01 Januari 2018

Revisor 19

Nieuwe geluiden! In het meinummer van Revisor staat naast nieuw werk van bekendere auteurs als Ruth Lasters (Herman de Coninckprijs), Thomas Heerma van Voss en Lies van Gasse, ook poëzie van Roberta Petzoldt en de zojuist gedebuteerde dichteres Radna Fabias, proza van Jan Kerouac (dochter van!), Roziena Salihu, Scotty Gravenberch, Iduna Paalman en Jurriaan van Eerten, en een essay van Daan Borrel over vormloosheid in het werk van Rachel Cusk en Dubravka Ugresic. En Joris van Casteren en Jeroen van Kan eren elk op eigen wijze Menno Wigman (1966-2018).

€ 12,50, ISBN 9789403125107 - maar een abonnement kun je nu al nemen.

Betsel Revisor bij uw boekhandel, bijvoorbeeld bij Broese in UtrechtVan der Velde in Leeuwarden en Groningen, Godert Walter in Groningen, Van Piere in Eindhoven, Het Martyrium, Athenaeum in Amsterdam, Kooyker in Leiden, Dekker van de Vegt in Nijmegen, Hijman Ongerijmd in Arnhem, Van Rossum in Amsterdam, Island Bookstore in Amsterdam, Scheltema in Amsterdam.

Redactioneel

Thomas Heerma van Voss

Tijdens mijn studie Nederlandse taal en cultuur ging het meer dan eens over zogeheten ‘Revisor-proza’ en typische ‘Revisor-auteurs’: Frans Kellendonk natuurlijk, ook Oek de Jong werd vaak genoemd, het ging soms over Thomas Rosenboom. Maar bestaat er vandaag de dag nog typisch Revisor-proza?
Ik betwijfel het. Als wij op onze redactievergaderingen ingezonden kopij bespreken, gaat het nooit over de achterliggende stroming, over engagement of over kenmerkende Revisor-eigenschappen. Het gaat over perspectief, woordgebruik, ritme. Over waar we door verrast worden, wat onze aandacht vasthoudt.
Wie of wat hield onze aandacht vast tijdens het maken van nummer 19? We wisten meteen dat we het overlijden van Menno Wigman – hoewel nooit een typische Revisor-auteur, in de loop der jaren schreef hij drie keer voor ons – niet zomaar wilden laten passeren. Jeroen van Kan leverde een prachtig gedicht naar aanleiding van Wigmans sterven. Joris van Casteren verdiepte zich speciaal voor ons in het vroegste werk van Wigman, diens zelf gestencilde bundels die oud-schoolgenoten nog bleken te bezitten. Het leverde een ontroerend, bij tijd en wijle komisch essay op.
Natuurlijk is er meer. Bijvoorbeeld het door Anne Visser vertaalde verhaal ‘Train song’, geschreven door Jan Kerouac – ja, de dochter van, maar vooral een levendig, soepel vertelster. Er is poëzie van onder anderen Radna Fabias, de Vlaamse Ruth Lasters en Lies van Gasse. En er zijn zelfs voor ons doen veel debutanten. Bijzonder verheugd ben ik over ‘Ik ben Dat’ van Daan Borrel, een essay zoals het hoort: persoonlijk, origineel, tegendraads, en ook nog eens met veel vaart opgeschreven. Write Now-winnaar Kyrian Esser debuteert hier met zijn indrukwekkende verhaal ‘Kleine mannen, grote lijnen’, over Max en zijn vader, over een lijk dat in stukjes aanspoelt op het strand. Ook Scotty Gravenberch en Iduna Paalman laten zich overtuigend gelden als prozadebutanten. De intrigerende beginzin van laatstgenoemde: ‘Een man ontmoeten zou natuurlijk niet het doel van deze avondwandeling moeten zijn.’ En daarna wordt het alleen maar beter. (Het vervolg van Iduna’s verhaal valt overigens te lezen op onze website.)
De resterende vraag: wat bindt al deze bijdragen, al deze verhalen en gedichten, al deze beschouwingen? Een wereldbeeld? Een maatschappelijke visie? Ik geloof dat het eerder een ambachtelijke benadering is. Het voelbaar wegen van woorden, het zoeken naar het juiste perspectief, het tonen van een verhaal dat anders onverteld zou blijven. In dit nummer zijn het even allemaal Revisor-auteurs, en we presenteren ze met trots.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog