Deze week gelezen: Johnston, Godijn

Jennifer Johnston, Wouter Godijn: de redactie las een geslaagde literaire poging om genreliteratuur te schrijven en deed een ontdekking: een roman met eenvoudig mooie beeldende zinnen die voldoende ruimte laten voor de lezer.

*

Daan Stoffelsen: Wouter Godijn, De kamer waar alle verhalen beginnen

In de laatste fase voor het inleveren van ons nazomernummer (1 september), waarin naast geweldige poëzie, een paar mooie verhalen en vier prachtige Personages ook een bescheiden Fantasy-special zit, in die fase had ik me geen betere gids kunnen hebben dan de nieuwe roman van Wouter Godijn. Dat komt: Godijn doet een serieuze maar vooral ook literaire poging om fantasy te schrijven. En een thriller. En science-fiction. Zijn hoofdpersoon is... wacht, ik begin met de eerste zin: 'De redacteur was zich aan het uitkleden.' Een onmogelijke zin.

Zo begin je een boek niet, zo triviaal, zo truttig. Hier gaat gewoon iemand naar bed. Iemand bovendien, romancliché ten top, die boeken redigeert, die de hoge literatuur aanbidt - Jan van Mersbergen zou zeggen: waarom zet je daar geen vijverbouwer neer - en de dufheid ten diepste: iemand gaat naar bed. Erger nog: hij droomt. Ik maak het even af: hij droomt drie dromen, novelles in die subgenrestijlen.

Maar het werkt geweldig. Die redacteur is een denkende lezer, een denkende dromer ook, en terwijl hij in slaap valt, begint te dromen, zoekt hij naar woorden: 'Vóór hem, nog een halve kilometer van hem verwijderd en snel naderend, de omheining van ronde, scherp gepunte palen (het woord "palissade" vroeg of het mee mocht doen), de als een reuzenvinger oprijzende stenen toren daarachter - maar opeens was er de gewaarwording dat er iets niet klopte.' Dan wordt hij weer wakker, en even later belandt hij in die droom, waarin een zusje is geroofd en een moeder zich heeft opgehangen, een droom die bloederig is en heroïsch en met monsters. Met geesten:

'Opeens, een seconde daarvoor was er nog niets te zien, zag ik een gestalte verschijnen in het dichtstbijzijnde licht, een gestalte die erg leek op een mens, maar op de een of andere manier begreep je meteen dat het geen mens was. De ogen waren groen, er leek een rozerode vloeistof uit de mond te druppelen. Kwijlen, dacht iets in me, hij kwijlt. De rechterhand hield een zwaard vast met een kling een eigenaardige, sikkelachtige vorm. Ik heb geen idee waarom of hoe, maar het zien van die gestalte en vooral van dat kromme zwaard, maakte een eind aan mijn verlamming.'

Goed, dat is dus een clichégeest, een soort zombie. Maar door die bijstellingen, alsof iemand je het vertelt bij het kampvuur, steeds preciezer, maar ook expres vaag met een beroep op je inlevingsvermogen ('op de een of andere manier begreep je meteen'), wordt het interessant, literair. Even later vindt de confrontatie plaats, en onze jonge held kán vechten:

'De gestalte dook nu op me af, als een enorme, lichtgevende vleermuis, ik zag het zwaard achteruit zwaaien om naar me uit te halen, en ik begon te doen wat ik vaker doe als ik in gevecht raak. Hoewel ik me afvroeg hoe ik zo'n wezen moet doden. Ik tilde mijn zwaard omhoog alsof ik mijn best deed om de klap af te weren, expres zo dat het leek alsof ik niet goed kon vechten, alsof ik erg bang was (wat ik inmiddels niet meer zó erg was: ik ben vooral bang vóór een gevecht, minder als het is begonnen).'

Die alsofs en de gedachte tussen haakjes vertragen en verdiepen de ordinaire actie. Knap is dat. Ook in de twee andere dromen is de hoofdpersoon geloofwaardig in zijn rol (privédetective, klimaatvluchteling) én als mens. Net als de redacteur, die is meer dan zijn rol, hij is vooral - is hij dat? - stervende. En in zijn dromen is hij op zoek naar zijn zus, er is iets traumatisch broeierigs gebeurd. Langzaam bouwt Godijn een verhaal op voor die redacteur, die altijd een roman wilde schrijven, De kamer waar alle verhalen eindigen, hij herneemt bouwstenen uit de eerste, tweede droom, hij droomt ín de dromen, hij weeft een web van verhalen - en hij overdondert je.

Jan, ik ben benieuwd wat jij ervan vindt, van dat tweede, thrillerachtige deel vooral. Het derde deed me aan Auke Hulsts En ik herinner me Titus Broederland denken, al zou ik dat nooit science fiction noemen, en het geheel werkt gewoon - geweldig geschreven.

Atlas Contact gaf De kamer waar alle verhalen beginnen uit.

Jan van Mersbergen: Jennifer Johnston, Witte zwanen, zwarte zwanen

De laatste weken heb ik een flink aantal romans van vrouwelijke schrijvers gelezen die me niet mee konden krijgen in de gedachtegang of de constructie. Vaak ontbrak het aan een verhaal of was de setting volledig bedacht, waren gesprekken kapstokken om een maatschappelijke issue in de roman te krijgen. Personages van karton, waar ik in ieder geval niet mee meeleef. Jennifer Johnston, Ierse schrijfster, geboren in 1930, bewijst met Witte zwanen, zwarte zwanen (vertaling Annemieke Steures) dat er weldegelijk sterke invoelbare zintuiglijke romans zijn, geschreven door een vrouw. Natuurlijk, er zijn voorbeelden genoeg te noemen, die rij in mijn boekenkast is gelukkig erg lang, maar Johnston stond daar een tijdje tussen en had ik nog niet gelezen, en ik vind het echt een ontdekking – tegenwoordig een term die veel voorkomend op boeken.

