8. Vossengeesten

Jouw dromen tussen mijn dromen

Fiep van Bodegoms feuilleton 'Jouw dromen tussen mijn dromen' rolt door. Ze neemt ons mee naar een nabije toekomst waar mensen niet meer zijn wie ze lijken. Dat is niet erg, dat is gruwelijk, en mooi. Lees Van Bodegom! (En lees alle afleveringen tot nu toe op Revisor.nl.)

*

Ik werd wakker met de levendige herinnering aan kledingstukken die verdwenen waren. Een lange lichtblauwe jurk met bloemen en witte kraag waarvan ik de mouwen had afgeknipt. Een turquoise kasjmier wollen kuitrok met bijbehorend vestje. Een donkerblauwe wollen jas met wijde mouwen. Een beige vilten mannenjas met biezen in dezelfde kleur en zilveren knopen met reliëf die ik had vervangen door platte plastic knopen met schildpadmotief. Een recht legergroen windjack uit de jaren vijftig. De herinnering aan de verdwenen kleren deden me bijna huilen. Ik herinnerde me niet dat ik ze weggegooid had. Hoe konden die dingen zomaar verdwijnen?

Het laatste nieuws was dat de vampierplaag een parasitaire levensvorm was die via het commerciële ruimteverkeer mee naar aarde was gekomen. Die goedkope ruimtevaartmaatschappijen namen het niet zo nauw met de veiligheids- en quarantaineregels. De discussie over wat leven dan is, was zo ingewikkeld dat de meeste journalisten en in allerhaast opgetrommelde panelleden die vraag maar gewoon negeerden. Maar dit was slechts een gedeeltelijke verklaring want het was duidelijk dat de parasiet (de term bacterie of virus leek niet toepasselijk op de vorm) zowel erfelijk als besmettelijk was. Waarschijnlijk was dit niet de eerste keer dat de parasiet de aarde bereikt had, maar had het zich in de tussenliggende millennia ontwikkeld tot een veel agressievere vorm. Een ander hypothese was dat de parasiet zich op de een of andere manier verbonden had aan het al bestaande ‘vampierelement’.

In een poging mezelf af te leiden was ik Pu Songlings Strange Tales from a Chinese Studio gaan lezen. Wat kon verder van de wereld om me heen staan dan bovennatuurlijke verhalen over vossengeesten uit het China van de zeventiende eeuw? Maar de verhalen bleken griezelig toepasselijk. De vossengeesten leken op mensen, gedroegen zich als mensen en sloten soms zelfs vriendschap met ze. In de opeenvolgende korte verhalen bleken ze een opmerkelijke voorkeur voor het goede mensenleven te hebben. Ze veranderden ruïnes in paleizen, huurden buitenhuizen en gaven overvloedige banketten, om bij daglicht in de lucht op te lossen.

Toen de bel klonk, hield ik mijn vinger tussen het boek op de pagina waar ik gebleven was terwijl ik de deur open deed. Mijn eerst angst toen ik de twee politieagenten in de deuropening zag staan, was dat ‘ze’ – wie dat ook mochten zijn – hadden ontdekt wat ik was. Maar de agenten hielden hun gezicht in een droevige plooi en leken uit alle macht te proberen niet bedreigend over te komen. Gaat u zitten, zeiden ze, we hebben slecht nieuws.

Mijn ouders waren koppig in de leeglopende buitenwijk gebleven waar ze al decennia woonden. Het was steeds moeilijker geworden om ze te bezoeken, want ik had geen rijbewijs en er waren grote stukken tussen de stad en de buitenwijk ondertussen zo verlaten dat het onverantwoord was er in je eentje doorheen te fietsen. Er was nog wel een bus- en metroverbinding, maar die gingen nog maar een paar keer per dag en het laatste stuk te voet van het station naar hun huis was ook gevaarlijk. Meestal gingen mijn zussen en ik dus tegelijkertijd op bezoek, als we een auto konden lenen of we met z’n drieën of vieren konden fietsen. Nu waren ze alle vijf samen gevonden. Een bende vampiers had de hele straat uitgekamd.

Lange tijd daarna droomde ik steeds dat ik in andermans kleren door een liefelijk landschap liep en plotseling mijn familie aantrof tijdens een picknick. De droom speelde zich af in een schilderij van Hendrik Voogd, Italiaans landschap met parasoldennen, waarvan een verbleekte reproductie vroeger bij ons thuis in de gang had gehangen. Mijn zussen renden door het hoge geel-groene gras dat werd beschenen door heerlijk namiddaglicht. Alleen de parasoldennen maakten lange schaduwen op het veld, verder waren er geen donkere plekken. Mijn ouders zaten op een kleed naast het eten en dronken witte wijn uit kristallen glazen die het licht opvingen. Allemaal keken ze op toen ik het veld op liep. Maar terwijl ik naar ze lachte keken ze verstijfd en in doodsangst terug.

Beeld: Marcel Oosterwijk  / CC BY-SA 

Eén reactie

Anonimus

Prachtig schilderij! https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/SK-A-4688

Anonimus, (URL) - 16-12-’18 17:42
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog