< HET PERSONAGE
WILLIE DARKTROUSERS
Het augurkenlied

Refrein


Er was eens een kleine augurk

hij groeide aan een takje

Zijn vader was een regenwolk 

Zijn moeder de donkere akker


Hij werd geplukt in de schemering

van de handschoen snel een emmer in 

En van een emmer in een krat in een enorme kist

De vrachtwagen ging rijden alle luiken gingen dicht


Broem broem op de snelweg naar Nederland

Nee,  meer specifiek

die vrachtwagen die reed 

naar de Kesbeke origineel

ambachtelijk Amsterdamse tafelzuren fabriek


En daar lag ons augurkje dan

wat zat er voor hem aan te komen

Hij laag daar in het donkere laadruim

En had zeven opmerkelijke dromen



1

Hij  droomde dat hij in een zwembad lag

Midden in de nacht en helemaal alleen 

Het tl licht glom in het water

en er kwam een engel naar benee


De engel zei: augurkje nou wat drijf je daar?

En toonde hem het goddelijke licht

Maar het augurkje was niet onder de indruk

'Schijn niet zo in mijn gezicht'


[]


2

Hij droomde dat hij in zijn potje zat

zijn hele familie zat er in

Plotseling zag hij daar tussen zijn broertjes en zusjes 

waarempel een kleine zeemeermin


De augurken die moesten wel wennen

Maar er was eigenlijk niets aan de hand

Een augurk of een zeemeermin wat maakt dat nou uit

We zijn hier allemaal toevallig beland


Toen speelden ze een paar potjes Memory

Met de mosterdzaadjes van de bodem

Zo zijn ze hun tijd in de supermarkt

Alleraardigst doorgekomen


3

Hij droomde dat hij een walvis was

Diep in de oceaan 

De plankton had de laatste tijd nogal een rare smaak

daarbij, hij voelde zich zwaar op de maag


De walvis zwom in onbekend water

In de verte zag hij een wit licht

Het water werd langzaam aan stiller

en De walvis deed zijn ogen dicht 


4

Hij droomde dat hij een boekhouder was

Bij een miljoenen bedrijf 

Gespecialiseerd in belastingontduiking 

Maar toen de duivel hem kwam halen

kreeg hij zo’n verschrikkelijke spijt


5

Hij droomde over een vriendschap met een cactus

Die vele malen groter was

Ze ontmoeten elkaar bij een Mexicaans restaurant

Ook sloot hij daar vriendschap met een ananas


6

Hij droomde van een vrijpartij

Met een knappe cashewnoot

Zo stevig en sterk als eikenhout

De opwinding was meeslepend en groot


7

Als laatste droomde hij van een vreemde boom

De boom van de zelfkennis met zijn o zo stevige stam

en zijn kwetsbare bloem, zijn verrotte wortel

Wat vind je daar zelf nou van?



En toen hij hier dan eindelijk aankwam

en door mij werd opgegeten

Vanuit mijn maag vertelde hij mij zijn dromen

en daar heb ik dit liedje van geschreven


Een augurk kan zijn tanden niet poetsen

Niet fietsen, of lezen of klaarkomen 

Maar lieve mensen vergeet niet

Dat ook een augurk kan dromen