De roman draagt de originele titel How many miles to Babylon? Dat is een veel sterkere titel dan die beladen zwanen. Ze spelen wel een rol in de roman, maar het gaat toch over twee jongens die de oorlog tegemoet gaan. Jongens van verschillende komaf, vandaar die ene witte en die andere zwarte zwaan, maar het gaat vooral over vriendschap. Over contact.
Schrijven in eenvoudige mooie beeldende zinnen die voldoende ruimte laten voor de lezer, dat doet Johnston. Geen dichtgetimmerde filosofie of eindeloze twijfel. Gewoon een scène. Voorbeelden genoeg, een willekeurig stukje:

‘Het pad waar mijn moeder liep was niet het enige pad bij het meer. In het duister onder de bomen liepen koele, groene paden die naar het dorp in het dal leidden en nog verder, naar het moeras en de heuvels. Hier, als je niet ontdekt werd, moest je per se je schoenen uitdoen, want alleen in de allerdroogste zomer droogden de paden voldoende op om geen zware grijze moddersporen op je schoenen achter te laten. Ik propte mijn sokken altijd in mijn schoenen en zette ze dan netjes onder een struik. Dan waagde ik me onder de lage, met mos begroeide takken, keek eerst nog even een paar keer om of iemand me gezien had en dan liet ik me met veel plezier opnemen in het klamme duister, waarin het gonsde van de vliegen. Er zat een opening bij een wilg waar het pad bestond uit zacht gras en afgleed naar de waterkant. Hier kon ik ongezien zwemmen. Vanwege mijn zogenaamde zwakke gezondheid mocht ik dat niet behalve op de heetste dagen als het hoogzomer was, als het grind op moeders pad zich een weg door de zolen van mijn lichte zomerschoenen brandde.’

Deze ik-verteller neemt mij mee. Hij vertelt over het pad, over zijn moeder, over het zwemmen. over zijn gezondheid, over wat wel en niet mag, maar steeds gekoppeld aan wat hij doet. Waarom vind ik zo’n verteller zo prettig, een jongen die van goede komaf is en het leger in gaat, die vriendschap sluit met een jongen van simpeler komaf, die ook het leger in gaat. Een verteller die soms in dialogen zichzelf helemaal kwijt is en dan vervangen wordt, dat is een minpuntje, door lange derde-persoons stukken, maar die wel zintuiglijk en toch duidelijk vertelt wat hij te vertellen heeft. Geen filosofie, geen gedweep met literatuur, al probeert hij zich soms door Yeats heen te worstelen, geen moeilijke literaire vertelconstructies die alleen maar afbreuk zouden doen aan deze verteller.
Eenvoudig vertellen is erg moeilijk. Een veelheid aan lukrake zaken uit de geschiedenis, filosofie, vertelkunst, natuurwetenschappen en weet ik wat niet voorhanden is, gebruiken om een personage wereldwijs te maken, dat heeft Johnston niet nodig. Zij beperkt zich tot twee jongens, twee goed getroffen zwanen. Samen zwemmen ze, die zwanen. Ze gaan het leger in, dat is voldoende dreiging, maar bovenal bedreigt hun afkomst hun vriendschap, daar kan geen oorlog tegenop.
Die vriendschap in twee kleine zinnetjes:

‘Hij stak zijn hand naar me uit en ik greep hem vast. We lagen daar en keken naar de verboden zon totdat hij achter de bomen verdween en de wind ons begon te plagen.’

Een verboden zon brengt dreiging, wederom duisternis waarin verteller Alec zich prettig voelt, aanraking, beweging van de zon, beweging ook in de tijd. Dit is genieten.

Roddy Doyle, zo meldt de flaptekst, noemde Jennifer Johnston de beste Ierse schrijver. Dat is nogal een uitspraak, want het land bracht veel goede schrijvers voort, en een heleboel erg bekende grootheden die vooral naam hebben, meer dan dat ze nog gelezen worden. Doyle heeft gelijk.
Het proza is soms wat vormelijk en ouderwets. Dat is niet gek, Johnston is ruim tien jaar ouder dan mijn ouders. De lezer kijkt daar met gemak doorheen, de taal wint.

‘De zwanen lagen al te wachten. Eentje was met zijn snavel onder een vleugel aan het wroeten. Ze verhieven zich onelegant uit het water en rekten hun lange nekken naar ons uit. De heuvels leken erg dichtbij, erg zichtbaar. Er hing regen in de lucht. De biezen bogen voor haar toen er een zachte bries doorheen ruiste. Het buigen van duizenden, duizenden piekeniers.’

Dulce & Decorum gaf Witte zwanen, zwarte zwanen uit. Hij is nog tweedehands beschikbaar, onder andere via Boekwinkeltjes.nl.

Eén reactie

Robert Kruzdlo

En ook…, dat er heel veel over de natuur geschreven wordt. Dat zie ik te weinig in de Nederlandse literatuur. Daar zou eens onderzoek naar gedaan moeten worden; de tablet heeft het nu helemaal overgenomen, men kijkt niet meer om zich heen. Twee regels over de natuur is al heel veel. Twee bladzijden wordt als een “lezersramp” gezien. Nu ben ik een voorstander van een hoofdstuk over natuurbeleving, en, vooral omdat de wereld verpulverd, uiteen dor landschap gaat bestaan. Vandaar mijn brandende reactie.

Robert Kruzdlo, (URL) - 21-08-’19 12:06
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog