< HET PERSONAGE
ERIK BINDERVOET
De bal, een odyssee

Een laag brommend gezoem door de tijdruimte. 

Muziek: pauken, hoorns, eventueel samba.

De eeuwige strijd tussen materie en

antimaterie wordt vervolgd op het veld,

waarbij annihilatie kan optreden

en massa wordt omgezet in energie,

overeenkomstig E = mc².

Witte stip wordt zwarte cirkel bewegend

over een dynamisch, groen oppervlak van

sterfelijkheid, onvoorspelbaar en foutloos,

geheugenloos, droomloos, pijnloos – volmaakt: rond.

O!

Ondertussen zoek ik voor de wedstrijd, bij

de aftrap, in de rust, na de wedstrijd en 

tijdens de wedstrijd onder de tribune 

van het Buiksloterbannestadion van 

de Amsterdamse Voetbal Vereniging

de Volewijckers naar Marswikkels. Ik moet

er 50 hebben om het felbegeerde

Mars-Flandria-shirt te verwerven, 50 

wikkels + ƒ7,50 verzendkosten 

voor het shirt waarin coureur Joop Zoetemelk

toen triomfen en tweede plaatsen vierde.

O!

Er liggen vele oninteressante 

zaken onder de nieuwe, doch gammele

tribune,  zoals Snickerswikkels, scherven,

flesjes, chipszakjes en ananasblikken, 

maar die ontsnappen, net als nu, relatief

eenvoudig aan mijn aandacht. Ik ben manisch, 

hebberig en helemaal gefocust op 

Marswikkels. De inhoud kan me gestolen 

worden. Het gaat me uitsluitend en alleen

om de verpakking. Het enige wat ik

overhoud is het stoffelijk omhulsel.

O!

50 Marsrepen opeten, om je doel 

te bereiken en te verwezenlijken, 

ik kijk wel lekker uit! En er zeker nog 

voor gaan betalen ook! Proletariërs

aller landen en tijden, nou vraag ik u!

Die heilloze spiraal van verlangen x

product  = arbeid : consumptie, 

of hoe zei Marx het ook al weer, die ga ik 

doorbreken! Die consumptiemaatschappij hol

ik van binnenuit uit! Die wikkels moet ik 

hebben! Hebben, hebben! Ik heb er al 3

O!

Zo zwerf ik doelgericht detecterend rond

in de mysterieuze schemerwereld

van eenzame, schimmige figuren en 

vage afspraken onder de tribune.

Ik word er geduld. Men laat me mijn gang gaan.

Ik voel me er thuis. In een uithoek staat de

Man in ’t Zwart. Hij bereidt zijn zegening voor.

We horen ademloos toe. Kom er maar in, 

Man in ’t Zwart. Muziek: pauken, eventueel 

samba en eventueel sambaballen.

Ondergrondsen, tot u spreekt: de Man in ’t Zwart!

O,

bal!

Gij product van onze verbeelding! Hoe vaak

zijt gij niet geschopt, getrapt, gestreeld, gegooid,

vernederd, als varkensblaas of Brazuca? 

O, gij, afgeknotte icosaëder!

2 helften van dezelfde leren waarheid!

Volgezogen loeizware brenger van licht!

Schijf der schijven, in opkomst en ondergang!

Onbewogen beweger, beweeglijke

1– en veelheid van tijd, plaats en handeling!

Liefkozend balletje, geduchte pegel!

Persoonsgebonden en opgepompt object!

O,

bal!

Vanaf dit ogenblik begint het massaal

toegestroomde publiek dat boven onze

hoofden heeft plaatsgenomen de gewijde

Ode aan de bal luid mee te scanderen.

Muziek: een vrolijk hoempapa-orkestje,

maestoso, andante, molto allegro

simpel, op de wijs van Yellow Submarine,

uit duizenden kinderlijke kelen van

mannen met sigaren, hoeden en petten,

socialisme met een menselijk gezicht:

O,

bal!

Grote gelijkmaker, winnaar, verliezer!

Aan de bal zijn allen 1 en nooit alleen!

Oogappel, kanonskogel, zontomaatje!

Bolvormig ding van geschikt materiaal,

met een voorgeschreven omtrek van niet meer 

dan 70 cm, maar ook niet

minder dan 68 cm, 

niet zwaarder dan 450 gram of

lichter dan 410 gram, met een druk

tussen 0,6 en 1,1

atmosfeer op grazig gemaaid zeeniveau!

O!

Mijn vader zit of staat daar boven ergens

in de kolkende mensenzee en vraagt zich 

af waar ik blijf en of ik de wedstrijd niet 

wil zien. Dat gaat zijn voorstellingsvermogen

te boven. In de oorlog liep hij van Noord

naar de Meer om zijn club, de Volewijckers,

kampioen van Nederland te zien worden

nadat het thuisstadion op het Mosveld

bij het bombardement op Fokker verwoest 

was. Hijzelf was de schuilkelder in gerend,

een vrouw achter hem werd geraakt door een scherf.

O,

Arie!

roept ze nog en dan geeft ze de geest en sterft. 

Die bom van de geallieerden was dus

eigenlijk voor hem bedoeld, en indirect

voor mij, als concrete if in history,

een glimp van een ander verleden, dat toch

‘doet wat het altijd doet: lijden en staren’, 

zoals een oude bard het ooit verwoordde,

zelf van het kijken met blindheid geslagen,

zodat hij van klanken woorden maken moest,

de tekeningen van de branding op het

strand verbeeldend: siesoe, strss, rtsieurutss, oos!

O!

Zo ook weerklinkt de bal in onze oorschelp.

Denk aan het geluid van de bal en je kunt

de wedstrijd horen. Het lobje. De poeier.

De punter. De omhaal die de lucht doorklieft.

Het rrrollerrrtje. Van POK tot DOEF, van paal tot

lat, van stip tot net. Van droge tik tot snoei-

hard schot, als de TSJAK! Van de guillotine. 

De doffe doeltrap en dan een hele tijd

NIETS. Het V-2-gesnor van de inworp. Snrrt!  

De wilde hengst, rechtstreeks de tribunes in.

O!

De onbehouwen ram naar voren, de straf-

schop alias de pingel alias de

pienantie. De zwabberbal, doelloos suizend,

als de aardkloot na de knal uit de kicksen

van de schepper. BANG! De doodgelegde bal.

Het tikkie takkie terug. Het gehakt dat

de hoekschop maakt van het strafschopgebied. Bfltsj

De rondtollende dans van de derwisj van

de bal met zwiepend zwierend zwaaiend effect. 

De viriele dreun in het viriele kruis.

De losse flodderfluim van de lekkage.

O!

Bats! Knal! Suis! Plof! Klunk! Hangen! Dat was het doel. 

De bal was het lijdend voorwerp van het doel,

niet omgekeerd, zoals je zou verwachten.

Hij treedt uit de catacomben aan het licht,

aan de rand van het veld omhooggehouden

door een halve nar die in een kruiwagen

vervoerd wordt. Bij wijze van voorprogramma

rennen blind gemaakte ossen, voor koetsen

gespannen, rondjes, van hoekvlag naar hoekvlag.

Vervolgens zingen Simon & Garfunkel,

ook blind gemaakt, een paar van hun grootste  hits. 

O!

Vooral ‘Daidadai’ en ‘Lalala’ klinken,

in deze ambiance, zeer gloedvol en

prachtig, ja, bijna Monteverdi-achtig,

zelfs in stille toestand nimmer uitgespeeld.

Tijd voor nog meer publieksparticipatie. 

De halve nar beweegt snel een hefboom op

en neer en er verschijnt een bord met het woord

ROTSLEK. Degene die met deze letters

de meeste nieuwe woorden kan maken, mag

de aftrap verrichten. Ik hou me erbuiten,

afzijdig: mijn linkervoet is voor die taak

O!

te kreupel, mijn rechter te lomp en looiïg.

Je denkt terug aan je allereerste bal.

Een oranje leren balletje was het. 

Staren. Lijden. Je hoofd werd die bal. Ja, en?

Don’t go there, little man! Zoek naar je wikkels! 

Let op je letters! Hou grip op de grepen!

Verstop ze als paaseieren in de tekst!

De rest is de when in history. Keihard 

was dat balletje. Je kon er konijnen

mee doodgooien, naaktslakken mee fijnstampen,

je beide zusjes mee bekogelen, maar

O!

dat deed je dus allemaal niet (je hield van 

de natuur) – maar kwaad was je wel, zo kwaad, zo

godvergeten kwaad… Nee. Dat kwam later pas. 

Toen je geen zin had om bij Always Forward

of bij H.V.V. Hollandia te gaan.  

Voetballen deed je op straat, tegen een muur,

in de Europa Cup, niet bij de boeren.  

Je trok het weiland in, ver van de prikkels,

op zoek naar rosse grutto’s, regenwulpen, 

futen, reigers, scholeksters en kieviten,

overwelfd door de Westfriese hemelstolp.

O!

Met grote passen komt Materiaal Man

over de horizon, om iets te zaaien.

We weten niet wat, het lijkt op poeder, stof

voor vele generaties en romannen,

vele vuistdikke, vlot geschreven romannen,

streek–, familie–, helden–, schelmenromannen!

Waarin op eigenzinnige wijze wordt

aangeknoopt bij fel eigentijdse thema’s!  

Ik slik. De wedstrijd is nu afgelopen.

Ik loop tussen de benen die net boven mij

uittorenden aan de hand van mijn vader.

O,

de bal! 

– het oranje balletje, rolt voor ons uit,

hobbelig zijn zonderlinge pad volgend,

ongrijpbaar, raadselachtig, fantastisch: raar –

over onvaste grond, hup, de leegte in.  

Voortgestuwd door de massa grote benen

en regenjassen bereiken we de uit-

gang van het sportpark. Het dynamische veld

kantelt. Zwarte stip rolt voort in ons blikveld.

Naar ons blikveld. Wordt onze blik. Verzwelgt

het beeld. Heeft kleur en emotie opgezogen.

Hoofd werd bal werd stip werd ster werd woord werd staar: