< HET PERSONAGE
ERIK JAN HARMENS
We zijn gehecht

WE ZIJN GEHECHT

Klop klop, altijd even kloppen voor je naar binnen gaat. Hier is een kleedkamer. Alles is nieuw, allemaal mooi en luxe. En hier klop klop is nog een andere kleedkamer en klop klop dit is de kleedkamer voor de dames ... allemaal schoon. Hier is de uitgang, daar kun je naar buiten. Hier zijn de toiletten en hier is nog een kleedkamer, die zit op slot.

Hij is 64 jaar oud en werkt hier nu 11 jaar. 10, 11 jaar. Eerst werkte hij hier via Pantar, dat is een stichting voor sportbeheer, was hij sportbeheerder. Op een dag "hadden ze geen werk meer voor 'm", zo zegt hij het. Hier is nog een kleedkamer, klop klop, alles nieuw en schoon. Grote kleedkamers. Vroeger was het klein, gewoon met een bankje, maar nu is het beter. Straks is het hier allemaal vol, dan komen ze trainen, van Footy, dat zijn studenten.

Je maakt hier zo veel mee, zegt hij. Je mag daar kijken, daar is ook een kleedkamer, allemaal netjes. Er zijn twee clubs hier, Wartburgia en FIT, twee clubs, dus dat is best druk en ze hebben weinig mensen. Hij werkt hier nu 11 jaar. 10, 11 jaar. Eerst via Pantar dus, stichting Pantar, en toen hadden ze dus "geen werk meer voor 'm" en "heeft ie ontslag gekregen", drie jaar geleden, twee jaar. Drie jaar. 

 Wat gebeurde was dat ze hebben gevraagd: Dewa, wil je blijven als vrijwilliger. Want je bent bekend hier, we vertrouwen je. Dewa, zeiden ze, Dewa, je mag eten, je mag drinken. 

Hier liggen de ballen en dit zijn de kastjes voor de teamkleding. Mensen kennen hem al zoveel jaren, hij is hier net als een vriend, "dat is het gewoon", zegt hij. "Dat is het gewoon."

 Hij is hier elke maandag en woensdag en zaterdag, dat heeft hij ook doorgeven aan de DWI. "De mensen weten het daar gewoon," zegt hij. Hier bij Wartburgia, het zijn vrienden van 'm, het zijn goeie mensen, zegt hij, "goeie, gezellige mensen". 

Straks gaan ze trainen, dan wordt het hier echt druk, zegt hij, en als je hier op zaterdag komt, "dan weet je niet wat je ziet". Hij is er altijd op tijd. Dan maakt ie alle ruimtes open en dan gaat ie de ballen oppompen. Zo veel werk is het, zegt hij. "Lijkt niet zo, lijkt niet zo," zegt ie ook. "Maar veel werk is het, echt hoor."

 Ik geloof 'm. Wijs op een fietswiel. Waarom ligt er een fietswiel in het materiaalhok? Dat wiel gebruikt hij om de ballen mee uit de sloot te vissen. Hij moet alles regelen, de ballen oppompen voordat de mensen er zijn. Hij heeft geveegd, net, toen hij hier liep. En hij plakt papiertjes op de deuren, wie in welke kleedkamer zit. Straks wordt het echt druk hoor, benadrukt hij nog 'ns. Maar woensdag, dan wordt het nog drukker. "Dan gaan ze allemaal komen." Hij pompt ballen op, hij maakt de indeling van de kleedkamers, die hangt hij daar op, wie in welke kleedkamer zit. Hij weet dat allemaal, hij bekijkt het allemaal. Hij maakt de indeling, zo druk is het, eigenlijk is het gekkenwerk. 

Zaterdag wordt het trouwens nog weer drukker. Moet je kijken, zegt hij, en laat me het schema zien voor zaterdag. Kijk, telt hij, 1, 2, 3, 4 wedstrijden zijn er zaterdag en nog meer, 5, 6, 7, 8, 9. 9 wedstrijden. 9 wedstrijden. Dus dat zijn 18 teams. En hij heeft 8 kleedkamers. Dus hij moet er een paar in de locker zetten. Een paar teams moeten in de locker. "Zaterdag is echt vreselijk voor mij," zegt Dewa, maar hij bedoelt niet vreselijk in de negatieve zin, hij bedoelt alleen maar dat het veel werk is. 

Op zaterdag als er wedstrijden zijn zet hij de hoekvlaggen neer, maar de doelen neerzetten doet hij niet, weghalen ook niet, "ik ben geen De Hulk" zegt hij. De veldverlichting doet hij ook, die bedient hij met een sleutel en een kastje. Veld 1, veld 2, veld 3, hij draait met de sleutel erin en er is licht. Er is wel eens een lamp stuk, dan belt hij de gemeente, hij klimt niet zelf naar boven. Die zitten hier verderop, de mensen van de gemeente. 

Wat hij zo fijn vindt aan zijn baan: hij kan bewegen als hij werkt. Hij kan bewegen. Hij hoeft niet stil te zitten. Hij loopt rond. "Dat is gewoon geluk," zegt Dewa. "Dat is gewoon geluk." 

Hij heeft zelf ook gevoetbald, vroeger. Overal kon hij spelen. Een linkerbeen heeft hij naar eigen zeggen niet, maar hij kon gewoon alles spelen. Want hij heeft techniek en inzicht. Hij is een goeie voetballer geweest. Geen betaald voetballer, maar wel goed. 

Maar nu zijn er veel teams bij gekomen, bij Wartburgia, en komt hij zelf niet meer aan voetballen toe. 

Wat Wartburgia betekent voor 'm? Hij moet bezig zijn van de DWI, zegt hij. Hij had geen werk, maar hij heeft de DWI verteld dat hij hier werkt als vrijwilliger. "DWI weet alles over mij," zegt ie en ik geloof 'm. "Ze kennen mij, ik ben bekend," zegt hij. 

De mensen van het bestuur zijn vrienden van 'm, zegt hij. Ze zeggen nooit dat hij materiaalman is, hij is gewoon Dewa. Hij drinkt met iedereen en hij drinkt wat hij wil. Iedereen vertrouwt hem. "Ik ben de man van het huis," zegt hij. 

Hij voelt zich gelukkig hier en gewaardeerd. Al is het veel werk. "Lijkt niet zo, lijkt niet zo." Maar het is veel werk. Op zaterdag kan hij soms niet eens eten. Hij krijgt brood van boven, uit de kantine, maar kan gewoon niet eten. "Dewa, eet," zeggen ze, maar hij kan niet eten, ze hebben 'm alweer ergens voor nodig. 

Op zaterdag is hij hier al om 8 uur om alles voor te bereiden. Hij heeft nooit problemen met mensen of zij met hem. "Als gasten hier komen voetballen en ze zouden zeggen: o jee, wat een materiaalman, nou ja, dat wil je toch niet," zegt hij. "Dat wil je toch niet."

Hij zegt geen nee. En hij beweegt, hij heeft snelheid. Hij zit niet de hele dag in zijn hok. Hij  beweegt. Net als op het veld toen hij nog voetbalde. Ze roepen 'm en soms zegt hij: "Wacht even, ik ben nog met iemand anders aan het praten." En dat gesprek maakt hij dan eerst af:  "Ja, ja zeg maar." En daarna heeft hij tijd om iemand anders te helpen.

Iedereen die hier komt, ook de KNVB-scheidsrechters, zijn zijn vrienden. Het is niet dat ze niet zonder 'm kunnen, maar ze willen niet zonder 'm. Hij kan ook niet zomaar weg. Als hij op vakantie gaat naar Suriname zorgt hij dat hij op tijd terug is. Want "we zijn gehecht", zegt hij. "We zijn gehecht." De dames zeggen: deze man behandelt ons heel netjes, terwijl sommige andere materiaalmannen jong zijn en misschien een beetje brutaal. Of een beetje hard. Maar hij niet. 

Als ze trainen is hij altijd hier. Want niemand mag de kleedkamersleutel hebben. Op maandag krijgt niemand de sleutel. Op woensdag krijgt niemand de sleutel. Op zaterdag krijgt niemand de sleutel. Dat mag niet van het bestuur, dus hij blijft open doen en hij blijft de deur weer op slot doen. Hij is continu in beweging. Om 8 uur komen ze trainen, dat is over een uur, zegt hij. "Nou, dan ga je zelf zien hoe druk het is. En als je zaterdag komt, man, man."

De tijd gaat wel snel als het druk is. Soms zeggen mensen: "Dewa, doe rustig." Maar hij kan het niet helpen, hij beweegt. Hij heeft snelheid. Hij is niet een materiaalman die zit. 

Wartburgia is zijn tweede huis. Zijn eerste huis is in Zuidoost, dan rijdt hij met de fiets, 20 minuten en dan is ie hier. En dan mag hij eten en drinken wat hij wil. De KNVB-scheidsrechters zeggen wel eens: "Meneer Dewa, u heeft het zo druk hier, en u staat er helemaal alleen voor." Maar dan zegt hij: "Ik kan er niemand bij hebben, want die gaat in de weg lopen. Daarom ben ik alleen." 

Hij kan hier gewoon niet weg. De veteranen, als die trainen of een wedstrijd spelen, die zijn 65 jaar, 70, 68, en dan nemen ze fruit salad voor 'm mee. Fruit salad

Hij werkte eerder bij FC Amstelland, twee jaar, en bij SC Voortland, twee jaar. Als je 'm vraagt naar het verschil tussen werken bij FC Amstelland en SC Voorland en Wartburgia, dan zegt Dewa dat er niet echt een verschil is. "Want daar heb ik het goed gedaan, nooit problemen gehad, en hier ook niet," zegt hij. "Hier ben ik thuis," zegt hij, "maar daar ook. Alleen hier ben ik langer. We zijn gehecht. Dat is het gewoon. We zijn gehecht." 

Hij kwam naar Nederland toen hij begin 20 was, in 1977. 1978. Toen voetbalde hij bij Muiden. Hij kwam hier eerst in 1976, toen ging ie weer terug, een jaar later kwam hij weer. Hij ging werken bij de kruitfabriek en heeft veel meegemaakt. Zo zegt hij het: "Ik heb veel meegemaakt, toen." Hij zegt het op zo'n manier dat ik niet doorvraag. Het is al genoeg om te weten hoe veel hij heeft meegemaakt. Ik googel de kruitfabriek, Muiden Chemie, en ik leer dat er door de jaren heen veel explosies zijn geweest. In 1983 waren er twee, daarbij kwamen drie Surinamers en een Muidenaar om het leven. Ik weet niet wat Dewa precies heeft meegemaakt, maar ik weet wel dat hij véél heeft meegemaakt. Het is lang geleden allemaal, maar in zijn ogen zie ik de nabijheid van het verleden. 

Hij heeft vijf kinderen en 13 kleinkinderen. "Allemaal lief," zegt Dewa. "Allemaal lief." Van zijn vrouw is ie gescheiden, maar dat is geen probleem, zegt hij en ik geloof 'm. "Liefde is praten," zegt hij. "Alles gaat gewoon zoals het gaat, simpel. Als je gaat scheiden hoef je je vrouw niet te gaan doodschieten, gewoon scheiden, klaar," zegt ie. "Rustig, relaxed." 

En hij heeft gelijk, Dewa heeft gelijk. Als je gaat scheiden, ga je scheiden. En liefde is praten. Het liefst lieve woordjes. En als er lelijke woordjes zijn, doe er dan lieve achteraan om het goed te maken.