Deze week gelezen: Van Reybrouck, MacDonald

David Van Reybrouck, Helen MacDonald: de redactie las persoonlijke lofredes aan oorspronkelijke, niet zelden onooglijke onderwerpen, en begon aan een nieuw roofvogelboek - en vraagt om tips.

*

Daan Stoffelsen: David Van Reybrouck, Odes

Tal van vragen roept dit boek op. Een heel basale: wat maakt een bundeling van elders gepubliceerde stukken een boek? Een over toon en inzet: is de positieve grondhouding waar De Correspondent (het oorspronkelijke podium voor deze stukken) een goede basis voor literatuur? Een over wat literatuur is: wanneer wordt een column of een kunstkritiek literair?

David Van Reybrouck schreef voor De Correspondent 'odes', lyrische benaderingen van ongewone onderwerpen. Ze variëren in lengte en vorm, van uitgebreide beschouwingen tot korte signalementen, gedichten, hagiografieën, maar Van Reybroucks stijl is goed, en zijn onderwerpkeuze verrast niet zelden. Zijn 'Ode aan het mooiste deel van het vrouwenlichaam' onderzoekt de verschillende lichaamsdelen die daarvoor in aanmerking komen.

'Borsten of billen. De grote Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade was er op hoge leeftijd wel zo eerlijk over. In zijn postuum verschenen O Amor Natural ging hij, kind van de samba, voluit voor die "twee tweelingmanen / in een bolrond wiegen." En voegde er volledigheidshalve nog aan toe: "Is er nog meer? Misschien de borsten."

Weten dat sommigen de hals prefereren. Of de enkels. De kuiten. Of het sleutelbeen. Mooi allemaal. Of ook nog: het driehoekige kuiltje voorbij het sleutelbeen. Daar cava uit slurpen. En die in haar mond laten druppen. Vanop een hoogte.'

Ik zit in team-Drummond de Andrade overigens. Dit kan alleen maar plat worden, denk je, maar Van Reybrouck wijst een spiertje aan. Een spiertje. Mooi. En dat is de kracht van deze odes. De positieve insteek is schijn - Van Reybrouck prijst het offline zijn in een van zijn minder originele odes, dat is toch eerder kritisch dan lovend - maar hij wil wel oog hebben voor het onooglijke. Als Lucianus' Lof van de vlieg, maar dan niet ironisch.

Vaak prijst hij een kunstwerk aan, een muziekstuk of liedje, een enkele keer een boek, maar maakt hij het wel persoonlijk, en opent daar de deur naar de literatuur. Het stuk over Arvo Pärt is geweldig bijvoorbeeld, daarin cirkelen verschillende verhaallijnen om Van Reybroucks waardering voor de componist heen. Het begint met een goed beeld: 'Het zijn mijn laatste weken in Berlijn. Ik doe de deur niet langer open als een landheer maar als een deserteur.' Vervolgt nogal prozaïsch: 'Suf vragend staarde ik hen aan.' En wordt steeds mooier, ronder. Maar ook wat hij over liften schrijft is mooi, en de persoonlijke ontmoetingen, met zijn schoonmaakster en Joost Zwagerman. 'Welke herfst sijpelde zijn borstkas in,' vraagt hij zich af. Of zijn Berlijnse transgender-kapper, die hem om een gunst vraagt. 'Zelden vond ik een schrijfopdracht zo droevig. Zo vroeg al moeten berusten in het leven. Zo vroeg al de wanhoop moeten overwinnen.'

Ook de odes aan de doden in zijn telefoon, de stille liefde, de spijt; ze werken voor mij, al is Van Reybrouck af en toe wat sentimenteel, of eigenlijk: hij durft grote woorden te gebruiken. Dat citaat uit de transgender-ode: zelden, droevig, berusten in het leven, wanhoop overwinnen. Of over spijt: 'Ik denk dat we moeten werken aan de vergeten kunst van het spijt erkennen en betuigen. Niet die permanent opgefokte ongenaakbaarheid van diegene die nooit iets misdaan heeft, maar evenmin die eindeloze zelfkastijding over gebleken onvermogen.' Vergeten kunst? Pfff. Maar hij maakt het goed met een in-en-in triest en eigen verhaal.

De Bezige Bij gaf Odes uit.

Jan van Mersbergen: Helen MacDonald, De h is van havik

Afgelopen maand las ik Kes, over een jongen en een torenvalk. Ik geloof dat de boeken die je leest een onderling verband hebben, ze vullen elkaar aan en de volgorde is ergens logisch. De boeken vertellen iets over mij als lezer.
Op dit moment lees ik over roofvogels. Dus bestelde ik De h is van havik, van Helen McDonald. Ben ik momenteel aan het lezen.
Er zijn meer boeken over roofvogels. Wilbur Smith schreef De roofvogels, maar dat spreekt me niet aan, het is een avonturenroman. Er zijn veel romans die als titel De roofvogel hebben. Saaie titel, beloofd niet veel goed.
Heb je nog tips, ik hoor het graag.
Nu De h is van havik lezen, een titel die lijkt op die vervelende HhhH maar dat mag de pret voorlopig niet drukken.

De Bezige Bij gaf De h is van havik uit.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog