11 November 2019

Reproductie (X)

Feuilleton

Iedere maandag: nieuw verhalend proza van Jori Stam. Vandaag deel 10, het slotstuk van zijn feuilleton getiteld Reproductie.

*

Ruben leest in zijn campingstoeltje het manuscript van Kimiko en drinkt bier dat ze hebben meegenomen in de koelbox. Het blikje past in een opening in de leuning van zijn stoel. Kimiko had de lichtblauwe koelelementen de vorige avond in de vriezer gestopt en vanochtend strategisch rond het bier en de broodjes geplaatst. Het bier en de boterhammen met Hongaarse salami zijn nog koud. Zelfs met gezouten vlees is het in de warmte opletten geblazen.

Ze huren een vakantiehuis in het noorden van Frankrijk, nog geen honderd kilometer van Saint-Pierre-en-Port, maar sinds hij vorige week met Kimiko en Juno was aangekomen, had Ruben niet aan de hinde of Marleen gedacht. Geen Sylvia, Marc of George. Herinneringen kunnen verdwijnen, alsof het leven waarin ze waren ontsproten het leven van iemand anders was – was Ruben die bier drinkt en het manuscript leest dezelfde Ruben die niet de nek van een hinde durfde om te draaien?

Ze komt aangelopen in een blauwe bikini met witte stippen erop, een rood koordje bungelt langs haar rechterheup. IJs druipt over de oubliehoorn en druppelt op de grond, ze houdt haar mond eronder om niets te verspillen. Juno loopt erachteraan, mond rood van een waterijsje, een bol buikje, om haar bovenarmen opgeblazen oranje zwembandjes. Een marsmannetje, een gekrompen superheld.

En? Wat vind je ervan?

We hadden afgesproken dat we het er pas over zouden hebben als ik het uit zou hebben.

Waar ben je nu?

Je interview met Prins, over smartphones en Netflix. Dat je brein niet ontspant maar ook niets doet.

Vind je het goed?

Ze kijkt hem schalks aan en geeft hem een zoen. De zoete smaak van pistache-ijs op zijn lippen. Kimiko gaat naast hem zitten, Juno speelt voor hen in het zand. Gezoem. Hij had zijn elektrische vliegenmepper in de aanslag, geen wesp, horzel of kamikazehommel die deze middag zal verpesten.

Hij kijkt naar een vrouw die een paar meter verderop in het meertje een strandbal overgooit met een man. Iedere keer als ze de bal bovenhands opwerpt, klotst haar grote decolleté op en neer. De man die de bal opvangt doet hem aan zichzelf denken, niet alleen de meest opvallende eigenschappen zoals zijn kapsel, haarkleur en bleke huid, maar ook zijn manier van bewegen. De twijfel in zijn botten en geest alsof hij denkt continu door andere toeristen bespioneerd te worden.

Kom, schatje. We gaan zwemmen, zegt Kimiko.

Jaaaaaa, zingt Juno.

Kimiko pakt Juno’s hand en hij ziet hoe ze samen richting het meertje lopen. Zelfs tegen het einde van de middag is het nog warm, ze kunnen hier nog uren blijven. Hij pakt zijn digitale camera uit zijn rugzak en zet de zoeker tegen zijn rechteroog, houdt het andere gesloten. Hij zoomt handmatig in met zijn lens om andere mensen buiten het kader te houden. De zon die op het meer schijnt, de lichamen van Kimiko en Juno die in silhouetten veranderen. Hij wacht op het juiste moment: Juno die omhoog kijkt naar haar moeder, Kimiko die het aanvoelt en terug kijkt. Moeder en dochter, zijn vrouw en kind. Hij stelt het beeld voor de laatste keer scherp en drukt dan met zijn wijsvinger op de ontspanknop. Daarna ziet hij door zijn lens Juno het meer in rennen. In de lens van de camera verandert Rubens dochter in een wazige vlek.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog