5. Eens vroeg licht als Parijs

Jouw dromen tussen mijn dromen

Fiep van Bodegoms feuilleton 'Jouw dromen tussen mijn dromen' rolt door. Ze neemt ons mee naar een nabije toekomst waar mensen niet meer zijn wie ze lijken. Dat is niet erg, dat is gruwelijk, en mooi. Lees Van Bodegom! (En lees aflevering 1 en 2 en 3 en 4 ook op Revisor.nl.)

*

Daar op het balkon vroeg hij of ik de volgende dag mee wilde naar Parijs. Hij moest een pakketje afleveren en zat toch met een verder lege auto. Ik stemde in. Ik was nieuwsgierig welke gezichten hij me nog zou tonen. Of ik van al mijn verlangens verlost zou worden als ik lang genoeg in zijn buurt bleef.

We reden naar Parijs, het was heet en de jurk die ik droeg was nieuw. Als altijd  droeg ik de zilveren ringen met enorme pastelkleurige, rokerige stenen die van mijn oma waren geweest. Ik voelde me een soort futuristische priesteres. Onderweg pikten we twee lifters op die samen reisden. De ene was een arrogante Australiër die op weg was naar Spanje en de ander een Fransman uit de provincie die een jaar eerder begonnen was aan een prestigieuze universiteit in Parijs. Tijdens de eerste stop, in de hitte langs de snelweg, deelden we met hen overrijpe perziken. Het plakkerige meubilair, het dooie gele gras in de berm, de indringende geur van in de zon gebakken pis, het was precies zoals op die lange zomervakanties met mijn ouders. Er schoot een dichtregel door mijn hoofd:

‘In the sun that is young once only,/ Time let me play and be/ Golden in the mercy of his means.’

Ik at de perziken ver van mijn lichaam zodat het sap niet op mijn jurk zou komen.

De jongens zaten zonder veel te praten op de achterbank en ik kletste met mijn nieuwe reisgenoot voorin. De Fransman keek toe, het duurde even voordat ik het besefte. Hij had iets gezien in mijn reisgenoot en kon niet meer wegkijken. Welke van zijn verlangens zouden weerspiegeld worden? Ik zette The Doors op, ‘Waiting for the Sun’ zong Jim Morrison met zijn lage weemoedige  stem.

‘Waiting for you to tell me what went wrong / This is the strangest life I've ever known,’ vervolgde hij.

Kilometers landschap gleden langs het raam: graanvelden, gras, heuvels, steeds hogere heuvels. Akkerland met vogeluitkijkposten langs de zoom van bomen. Een dorp in de verte op het hoogste punt van de heuvels, nog hoger een kasteel met leistenen daken. Een open houten schuur met daaronder een machine om het hooi te keren. Verwrongen knoestige appelboompjes in een oude boomgaard. We passeerden de zwevende kinderen hoog boven trampolines in achtertuinen voordat ze de aarde weer hadden bereikt. Potten met geraniums aan vensterbanken en balkonrelingen. Maar overal waren ook verlaten dorpen, lege huizen met dichtgetimmerde ramen en deuren. Of juist al te bloot, met vitrages die wapperden door kapotte ruiten en onheilspellend open tuindeuren.

Ze waren jong en dachten dat ze onsterfelijk waren en dat het nieuws nooit betrekking op hen zou kunnen hebben. De tweede stop op onze reis was verlaten. Mijn reisgenoot keek naar me via de achteruitkijkspiegel en zei als je iets wil doen moet het nu zijn.

We dumpten de verschrompelde lichamen in de berm. Deze keer had ik geen enkele moeite gehad mijn tanden in de halzen te zetten; de jongenslichamen waren nog zo gaaf geweest, de huid glad en soepel.

Ik heb die parelgrijze jurk maar één keer gedragen, want ik kreeg het bloed er na die dag niet meer uit.

Beeld: Marcel Oosterwijk  / CC BY-SA 

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog