09 Maart 2018

Deze week gelezen: Deen, Driessen, Finn

Matthijs Dee, Martin Michael Driessen, A.J. Finn: de redactie las zowel fictie als non-fictie. Over reizen, over natuur, over spanning. En over zinnen die we niet zullen vergeten.

Jan van Mersbergen: A.J. Finn, Doem

Achterop de thriller (dit genretype staat trouwens voorop het boek vermeld) De vrouw in het raam staat: ‘Op een nacht denkt Anna te zien hoe de buurvrouw wordt vermoord.’ Een spannend boek dus, een thriller met een moord. Dat wordt speuren, dat wordt huiveren. Dit boek echter is veel meer dan een doorsnee thriller: het is een toproman van ruim vierhonderd bladzijden die aan spanning vooral de vertelling zelf te bieden heeft.

De eerste tekenen van de moord beginnen te dagen op bladzijde 115 en pas dertig bladzijden verder gebeurt er iets wat op die moord lijkt en vanaf dat moment worstelt vertelster Anna dubbel met haar stoornis, die is veel belangrijker dan die moord.

De schrijver, AJ Finn, een pseudoniem, bouwt heel gestaagd en secuur zijn vrouwelijke verteller op. Deze Anna Fox durft haar huis niet meer uit, drinkt erg veel rode wijn, en soms witte, geeft via internet mensen psychologisch advies, gluurt naar de buren aan de overkant, en speelt online schaak.

Een spannend boek dat zich afspeelt in een enkel huis, met een verteller die zo gek als een deur is, dat neigt eerder naar een psychologische roman. Moord en thriller, dit boek had wat mij betreft zonder gekund, ook op de cover, maar ik begrijp dat vooral verkooptechnisch gedacht is. Laten we het een thriller noemen, en geen spannende roman, dat vinden lezers vies.

Een bijzondere vertelling, dat is het wel. In dagboekschetsen houdt Anna Fox bij wat ze doet op zo’n dag in dat huis van haar. Allemaal helder. Ze is niet bang voor mensen, die komen gewoon op bezoek. Ze durft niet naar buiten. Heel terloops voegt Finn dat drinken toe aan deze vertelling. Op honderd verschillende manieren laat hij haar melden dat ze zin heeft in een glas, dat ze toe is aan een nipje, dat ze dorst heeft. ‘Twee uur later sluis ik de laatste wijn door mijn keel en zet de fles op de salontafel.’ Heel sterk gedaan, koel en alledaags. Als ze na de moord probeert hulp te zoeken schetst ze even het beeld van een nachtkastje waar een wijnglas staat, zo maar los in een zinnetje, tussen de andere spullen. Steeds die wijn, die glazen, dat drinken. Het leest volkomen natuurlijk.
Wel jammer dat de dagboekvorm erg breed opgezet is. Van de eerste dertig bladzijden tekst zijn er elf compleet leeg of er staat op zo’n pagina alleen de datum vermeld. Een staaltje tekst oppompen, en gelukkig neemt dat aantal witte bladzijden gaandeweg af, past er meer tekst op een dag, eigenlijk.

Aandoenlijk is de scheiding van Anna. Ze mist haar ex Ed, en ze heeft nog goed en grappig contact met hem. Geen cliché van een vechtscheiding dus, waar andere thrillerauteurs voor gekozen zouden hebben, maar een paar mooie scènes die aangeven dat die man ook best nog van deze labiele vrouw houdt maar dat hij op een gegeven moment nou eenmaal voor zichzelf en hun dochter moest kiezen. Ze praten er prachtig over, innig zelfs.

Korte beeldende zinnetjes geven de vertelling glans. ‘De kruin van haar hoofd is een krans in het avondrood.’ Je weet niet of deze Anna zulke beelden gewoon ziet of ze verzint omdat ze een wijntje te veel heeft gehad, en precies daarin schuilt de kracht van deze thriller. Als ze iets zegt, dan vult ze herhaaldelijk aan: ‘zei ik’, alsof ze even voor zichzelf bevestigd wil hebben dat ze daadwerkelijk sprak. Ze weet het niet. Denken en praten, vertellen, het loopt in elkaar over, en dat maakt dit proza zo spannend.

Als ze die buurvrouw vermoord ziet worden twijfelt ze meteen, en anderen met haar. Opeens komt de buitenwereld naar binnen: politie en de buren, op een andere manier dan daarvoor. Die openheid verandert het boek: juist die beslotenheid van dat huis was prettig. Toch kan het boek gemakkelijk die buitenwereld hebben, verteller Anna is zo gek als een deur en in die gekte schuilt voldoende beslotenheid, waanzin en twijfel om de lijn van de eerste honderdvijftig bladzijden moeiteloos nog tweehonderdvijftig bladzijden door te trekken.

