< HET PERSONAGE
ALMA MATHIJSEN & OOS KESBEKE
Westertoren

De vaste chauffeur van Kesbeke loopt via de achterdeur het kantoor binnen. Hij steekt zijn hand op naar de directeur, Oos. ‘Hai Erwin,' zegt hij en steekt meteen van wal.

'Moet je daar eens kijken,' zegt Oos.

Op zijn bureau liggen twee ingelijste foto's van de gloednieuwe Kesbeke-vrachtwagen. Fonkelend rood door de polder. Erwin pakt het frame op.

'Eigenlijk moet het voor de Westertoren,' zegt Oos zonder op te staan.

'Dat moet dan heel vroeg in de ochtend.'

De mannen kibbelen door over wat de beste tijd is om een foto te maken van de vrachtwagen in de binnenstad. Het moet in de zomer zijn als het vroeger licht wordt, hoe vroeger hoe beter want dan is er nog weinig verkeer, maar ook niet te vroeg want dan staat de zon te laag. Plotseling slaat de twijfel toe. Kan het eigenlijk wel? Past zo'n grote wagen met aanhang wel door de smalle straten van het Amsterdamse centrum? Dan komt Dirk binnen en zegt: 'daar zit toch ook een appie tegenover? Die wordt toch niet bevoorraad met pony’s?'

De mannen gieren het uit. De vaste fotograaf van Kesbeke voegt zich ook bij het gesprek. Iedereen die ooit iets te maken heeft gehad met de fabriek lijkt voorhanden.

'Ik fotograaf eten, geen rijdende vrachtwagens.'

Toch zal het hem lukken. De mannen kloppen elkaar op de schouders, er wordt geen afspraak gemaakt, maar een ding is zeker: die foto voor de Westertoren gaat er komen.

Oos Kesbeke werkt al zo lang hij zich kan herinneren in de fabriek. Ooit opgericht door zijn grootvader, Charles Kesbebe, in 1948. Die kwam uit Zeeland nadat het niet wilde vlotten met z'n bakkerij. In Amsterdam wilde hij tafelzuur inleggen, daar hadden Amsterdammers een voorliefde voor. Hij begon met pasteuriseren van augurken en uien in afvalbakken die hij op de markt vond, alles in een keldertje aan het Waterlooplein. Vervolgens bracht hij zijn waar langs bij cafés, daar smulden ze ervan. Langzaam groeide zijn bedrijf. Toen zoon Camiel het overnam waren Kesbeke en Amsterdam aan elkaar verbonden. Oos herinnert zich de fabriek op Kattenburg nog. Zijn opa en vader zwierven door Amsterdam, altijd op zoek naar een betere plek voor de fabriek. Het was allemaal nog kleinschalig, het zuur lag in grote wijnvaten te weken. Hij ziet de gele komkommers en de groene augurken nog voor zich. In de zomers en weekenden hielp Oos met schoonmaken.

'Ik kan beter vegen dan de mensen van de stadsreinigingsdienst.'

Hij was nog maar net tien toen hij moest meehelpen, hoe ouder hij werd hoe zwaarder het werk. Het was geen kwestie van mogen, maar van moeten. En hij was altijd de lul. Als er iets echt goors moest worden opgeruimd dan keek iedereen naar hem. Papa Camiel was een trotse man, alles moest op zijn manier. In 1999 nam Oos het bedrijf over. Hij voerde vernieuwingen door, liet sommig handmatig werk vervangen door machines, tot woede van zijn vader. Uit protest weigerde ouwe, zoals ze hem noemden, nog in de fabriek te komen. Een half jaar lang stapte hij uitsluitend het kantoor binnen. Tot hij 's nachts, zo vermoedt Oos, toch naar binnen is gegaan en alle apparaten grondig bekeek. Vanaf dat moment was het over. Als hij nu nog leefde zou hij trots zijn. Kesbeke is een A-merk geworden.

Dat komt ook omdat Oos altijd op zoek is naar nieuwe ideeën. En tegen de vreemdste verzoeken ja zegt. Toen De Jeugd van Tegenwoordig een clip met poppen wilde opnemen in de fabriek twijfelde hij geen seconde, dat is ook de reden dat we hier vanavond staan, Het moment dat Jonnie Boer van sterren restaurant de Librije hem vroeg een piccalilly met hem te ontwikkelen racete hij naar Zwolle. Van te voren hadden ze hem gezegd dat Jonnie maar van 11 tot half 12 tijd had. Uiteindelijk is Oos de hele dag gebleven. Al pimpelend kwamen ze op de beste ideeën. Naast de piccalilly hebben ze ook bloembollen op zuur gelegd. En hun laatste uitvinding zijn olijven op zeewater. Olijven groeien vaak langs de kust, zou het niet heerlijk zijn die twee smaken samen te brengen, dachten de twee mannen al sparrend. Oos had nog wel wat zeewater over. Achter de fabriek staat een gigantische tank voor zijn aquarium gevuld met 12.000 liter zeewater. Maar na een paar weken stond de eerste lading stond bol. Als de deksel van de pot kwam, steeg een immense zwavellucht op. Alles stonk. Oos vroeg zich af of hij het niet goed verwarmd had. Hij verwarmde de boel nog hoger, maar niks hield. Die helse geur steeg elke keer weer op uit de potten. Al starend naar zijn aquarium realiseerde hij zich dat hij helemaal geen echt zeewater moest gebruiken. Dat zit vol met levende organismes die sterven in de afgesloten potten. Daar kwam de stank van. Dus maakten Oos en Jonnie nep zeewater. Nu smaakten de olijven heerlijk. 

Als iemand het een jaar heeft volgehouden bij de Kesbeke fabriek dan gaat hij nooit meer weg. Als jongetje werkte Lil Kleine in fabriek, en ook al is-ie niet meer in dienst, tijdens zijn optredens noemt-ie Kesbeke nog steeds. Vorige week nam Oos een dakloze man aan, hij heeft al een plannetje voor hem, als hij wil leren en hogerop wil komen. Het is net een familie. Eten gebeurt altijd samen en aan elke cultuur wordt gedacht. Vegetarisch, halal, wat ook. En er staan natuurlijk potten zuur op tafel. Niemand hoeft iets mee te nemen van huis. Er is altijd soep, soms kroketjes en aan het einde van de dag drinken ze samen een biertje. Oos hoeft nooit iemand te vertellen om op tijd te komen, als dat niet gebeurt dan worden er geintjes uitgehaald. Soms moet hij er zelf ook aan geloven. Voor zijn vijftigste verjaardag hadden de anderen een zak meel in zijn auto gelegd, ingetaped met Duck tape, wat sporen op de achterbank. Ze lieten hem door de politie oppakken, benen spreiden en handen in de lucht, de hele mikmak. Natuurlijk zaten die ook in het complot. Ze dropten hem bij een restaurant waar alle medewerkers op hem zaten te wachten. Tot dat moment dacht Oos zeker dat hij werd opgepakt.

Oos kijkt nog eens naar de foto van de gloednieuwe wagen.

'Nee, het is niet mooi want hij staat niet onder de Westertoren.'

Het is duidelijk: hij heeft zich iets in zijn kop gehaald en nu moet het gebeuren.

'Het moet snel anders is-ie te oud.'

De wagen moet er fonkelend uit zien.

'Niet zo oud als jij, dat maak ik niet meer mee,' zegt Erwin.

Het is duidelijk, iedereen neemt elkaar even vaak in de maling. Directeur of niet. Ooit hangt er een foto van de Kesbeke-vrachtwagen met de Westertoren boven het aquarium en in de tussentijd borrelen er alweer nieuwe ideeën in de kop van Oos.