< HET PERSONAGE
SIMON(E) VAN SAARLOOS
Simco

Stefan Simchowitz, Simco, is een kunsthandelaar die soms zo obsessief inkoopt dat hij een monopolie-bezit creëert waarbij hij het werk van één kunstenaar bijna volledig in handen neemt. Kunstenaars en handelaren willen dit niet, en sommigen weren Simco. In dat geval stuurt hij een afgezant, iemand verkleed als onschuld, die het kunstwerk vervolgens aan hem doorgeeft. Hij wil een snellere kunstmarkt, met minder grote shows en meer kleine exposities. Als Simco jou wilt, biedt hij je tijd en ruimte. Hij huurt een studio voor je en zorgt ervoor dat je voorlopig geen kosten maakt. Eerst produceren, dan komt de verkoop vanzelf. Hij ziet de kunstenaar als een eenmansfabriek die goed gesmeerd moet. 

Om eerlijk te zijn was ik verbaasd over de verbazing over deze man. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar toen ik me in hem ging verdiepen was het een beetje alsof ik in zwembad dook gevuld met beton. Deze man is zo transparant dat oppervlak en diepte niet te scheiden zijn. Transparantie is zijn credo, zijn merk. Simco zegt wat hij wilt en vindt. Als hij jou een slechte kunstenaar vindt, zegt hij dat. In de interviews die hij gaf, citeert hij klassieke filosofen. Het is niet dat ik hem vervelend vind, of schokkend commercieel. Het is eerder zo dat ik niet begrijpen kan waarom hij wordt neergezet als controversieel. Voor een pionier is hij behoorlijk saai.

Houd dat woord – pionier – even vast.

Simco past hier wel, in Veilinghuis De Zwaan. Een van zijn favoriete denkers is namelijk Nicholas Taleb, die zich bezighoudt met risico-analyse. Kort gezegd sluit dat precies aan bij Simco’s ideaal van vele, maar kleine exposities, altijd inzetten op verschillende namen tegelijk, om zo geen homogeniteit te creëren. Taleb staat bekend om zijn voorliefde voor zwarte zwanen. Zwarte zwanen zijn verrassende, onverwachte gebeurtenissen die grote impact hebben. Zwarte Zwanen zijn niet in te plannen. Taleb pleit dan ook voor het toelaten van risico en toeval, waardoor je soms een zwarte zwaan treft. Simco zegt dat hij witte zwanen najaagt. Of misschien bedoelt hij meer dat hij zwarte zwanen – uitzonderlijke gebeurtenissen – wit, oftewel gewoon, wil maken. Dé manier om dat te doen, is volgens Simco: zoveel mogelijk connecties maken en zoveel mogelijk interessante mensen ontmoeten. Als voorbeeld van een Witte Zwaan-gebeurtenis, noemt hij: het kan zomaar zo zijn dat je tijdens je studie een huisgenoot was van Mark Zuckerberg. 

Wit en zwart – houd ook die woorden nog even vast. 

Het past dus, zijn voorliefde voor zwanen en dit Veilinghuis de Zwaan. Maar Stefan komt uit Zuid-Afrika. En mijn familie schijnt ooit in de Gouden Bocht van Amsterdam te hebben geheerst, als burgemeesters te hebben gewoond en gehandeld. Die gebeurtenissen zijn met elkaar te verbinden.

Pionier + wit en zwart  = kolonialisme.

En daar staan wij nu tenmidden van. 

Simco zelf geeft de aanleiding voor dit verhaal. In een filmpje waarin hij vertelt waarom hij een geschikte directeur zou zijn voor het Stedelijk Museum Amsterdam, zegt hij een jaarlijkse show te willen organiseren met Afrikaanse kunstenaars. Hij herinnert ons eraan, dat hij, als witte Zuid-Afrikaan, nauw verbonden is met Nederland. 

‘I’d engage in a lot more work from Africa, which is close to the Dutch, and the Dutch colonies.’

Veilinghuis De Zwaan specialiseert zich onder meer in wat zij noemen ‘tribale’ kunst. Tribaal is een raciale term. Tribaal verwijst, net als ‘etnisch’, niet naar zomaar een specifieke groep mensen (anders zouden we bewoners van Oud-Zuid of de rivierenbuurt ook tribaal noemen). Tribaal is een term die werd geïntroduceerd als vervanging van ‘primitief’. Wat door veel veilingshuizen en kunsthandelaren in het Westen nu tribale kunst wordt genoemd, heette voorheen ‘primitieve’ kunst. Primiteve kunst is niet alleen een term die naar tijd verwijst – iets dat als eerste gebeurde of een vroege oorsprong heeft – maar ook naar een locatie: als hetzelfde tegelijk gebeurt op verschillende plekken, is het Westen nog altijd progressief. Het woord ‘primitief’ verwijst dus niet zomaar naar tijd, maar naar een tijd die wordt aangemerkt als ‘achterhaald’, onontwikkeld’. Zo zijn tijd en ruimte altijd met elkaar verbonden. 