Als Anna naar buiten wil, naar buiten moet, om een buurvrouw iets te vragen, om haar eigenlijk te stalken, gedacht vanuit die buurvrouw, gebruikt ze haar paraplu als wapen en als schild tegelijk. Een recept dat eerder in het boek beproeft is maar nu groots wordt uitgewerkt. Het loopt uit op een fiasco, dat was te verwachten, die paraplu bij terugkeer in huis nog steeds bungelend aan haar arm.

Natuurlijk blijkt dan ook na welk trauma deze vreemde en aandoenlijk problematische Anna zichzelf zo in de nesten heeft gewerkt. Voor de novel-noir is dat mooi, voor de vertelling maakt het niks uit. Eigenlijk onderbreken die flashbacks enigszins de vertelling in het nu, met wijn en waan. En die vertelling glinstert.
Natuurlijk zijn er wendingen en die maken van dit boek toch nog een beetje een thriller, al is de spanning volledig suspense: alles vanuit suggestie, vanuit beelden, vanuit een verteller die van het padje af is, of toch niet? Die wendingen geven de lezer het gevoel dat de schrijver je met opzet heeft doen geloven in de wegen die hij heeft uitgezet; dat heeft hij vanzelfsprekend gedaan, de vertelling op zich kan dat niet. Die wendingen maken verschil tussen verteller en boek: dat laatste heeft binnen het genre wendingen nodig, de verteller drinkt gewoon haar wijntje en heeft waanbeelden, maar denkt niet in thrillerwendingen, die denkt alleen aan haar eigen verhaal en vertelstem, daaraan heeft ze genoeg.

Al met al een geweldig boek, een van de beste suspense-romans die ik de laatste jaren las. Zal nog veel als voorbeeld op mijn schrijfavonden gebruikt worden. Hoe kun je spanning in een tekst krijgen zonder achtervolgingen, gruwelijke lustmoorden, zwart-witte dader-slachtoffer verhoudingen en clichékarakters? Hoe kan een vertelling vanuit een eenvoudig consequent vertrekpunt spannend zijn?

Het boek heeft toch nog een kleine achtervolging. Het boek telt honderd hoofdstukjes, de cijfers allemaal helemaal uitgeschreven, en voor mij is het toch een stuk of vier, vijf hoofdstukjes te lang, want de ontknoping is erg slim en er is heel goed naartoe gewerkt, maar die achtervolging in dat huis, dat hoefde van mij niet. Neemt niet weg dat suspense werkt met het onthouden van informatie, het sturen van beelden, het geloven in verhalen en in waar ze vandaan komen. Bijzonder goed gedaan in De vrouw in het raam.
Dit wordt een klassieker.

Beste zin: ‘Vandaag geen wijn, heb ik besloten, of althans niet vanochtend.’

Daan Stoffelsen: Mathijs Deen, Over oude wegen

Mathijs Deen maakt in zijn nieuwe boek Over oude wegen met een aantal op feiten gebaseerde levensverhalen zeer geloofwaardig dat reizen sinds de prehistorie een logistieke uitdaging was, en de reiziger continu bedreigd werd. (Hertmans: 'Ze is overgeleverd aan het landschap, het toeval, de ruimte, en overal kan haar iets overkomen.') Tot de vorige eeuw moesten de meesten te voet gaan over slechte paden, onderdak en eten waren niet gegarandeerd, en je buren waren niet te vertrouwen.

Een van de mooiste portretten in Over oude wegen is dat van een rover langs de Via Appia, die met een slim netwerk van informanten telkens buit wint binnen te halen - en lang uit de handen van de machthebbers blijft.

‘Bulla wist dit. Hij was een kameleon. Hij kon zich voordoen als een centurio, een verklikker, een pretor, een reiziger, een vagebond. En als minnaar van verveelde patriciërsvrouwen, al was hij daarin meer zichzelf, minder in vermomming dan in al die andere hoedanigheden.
Wat hem was overkomen, waarom hij zijn dagen doorbracht langs de wegen en zijn nachten in een grot, wisten zelfs zijn bendeleden niet. Maar dat hij de weg kende tot in het paleis van de keizer, al was het door de dienstingang, blijkt wel uit het feit dat hij zich omringd had met honderden slaven die hij had weggelokt uit de dienst van Severus zelf.’

Een vrouw (het lijkt wel een personage van Jan van Aken) wordt hem fataal. Ook een IJslandse Romereizigster en een Spaans toneelpersonage dat door een Portugese Jood naar Amsterdam wordt gebracht, vanwaar ze Scandinavië bereikt, laten zien hoezeer onze nieuwe wegen een zegen zijn. Een prehistorische mens, een migrerende Kelt, een Nederlandse soldaat voor Napoleon, een wegracer, een Marokkaanse remigrant: Deen toont hoe wegen gebruikt werden, amper voor toerisme, vooral uit noodzaak. Hij tekent levensverhalen op van gelukszoekers die meestal veeleer ongeluksvluchters blijken.

Geweldig boek, door de breedte en de levendigheid. Reden te over om morgen naar Athenaeum Boekhandel te komen voor het openbare interview met Deen. En één kritiekpunt: liever dan het beschrijven van gevoelens en gedachten ('Nooit meer een Groenlander, nam ze zich voor. Weg hier, weg hier, weg hier.' Dat is vanzelfsprekend niet uit de oudste bronnen op te maken.) had ik dialogen en scènes gezien. Daarin is hij nog steeds meer historicus dan romancier, meer Mathijs Deen dan Jan van Aken.

Thomas Rap geeft Over oude wegen uit. Een fragment is te lezen op Athenaeum.nl. 10 maart wordt Deen geïnterviewd bij Athenaeum Boekhandel.

Thomas Heerma van Voss: Martin Michael Driessen, Rivieren

Eerder berichtte ik in deze rubriek al over De Pelikaan, een roman die ik met veel genoegen en waardering las, nu vond ik eindelijk ook tijd voor Rivieren. Een bijzonder overtuigende verzameling van drie novelles. Wat me vooral aanspreekt – en ik realiseer me dat dit vaker over Driessen is gezegd maar volgens mij kan het over dit boek niet vaak genoeg gezegd worden – is de samensmelting van een gedetailleerde, weloverwogen stijl met een grote greep: Driessen zoomt, zeker in de tweede en derde novelle, voortdurend in en uit op zijn personages, hij wisselt meerdere keren van focalisatie, hij laat soms jaren onbesproken voorbij gaan terwijl hij op andere momenten secuur inzoomt, en het wonderlijke is: het werkt, bij alle drie de verhalen.

In de sublieme eerste novelle, dat het kleinst is qua lengte en ook qua beschreven tijd, volgen we een weinig succesvolle acteur die, worstelend met een alcoholverslaving, in zijn eentje een kanotocht onderneemt. Meanderend over het water overdenkt hij zijn leven, zijn zoon, zijn carrière, en meermaals spreekt hij zichzelf min of meer geruststellend toe: dit is toch echt zijn laatste slok, zijn laatste fles, en ach, bij nader inzien valt het allemaal toch ook best mee met dat drankprobleem van hem – of niet? Prachtig is de dronken roes die steeds verder wordt opgevoerd, de euforie die overgaat in een nachtmerrie, de vertwijfeling die daarbij af en toe doorklinkt: ‘Hij had toch niet teveel gedronken?’ De fles whisky die hij enigszins theatraal in het water werpt, duikt even later toch weer op, meegekomen met de stroming: zo eenvoudig komt hij er niet vanaf. En vanaf dat moment gaat het, hoe kan het ook anders, van kwaad tot erger – een val die Driessen met souplesse optekent.

De andere novelles zijn als gezegd breder van opzet, ze gaan over andere personages, andere tijden – in het tweede verhaal draait het om het langlopende en onoplosbare conflict tussen twee groepen die worden gescheiden door een rivier in Frankrijk, het derde verhaal gaat over twee ‘vlottervrienden’ in de late negentiende en begin twintigste eeuw. Hoe ze om elkaar heen cirkelen, hoe ze eigenlijk geen moment dichter tot elkaar komen. Over de precieze aard van hun band valt meer te zeggen, veel meer, mij gaat het er nu vooral om hoe breed het spectrum van Driessen is: in deze bundel slaagt hij erin sterke psychologische portretten volstrekt vanzelfsprekend te combineren met grote historische gebeurtenissen op de achtergrond, prachtige natuurbeschrijvingen met volstrekt natuurlijke dialogen, plotgedreven geschiedenissen met de meest beklemmende psychologische afwegingen – en dat alles wordt bijeengehouden door het water dat keer op keer opduikt, meanderend, soms voortkabbelend en soms meesleurend, en uiteraard onvermijdelijk alsmaar verder stromend. Zoals de hoofdpersonage uit deze bundel de tijd onvermijdelijk zien wegglippen.

Er valt genoeg te citeren uit deze 150 pagina’s, maar ik zou zeggen: mocht u Rivieren nog niet hebben gelezen, schaf de bundel dan aan tijdens de boekenweek. En in het zeer onwaarschijnlijke geval dat de inhoud u niet overtuigt, kunt u uw geld terugvragen bij mij.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog