Een klein boekje is voorgoed voorbij

Het laatste woord (2): Treindromen

Over beginzinnen is veel geschreven, als Jan van Mersbergen een boek aanschaf kijkt hij eerst naar de slotzin. Die zegt soms meer over een boek dan die beginzin. In deze reeks: de analyse van het laatste woord.

Vandaag het tweede deel: Treindromen van Denis Johnson

‘En plotseling werd het allemaal zwart, en was dat moment voorgoed voorbij.’

Dat is de laatste zin uit de kleine roman Treindromen van Denis Johnson, een bewierookt boekje met op de achterflap een quote van Michael Cunningham die zegt dat het boekje hem rijker en bedachtzamer heeft gemaakt en hij voegt eraan toe: ‘Wat ik zou zeggen tegen mensen aan wie ik het boek geef? Just shut up and read this, motherfucker.’

Die toon past totaal niet bij Treindromen, en bovendien is het een armoedige uitspraak omdat Cunningham dit zou zeggen tegen mogelijke lezers. Hij weet misschien zelf ook wel dat je lezers niet moet uitschelden.

Neemt niet weg dat Johnsons boek van slechts 93 kleine pagina’s een groots verhaal is, weids, een heel leven op papier. Hoe sluit je dat af? Met een plotseling einde?

Johnson kiest voor een slotoptreden in het Rex Theater waar Theodore het wonderpaard optreedt ondanks het bloed in zijn uitwerpselen. Hij doet een voorspelling door met zijn hoeven op het podium te tikken. Een man stapt naar voren, legt zijn hoofd in zijn nek en zingt. ‘Het oerideaal van al zulke geluiden’: mist- en scheepshoorn, de eenzame fluit van een locomotief, klaagmuziek en doedelzak, al die geluiden maakt deze man, tot alles zwart wordt en dat moment voorgoed voorbij is.

Een theatrale afsluiting van een non-theatrale roman, dat past eigenlijk wel goed. In Treindromen wordt het leven van een rouwende man geschetst, in eenvoudige scènes, soms hard, soms lieflijk. Johnson maakt flinke sprongen door het leven van deze Robert Grainier, en daarmee door de hele vorige eeuw. Dit soort vertellingen hebben op mij altijd een tijdseffect: in zo weinig woorden zo’n leven beschrijven dat het tegelijk groot én klein is, dat is mysterieus. Een heel leven van Robert Seethaler is ook zo’n boek. De lezer wandelt een leven lang mee, maar leest het in één tv-loze avond uit.

Treindromen is vooral een technisch boek en dit soort dwang neemt die techniek weg. Die techniek schuilt in het afstandelijke vertellen van stukjes uit een leven, heel rustig en als echte scènes, in de verleden tijd, als een croniqueur die volledig onzichtbaar is, wiens stem totaal niet dwingend is maar de lezer wel meevoert. Geen grote woorden.

‘Nog geen vier jaar na zijn bruiloft en nu al weduwnaar, woonde Grainier onder zijn afdak bij de rivier onder de plek waar zijn hut had gestaan.’

Die openingszin van hoofdstuk 6 geeft het verhaal goed weer en ook de vertelling: beschrijvend, met oog voor plaats en tijd, gespeeld van moraal en oordelen. Maar zo'n zin is een opening, een slotzin is anders: die laatste punt waarmee de schrijver en zijn verhaal de lezer verlaten.

Als Treindromen uit is blijf je ermee in je handen zitten. Echt jammer dat deze vertelling voorbij is, al is herlezen een uitkomst, maar je weet ook dat deze vertelling op geen enkele manier anders had gekund, en daarom is de slotzin, die het woordje 'plotseling' in zich heeft en ook plots komt, de enige mogelijke afsluiting van dit boek.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog