niks. De vader heet Pearl. Hij zit aan de grond, geen werk, zijn vrouw overleden. De zwerver volgt een vogel die alles overleven kan. Na de waarschuwing gaat hij er vandoor.

‘Daarna liep hij de rivier in en begon zich een weg naar de overkant te banen. Op het diepste punt kwam het water tot aan zijn borst, en zijn baard kwam plotseling boven en bleef als een boei voor zijn gezicht drijven. Een gekrioel van insecten haastte zich naar zijn bakkebaarden om niet te verdrinken, en Pearl keek toe hoe de witte vogel uit de boom kwam aanvliegen en ze een voor een uit de baard pikte en ze op de uitgestoken tong van de kluizenaar legde.’

De verhalen van Pollock, waar ik al eerder over scheef, zijn heel sterk, deze roman is groter, uitgebreider, mysterieuzer en maffer. De vanzelfsprekendheid van een man die een vogel volgt die insecten uit zijn baard eet doet denken aan de zwervers in Cannery Row of Tobacco Road, allebei van John Steinbeck. Het beschrijven van dit soort bizarre gebeurtenissen in landelijk Amerika vraagt om een sobere pen. Pas dan gelooft de lezer het. Het zijn geen sprookjes, dit is een oertype Amerikaans proza dat juist geënt is op een harde realiteit, hoe bevreemdend ook. Het harde leven maakt die rariteiten en dat maakt dit proza. Bijzondere volgorde, want veel fantasy-proza of gekke verhalen met spoken en wonderen en jongens die vliegen op bezems of een man met een lange baard en een ring hebben die basis niet, die beginnen in het hoofd van de schrijver.

Krankzinnig verhaal maar dus zo volkomen aannemelijk en zonder enige ironie en gêne verteld dat je alles gelooft, ik tenminste. Voor dit proza moet je geen fantasie hebben maar geloof. Het geloof in verhalen.

Als aan het einde van hoofdstuk 8 een bizarre optocht langskomt beschrijft Pollock de vrouw die haar broekrok optilt op de bok van een paard en wagen ‘om haar intieme delen te luchten’ waarna een man volgt op een roanpaard. Dat luchten is beeldend en wat een roanpaard is weet ik nog steeds niet, ik geloof ze allebei.

Wat is dat toch met Amerikaanse schrijvers van buiten de grote steden aan de oost- of westkust? Ik geloof hun verhalen. Ik lees ze graag. De tweedeling wordt bevestigd. De laatste tijd schrijf ik veel over vertellen. Bij Een klein leven wordt zo veel verteld dat ik er kriegelig van werd, en dat komt omdat alles uitgelegd wordt. Ieder detail. Een klein leven wordt verteld in bijzonder veel woorden. Vorige week herlas ik Annie Proulx en zij vertelt ook veel, in korte bondige zinnen, en haar vertellingen zijn daardoor zo groot en hebben zo’n reikwijdte dat die paar zinnen complete levens vormen. Nu lees ik Pollock, die ook veel vertelt, maar in zekere zin focust op handelingen en achtergrond, want hij laat ook veel van het verleden van de diverse personages langs komen. Die Amerikanen van het platteland lees ik graag, het boek van de Amerikaanse met Hawaiiaanse roots en een Koreaanse moeder staat me al gauw tegen.

Ieder kort hoofdstuk uit De hemelse tafel werkt een paar vreemde figuren af, volledig geloofwaardig en zelfs vertrouwd. De zonen van Pearl worden je vrienden en ook met Ellsworth die op zoek gaat naar zijn vermiste zoon Eddie leef ik mee, in al zijn eenvoud, onwetendheid en onbeholpenheid. Misschien is Eddie naar Duitsland, vreest hij, naar de oorlog. Het verhaal speelt tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar dan natuurlijk in Amerika. Als deze Ellsworth met mensen praat vraagt hij zich steeds af: misschien weet hij wel waar Duitsland ligt?

De Bezige Bij gaf De hemelse tafel uit.

Daan Stoffelsen: A.F.Th. van der Heijden

Morgen ga ik A.F.Th. van der Heijden interviewen over zijn nieuwe roman Mooi doodliggen bij Athenaeum Boekhandel & Nieuwscentrum (er is nog plek, en anders zeker in de signeersessierij!), en mijn uitgebreidere bespreking komt maandag daar online - maar zelfs in dat overvolle stuk kwam niet alles aan bod.

'Een literair personage hoeft niet iets ellendigs mee te hebben gemaakt, maar het helpt wel,' vertelde Bert Natter me tien jaar geleden naar aanleiding van zijn debuut, dat de Vuurwerkramp als achtergrond had. Ik denk dat A.F.Th. van der Heijden daar mee zal instemmen. 'Kijk, bij Shakespeare vallen er doden met bosjes, volstrekt natuurlijk,' voegde Natter eraan toe. 'En dan staat alles meteen op het scherp van de snede.'

Natters theorie vertaald naar Mooi doodliggen: de ramp met MH17 is Van der Heijdens focuspunt. Hij zag destijds direct de noodzaak er een roman over te schrijven - werktitel President Tsaar, waaruit het NRC-feuilleton President Tsaar op Obama Beach kwam, en dat nu als MX17 staat aangekondigd. De ramp in Oekraïne trok ons land in een groter conflict, in de wereldpolitiek, in een deel van de wereld waar corruptie gewoon is en mensenlevens valuta. En Shakespeare? Hij levert het motto en een thema in deze roman - maar er vallen opvallend weinig doden.

Want dat is het interessante: de achtergronden van de vliegtuigramp zouden een Macbeth of een King Lear rechtvaardigen - beide stukken komen zijdelings aan bod - maar Van der Heijden zoomt in op de romance. Zijn verhaal is gebaseerd op de door de Oekraïense veiligheidsdienst in scène gezette aanslag op de Russische burgerjournalist Arkadi Babtjsenko. Dat was eind mei dit jaar. Van der Heijden maakt geloofwaardig dat zijn personage, Grigori Moerasjko, door de liefde gedreven risico's opzoekt in zijn journalistieke werk, en door de liefde voor zijn gezin probeert de risico's te beperken met deze schijnaanslag. Maar ja, als die geliefde dat dan niet weet - dan gaat het niet meer alleen over de liefde maar over de waarheid. De theatrale persconferentie waarop Grigori's dood wordt aangekondigd, krijgt deze onverwachte wending:

'Ik verliet het spreekgestoelte, en liep over de volle lengte van het podium tot voor Yulia’s plaats, en sprong er toen af. Ik stond voor haar. Aan het krakende zich uitrekken ’s morgens ging bij haar onveranderlijk een uitstekende nachtrust vooraf, om jaloers op te worden. Van zo nabij zag ik dat ze niet geslapen had, alleen gehuild. Ze had bij me gewaakt, zonder dat haar zelfs maar een lijk gegund was om haar tranen en kaarsvet over uit te storten. De ontzetting verhevigde zich nog, en verleidde Yulia (ze moest er haar pols voor losrukken uit de greep van Mila) tot een oergebaar waarvan ik de betekenis nooit helemaal begrepen heb: een openvallende mond, waar een hand voor geslagen werd. Opende zich met de mondholte een te intieme afgrond, die uit schaamte snel aan het zicht onttrokken moest worden?
Ik stak mijn armen uit om Yulia te omhelzen. Zij maakte zich met enkele rukken los van de twee personen die haar vasthielden, en even dacht ik dat ze zich aan mijn borst zou storten. In plaats daarvan trof ze me met haar vlakke hand vol in het gezicht.'

Het is zo'n typische Van der Heijden-vertraging. In slow motion wordt het liefdespaar herenigd - of toch niet. Nog even is Grigori de illusie gegund dat zijn geliefde om hem rouwde en hem weer terug wil, met dat mooie beeld van het waken zonder lijk. En dan die hand voor de mond, vertraagd nog door Grigori's filosofische overwegingen, Grigori's armen, Yulia's rukken, zijn borst, haar vlakke hand.

Er is niets veranderd sinds we als kinderen de woorden nog niet vonden: het echte praten gaat met de handen. Sprekende literatuur voert deze anonieme lichaamsdelen op de belangrijkste momenten op.

Morgen meer, maandag meer.

Querido geeft Mooi doodliggen uit. Op Athenaeum.nl staat een fragment.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog