, 24 December 2018

Dit jaar gelezen (2018)

Radna Fabias, Maggie O'Farrell, Peter Zantingh, Auke Hulst, Beppe Fenoglio, Gabriel Tallent, Miek Zwamborn, Rachel Cusk, Peter Middendorp... De redactie blikt terug op 2018. Welke boeken horen bij dit jaar? Welke boeken deden ons werkelijk wat? Welke boeken sprongen eruit? Welke boeken blijven? Er is niet één beste boek, dat moeten we al concluderen - en anders overtuigt de veelheid aan eindejaarslijstjes je wel daarvan. Maar van deze titels verwachten we dat ze over een jaartje of een decennium nog herlezen worden, van deze vinden we dat ze meer lezers verdienen. (Meer lezen? Dit lazen we in onze wekelijkse rubriek in 2018)

*

Bernke Klein Zandvoort: Radna Fabias, Miek Zwamborn, Octavio Paz, Colette

Alle boeken lezen die onder de loep van recensenten, tv-programma’s en literaire prijzen over de duur van twaalf maanden tot grote titels uitgroeien, dat is me nog nooit gelukt. Weer loop ik hopeloos achter op het jaar. Nu dat jaar zich opkrult in de holtes van haar laatste dagen, bevoelen we nog een keer wat van haar is, wat bij haar hoort, en zo ontstaan de lijsten. Op de mijne twee titels uit dit jaar, en twee schrijvers uit de vorige eeuw.

Habitus van Radna Fabias, daar kon natuurlijk niemand om heen. Haar zinnen knallen van de pagina’s. Ze brengen een beeldenstroom op gang die een hoeveelheid onderwerpen aansnijdt (migratie, vervreemding, seksisme, armoede), waarbij Fabias de lezer ook een hoeveelheid lenzen overhandigt om ernaar te kijken (afstandelijk, hardvochtig, bewonderend, liefdevol, ironisch). Het woord ‘montage’ bleef voor mij de hele bundel hangen, en ook deze regels uit het gedicht ‘actie’: ‘de regisseur zegt nu dat clichés niet bestaan dus het zal wel een documentaire zijn hij zegt/ de scherven zijn echt en de verkleurde aluminiumfolie ook/ het rijmt niet dus het moet wel echt zijn’

Je hoeft vooraf niets met wieren te hebben om Wieren van Miek Zwamborn met plezier te lezen. Wonend op het Schotse Isle of Mull, schreef Zwamborn een soort lang essay, waarin de wier-bevindingen van zeelieden, kunstenaars, wetenschappers en ontdekkingsreizigers worden beschreven en geïllustreerd. Het mooist vind ik de momenten wanneer deze grotere cultuurgeschiedenis met Zwamborns kleine, persoonlijke ontdekkingen wordt onderbroken: ‘Eén keer heb ik al duikend een pluk iriserend regenboogwier gezien. Ik wist niet dat een stem onder water kan overslaan. Als er die middag iemand langs de vloedlijn liep, moet die de uitroep van verwondering door de pijp van mijn snorkel hebben gehoord. Ik schrok zelf van het lawaai…’

‘De eenzaamheid van de Mexicaan, onder de grote stenen nacht van een nog altijd met onverzadigbare goden bevolkte Hoogvlakte, is anders dan die van de Noord Amerikaan, die verdwaald is in een abstracte wereld van machines, medeburgers en zedelijke voorschriften.’ Octavio Paz ontleedde de Mexicaanse identiteit in een mooi en wringend boeklang essay, Het labryint der eenzaamheid. Een identiteit die door de eeuwen heen verindiaanst - verfranst - verspaanst - verwaterd raakte, en de Mexicanen beschaamd en in verwarring over hun geschiedenis heeft achtergelaten. Bijna zeventig jaar later is het boek jammer genoeg nog pijnlijk actueel.

Het zelfportret van Colette, vrouw die haar achternaam tot voornaam maakte, heb ik met het plezier gelezen van iemand die een veelhoekig cadeau krijgt, waarbij er met elk nieuw verhaal, een nieuw stuk cadeaupapier was om aan te pulken. De eerste keer dat ik mijn hoed verloor is een en al zintuiglijkheid. Natuurlijk komen alle opzienbarendheden waar nu een Hollywood-productie van is gemaakt (drie huwelijken, overspelige echtgenoten, halfbakken moederschap, een verhouding met een vrouw en later de zoon van een geliefde) aan bod, maar het is de onderstroom. Veel meer gaat het boek over tochtige zolderkamers, bosvennen, dampende herders en bleekpaarse chocolademelk, over een eigenwijze, koppige vrouw eind negentiende, begin twintigste eeuw, en haar fantastische schrijverschap.

Thomas Heerma van Voss: Maggie O'Farrell, maar zij niet alleen

Het afgelopen jaar las ik meer nieuw werk dan ik gewend ben: meestal loop ik minstens een jaartje achter, soms decennia of zelfs een eeuw. Maar voor De Groene Amsterdammer en met name voor Metro las ik veel boeken kort op hun verschijningsdatum, soms met bewondering, soms met ergernis (via Metro kwamen meer dan eens kookboeken op mijn pad, het kookboek en ik zal nooit een succesvol huwelijk worden). Maar de meeste boeken lieten me uiteindelijk vooral onverschillig – en voor mijn jaaroverzicht heb ik daar vooral naar gekeken: welke boeken deden me werkelijk wat? Welke kan ik me nu nog bijna net zo levendig voor de geest halen als toen ik ze las, wat heeft echt indruk gemaakt?

Het meest: Maggie O'Farrell, Ik ben ik ben ik ben. Een prachtige, persoonlijke en gefragmenteerde biografie van de vele kern dat O’Farrell te maken kreeg met de dood. Als onnozel kind, als onbezonnen puber, als onmachtige volwassene: steeds beschrijft ze het invoelbaar en krachtig, nergens wordt haar taal larmoyant of aanstellerig. En je voelt dat alles met elkaar te maken heeft, zonder dat die verbanden al te nadrukkelijk worden uitgeschreven.

Twee buitenlandse romans die ik met veel bewondering las en die niet meer uit mijn gedachten zijn gegaan:

  • Sara Bauma, Zevenduizend eiken
  • Mihail Sebastian, Sinds tweeduizend jaar (een heruitgave)

Ook las ik de nodige Nederlandse literatuur, meer goeds dan ik hier kan opsommen, ik sluit ook niet uit dat ik een en ander vergeten ben, maar graag speciale aandacht voor deze alle vier relatief jonge schrijvers – die dit jaar alle drie een boek uitbrachten waarmee ze zichzelf op een bepaalde manier overtroffen, waarmee ze iets deden dat ik nog niet van ze kende en waarvan ik graag meer zou lezen:

  • Merijn de Boer, De geur van miljoenen
  • Bregje Hofstede, Drift
  • Auke Hulst, Zoeklicht op het gazon
  • Peter Zantingh, Na Mattias

Jan van Mersbergen: Beppe Fenoglio, Gabriel Tallent, Peter Zantingh

Met de bundel Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin als laatste boek van het jaar in mijn handen en na het eerste verhaal al de zekerheid dat dit boek bij de beste boeken van 2018 zal komen te staan, toch een lijstje van het beste van dit leesjaar.

Elf boeken halen mijn lijstje. Drie boeken springen eruit, waaronder – en dat wilde ik graag – één Nederlandse roman:

  • Beppe Fenoglio, Doem
  • Gabriel Tallent, Mijn allerliefste schat
  • Peter Zantingh, Na Mattias

Fenoglio is wat betreft stijl, soberheid en zeggingskracht het beste boek. De verwrongen personages van Tallent verrasten me door de hardheid en tevens tederheid die hun bizarre verhouding kenmerkt, een uitwerking van deze gevoelslagen kom je zelden tegen. Zantingh schreef met Na Mattias een klein rouwboek dat op alle fronten geslaagd is: goed geschreven, doeltreffend, veelzijdig.

Dit jaar las ik behoorlijk wat thrillers. De beste thriller is eigenlijk een roman, want De vrouw in het raam van AJ Finn heeft een mysterie en een plot, vooral is het de vertelling door de vrijwel altijd dronken vrouwelijke hoofdpersoon die het boek draagt.

Net niet bij de beste drie, waaronder ook één Nederlands boek:

  • Willy Vlautin, Laat me niet vallen
  • David Garnett, Vrouw of Vos
  • Owen Donker, Dryocopus

Heel mooi, en dit jaar gelezen maar al veel eerder verschenen:

  • Stephen King, Over leven en schrijven
  • Annie Proulx, Brokeback Mountain en andere verhalen
  • Cynan Jones, De lange droogte
  • Denis Lehane, Gone baby gone

Daan Stoffelsen: de genomineerden, de schrijfster van overzee, de biografen en de anderen

Wat was het beste boek van het jaar? Welk boek staat nog over tien jaar? Welke auteur blijft? Vragen voor jury's en letterkundigen. Hier schrijven we vooral als redacteurs, als lezers met autoriteit, en vandaag schrijf ik als gulle gokker. Ik gun deze boeken nog wel een prijs, en in ieder geval meer lezers. Ik zet mijn geld breed in, in een viertal categorieën.

  1. De genomineerden. Ik zat weer in de jury van de Literatuurprijs (ditmaal gesponsord door Bookspot). Die shortlist is geweldig, ik kan hem u van harte aanraden. Uitgelicht: Peter Middendorp schreef een afgeronde, psychologische roman met geweldige inzichten en ongemakkelijke scènes. Aukelien Weverling schreef een verrassende dystopie: opgewekt, slungelig en stilistisch heel consequent en eigen. In 2017 verscheen de terecht meest genomineerde roman van het jaar: Arjen van Veelens essayistische avonturenroman over de vriendschap Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken. De winnaar werd een rijk, overstelpend, genuanceerd en relevant boek: Tommy Wieringa's De heilige Rita - maar die heeft u al gelezen na de lof van Jan, Thomas en mij.
  2. De schrijvers van overzee. Ik las dus heel veel Nederlandse fictie en non-fictie, en nu ik 'vrij' ben, mag ik weer iets van buiten lezen. Dat werd de Canadees-Britse schrijfster Rachel Cusk, over wie Daan Borrel eerder dit jaar in Revisor een intrigerend essay schreef. Ze schrijft autobiografisch, maar ook weer niet, ze zoekt naar andere literaire vormen om het persoonlijke uit te diepen: de vrije indirecte rede, een eenvormige stijl voor elk personage, een bijna kunstmatig aandoende reeks van bekentenissen van andere personages, een totaal vermijden van haar eigen verhaal. Ze is humoristisch. Ik lees me nu verder in haar proza in, en ik durf al te zeggen: dit is mijn nieuwe heldin, naast Sarah Hall (die nog steeds geweldige dingen schrijft). Ik zou Cusks Kudos graag op de shortlist van de Europese Literatuurprijs zien. Boekverkopers, kom op!
  3. De biografen. De jury dwong me tot genres waar ik lang weg ben gebleven, zoals de biografie. Nou, ik had gelijk hoor: mijd ze, die dikke, boekhoudkundige werken met honderden pagina's jeugd en psychologische duiding. Mirjam van Hengels Remco Campertbiografie Een schitterend ogenblik is nergens stijf, academisch, maar regelmatig spannend, veelal interessant, en vooral literair. Met goede scènes, geweldige anekdotes en een mooie stijl. Dat het nog literairder kan, ontdekte ik in Marja Pruis' De Nijhoffs en ik, een boek dat het gebrek aan informatie aangrijpt voor een geweldige beschrijving van een zoektocht.
  4. De anderen, genegeerd of al ruimhartig geprezen. Ik las ook met veel plezier Koubaa, Van Aken, Natter, De Moor, Hulst. Auke Hulst gaat door de late verschijningsdatum van Zoeklicht op het gazon de eindejaarslijstjes missen, en dat is onterecht. Ook Marente de Moors Foon is zo'n winterkampioen. Vergeet ze niet. Lees ze.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog