< HET PERSONAGE
NYK DE VRIES
Kapitein van der Meulen

Gefictionaliseerd verhaal op basis van een gesprek met kapitein Willem van der Meulen.

1.

Nog een keer draaf ik op. Eigenlijk ben ik al gestopt, maar de dochter van een collega is ernstig ziek geworden. Daarom hebben ze mij nog een keer weer gevraagd. Ik ben er bewust mee opgehouden, al is het mooi om nog een keer weer terug op de werkvloer te zijn. Wat ik doe? Ik ben de kapitein. Aan boord hebben we een kraan van 5000 ton waarmee we een verdeelstation installeren voor een windmolenpark. We liggen hier in de Duitse bocht met 170 man op het schip. Het zijn grote projecten. Ze zijn het hier compleet aan het volbouwen. Wat ik zie als ik naar buiten kijk? Een oerwoud van molens. Het zijn er meer dan één of twee. In totaal waarschijnlijk wel zeshonderd.

Soms loop ik 's avonds over het dek. Dan luister ik naar de geluiden. Dan gaan mijn gedachten weleens terug, daar ontkom je niet aan. Ik kom helemaal niet uit een zeevarende familie. Ik ben geboren in Kimswerd. Ik had een maat op de middelbare school. Zijn broer zat bij de visserij. 's Zomers gingen we mee. Dat was prachtig. Vanaf dat moment wist ik wat ik wilde. Mijn ouders waren allang blij dat ik iets wilde.

Mijn eerste schip, de Ondina, was een tanker van de Shell, voor die tijd grote schepen. Laten kreeg je de ultragrote tankers. We voeren nog op astronavigatie. Het ouderwetse handwerk met de sextant. Daarmee bepaalde je de hoogte van de zon en de sterren en zo de positie van het schip. Soms gebeurde het dat je dagenlang niet wist waar je was. Ik herinner me een oversteek over de Indische Oceaan, in de moessontijd, met een lading olieproducten van grote waarde aan boord. Dagenlang voeren we op gegist bestek, zoals wij dat noemen. Ook de eigenaar had geen idee waar we waren. We hoopten maar dat we ergens een eilandje zagen of een stuk land, zodat we weer een idee hadden.

Verkeerd varen, dat gebeurt nu niet meer. Zo gauw we de haven uit zijn en de loods is van boord, dan zetten we het schip op de stuurautomaat. De route die we moeten afleggen is helemaal ingevoerd. Zo nu en dan kijken we op de radar, of we goed gaan, of we de goeie boeien tegenkomen. Ook moeten we natuurlijk blijven uitkijken voor andere schepen en ronddrijvende objecten zoals bijvoorbeeld containers, maar over het algemeen is het systeem zo waterdicht dat we nooit meer fout varen.

2.

Nog een keer draaf ik op. Ik ben te druk hier om nostalgisch te worden, maar soms loop ik 's avonds over het schip en dan dwalen mijn gedachten weg. Ik kijk en ik luister. Dat is alles wat ik doe. Vooral luisteren. Als het donker wordt komt er qua geluid zoveel meer naar boven. Gister dacht ik ineens dat ik de ankers hoorde vallen. Dat gebeurt tegenwoordig zelden meer. Zes scheepsschroeven zorgen ervoor dat het schip op precies dezelfde plek blijft. Door de satelliet liggen we op precies tien meter afstand van het platform. We verdwalen niet meer. Dat vind ik weleens jammer. Dat heeft met ouder worden te maken natuurlijk, dat sentiment. Je verdwaalt niet meer zo makkelijk in je leven. Ik denk aan mijn jongste zoon, hij is muzikant. Hij is nu alles aan het ontdekken. Hij is al die wegen aan het inslaan. Vroeger had ik tijdens een lange reis een gitaar mee aan boord. In de verloren uren zat ik daar wat op te pingelen. Als ik iets anders had wil doen, dan had ik muzikant willen worden.

Mijn ambitie was om kapitein te worden. Dat is prachtig natuurlijk, dat dat is gelukt. Langzaam ben ik opgeklommen. Uiteindelijk na 15 jaar ben ik het geworden. De Shell waar ik begon viel op een gegeven moment totaal uit elkaar. Ik begreep het wel, daar zat geen enkele promotie meer. Die hele maatschappij van Shell-tankers in Nederland is vrijwel opgedoekt. De concurrentie uit de goedkope landen kon met de moderne middelen het kunstje op een gegeven moment net zo goed als wij dat konden.

Toen ben ik in de Offshore gegaan – activiteit dichtbij de kust. Jarenlang heb ik als eerste stuurman dienst gedaan, tot ik die baan als kapitein aangeboden kreeg. Zo'n kans komt niet vaak voorbij. Ik moest 'm nemen, met alle onzekerheden die daar sociaal gezien aan vastzaten. Ik had een gedegen Nederlandse arbeidsovereenkomst werknemer. Toen werd ik dagloner bij Stena Marítima in Brazilië. Als je een keer een fout maakte en ze wilden je niet terug hebben, dan waren ze je niks verschuldigd.

Ik weet nog dat ik dacht, bliksem, nu moet ik laten zien dat ik het kan. Nu moet ik laten zien dat ik het weet en – waarschijnlijk het belangrijkste – dat ik het gezag uit kan stralen. Als stuurman kun je altijd terugvallen op je kapitein. Als het nipt wordt, dan vraag je hem erbij. Toen was ik degene die erbij werd gehaald.

Het was voor de kust van Brazilië, op mijn eerste reis als kapitein. We waren een ander schip te hulp gekomen. Zij waren met duikers bezig bij een boorplatform dat met kettingen verankerd was, levensgevaarlijk goed beschouwd, maar in die tijd waren daar nog geen richtlijnen voor. Een van hun duikers was beneden onwel geworden. Hij had een leiding losgekoppeld van een olieput, waar, zo bleek later, giftig gas uitkwam. De leiding was gespoeld met chemicaliën. Toen hij daarmee in aanraking kwam, zei hij tegen zijn maat boven hem in de duikklok: 'Ik krijg een branderig gevoel op mijn handen, ik kom terug.' Achteraf bleek dat zijn duikpak ook verontreinigd was met die chemicaliën. Toen hij de duikbel binnenkwam, werd zijn maat, die hem naar boven zou trekken, ook onwel door de gassen die opstegen uit dat pak.

Boven op het schip konden ze geen contact meer met hen krijgen. Toen wij kwamen waren ze zo overstuur dat ze vroegen of wij naar beneden konden gaan. We hebben onze duikklok laten zakken met twee van onze duikers erin. We zijn ernaast gaan hangen. Eerst hebben we de ene opgevist van de bodem en daarna de andere uit de duikklok. We hebben ze beide naar boven gehaald. Ze waren beide overleden. Dat zijn wel dingen die je even bijblijven.

3.

Nog een keer draaf ik op. Soms 's avonds loop ik over het dek. Dan luister ik naar de geluiden, omringd door zeshonderd windmolens. Dan kijk ik en ik luister. Dat is alles wat ik doe. Ik kijk en ik luister.