In Lose Your Mother schrijft Saidiya Hartman dat Afrikaanse slavenhandelaren vreemden verkochten aan kolonisten uit Nederland, Frankrijk, Portugal en Engeland. 

Zij verkochten geen broeders en zuster. Ze verkochten criminelen en buitenlanders. Ze werden pas broeders en zusters, ze werden pas één volk, in de ogen van westerlingen, die het idee van ras oplegden. Ik denk daaraan, wanneer ik het woord ‘tribaal’ hoor. Hoe je klein maakt wat groot en divers is, om je eigen kleinheid niet te voelen. 

In 2013 is er in dit veilinghuis een recordbedrag opgehaald voor een masker uit Congo 300.000 euro. Nu kan ik niet claimen dat ik van dit specifieke masker weet hoe het hier gekomen is en wie hier rijk aan is geworden. 

Ik wil het heel even bij het masker zelf houden. 

Bij het masker zelf, houd dat even vast.

Op het Holland Festival was onlangs een kunstenaar uit Congo te gast. Zijn naam is Faustin Linyekula. Ik hoorde Linyekula ooit spreken na een performance in New York. Hij trad op in het Metropolitan Museum en had daar een residentie doorgebracht. Hij beaamde dat de Afrikaanse objecten in het museum een pijnlijke vraag opwerpen: moeten deze objecten teruggebracht van waar ze gestolen zijn, heeft dat zin? Kun je objecten überhaupt terugsturen? Wie gelooft dat een masker een object is en dus doods, denkt wellicht van wel. Wie objecten levendiger begrijpt, weet dat retour niet zomaar terug is. Het object neemt haar reis en geschiedenis met zich mee. Het object is veranderd door de rituelen waaraan zij onderworpen is – de eenzame nachten in het museum, de statische plek op een sokkel in een white cube galerie, voor duizenden euro’s gekocht en weer verkocht en weer gekocht en weer verkocht. 

Het ergst vond Linyekula de objecten in de opslag. Het museum stelt niet alles tentoon, sommige dingen staan in de kelder. Hoe gaat het met die objecten, vroeg Linyekula, wie praat er met hen, zijn ze niet eenzaam?

Linyekula is gewend dat objecten bezield zijn. Dat juist die objecten verhandeld worden als esthetische waar, en niet als, bijvoorbeeld, levenspartner, is bizar. Ik wil het heel even bij het masker zelf houden, zei ik. Alsof er zoiets is als een geïsoleerd masker, zonder verhaal, zonder geschiedenis en energie. 

Objecten, houd dat woord even vast. 

In 1790 werd Saartjie Baartman uit Zuid-Afrika geroofd en verkocht en naar Engeland gestuurd. Ze verloor haar eigen Koishan naam en kreeg een Nederlandse naam opgelegd. Haar man werd door Nederlandse kolonisten vermoord. 

Baartman werd als exotisch object in Londen tentoongesteld. Bezoekers betaalden geld om Baartman’s lijft te bekijken. Men wilde vooral haar genitaliën zien.
Later werd ze aan een Franse dierentemmer verkocht, en moest ze op feestjes verschijnen. Toen ze stierf, ontfermde een chirurg uit Napoleon’s tribe zich over haar. Hij haalde haar lichaam uit elkaar, en stelde dit in stukjes tentoon. Een lijf dat zelfs de context ‘lijf’ werd ontnomen. 

In 1994 werd Mandela president. Hij wilde Baartman terugbrengen naar Zuid Afrika, om haar een respectvolle begrafenis te bieden. Frankrijk weigerde, deed moeilijk, vond het moeilijk, vreesde dat ze wel meer terug moesten geven. Pas in 2002, 192 jaar nadat Saartjie Baartman Zuid Afrika verliet, werd ze teruggebracht. 

Is het verhaal van Baartman te vergelijken met het verhaal van zogeheten tribale kunst, die nog altijd voor veel winst wordt verkocht om tentoon te worden gesteld? Is een lichaam soortgelijk aan kunst? De aanname dat objecten geen leven in zich dragen, is net zo westers als het bezitten van andermans lichaam. 

Bezit, houd dat woord even vast.

Houd het vast 

houd het vast 

houd het even vast

houd het vast

houd het vast

houd vast

 

vasthouden, verzamelen

Hoe is dat als een vermogen verkocht?